
Jasper de Laat werkt al bijna acht jaar bij Breda Actief. Op verschillende basisscholen in Breda geeft hij bewegingsonderwijs en laat hij kinderen ontdekken hoe leuk sporten en bewegen kan zijn. In de gymzaal ziet hij dagelijks hoeveel plezier en zelfvertrouwen sport kan geven.
Tijdens zijn werk merkt Jasper ook dat niet ieder kind vanzelf bij een sportclub terechtkomt. Wanneer hij ziet dat een kind graag wil sporten, maar dat thuis niet lukt, wijst hij ouders op het Jeugdfonds.
Door die verbinding te maken helpt Jasper gezinnen op weg en zorgt hij ervoor dat meer kinderen de kans krijgen om te sporten en zich verder te ontwikkelen.
Jasper maakt het mogelijk.

Al ruim dertig jaar woont Cees Zwager in Breda. In de wijk Doornboslinie is hij een bekend gezicht. Met initiatieven als het Plukplein en Stichting Buurtsalon creëert hij plekken waar buurtbewoners elkaar kunnen ontmoeten en waar mensen terechtkunnen met vragen of zorgen.
In de buurtsalon houdt Cees meerdere keren per week spreekuur. Daar helpt hij bewoners met allerlei praktische zaken. Soms gaat het om formulieren of advies, maar regelmatig ook om gezinnen die hun kinderen graag willen laten sporten of muziekles willen laten volgen, terwijl daar thuis geen geld voor is.
Door ouders te helpen met een aanvraag bij het Jeugdfonds zorgt Cees ervoor dat die deur toch open kan. Dat kinderen kunnen meedoen, vrienden maken en ontdekken wat ze leuk vinden.
Cees maakt het mogelijk.

Het Jeugdfonds Sport & Cultuur Amsterdam zorgt ervoor dat álle kinderen in Amsterdam kunnen meedoen aan sport, muziek en cultuur. Dankzij betrokken professionals, zoals docenten, hulpverleners en coaches, krijgen kinderen steun, vertrouwen en lichtpunten in hun dagelijks leven. Het verhaal van brugfunctionaris Brigitte Kuiper laat zien hoe dit in de praktijk werkt.
Twee jaar geleden werd Brigitte Kuiper gevraagd om brugfunctionaris te worden op OBS IJplein. “Maar die titel voelde niet goed,” vertelt ze. “Veel ouders hebben weinig vertrouwen in instanties. Vertrouwen is de basis.” Haar oplossing was simpel én doeltreffend: noem mij de tante van de school. In veel culturen is een tante iemand die helpt, ondersteunt en dichtbij staat. “Zo werd ik ‘de tante’ en het werkt.”
Een tante is iemand die ondersteunt en nabij is – en precies dát hebben deze gezinnen nodig.
Een brugfunctionaris is iemand die een brug slaat tussen school, ouders en de wijk. Deze persoon helpt ouders die soms weinig vertrouwen hebben in instanties en ondersteunt kinderen zodat ze veilig en gezond kunnen opgroeien.
Lees hier meer over wat een brugfunctionaris precies is.
OBS IJplein kent veel uitdagingen. Brigitte staat op schooldagen bij de deur en kijkt verder dan wat zichtbaar is. Dankzij haar ervaring in de jeugdzorg herkent ze signalen en zoekt ze contact met ouders, vaak buiten de school, om schaamte weg te nemen. Ze werkt vanuit haar informele netwerk en komt soms bij gezinnen thuis. “Dan zie je wat er écht speelt: geen bed, geen eten, geen kleding.”
Brigitte gelooft in een integrale aanpak. “Losse aanvragen lossen niets blijvend op. Gezonde voeding, een veilige leefomgeving, sport en bewegen horen bij elkaar.” Het Jeugdfonds speelt daarin een essentiële rol. “Sport, muziek en cultuur verbreden de wereld van kinderen. Veel kinderen zijn hun wijk nog nooit uit geweest. Dit vergroot hun kansen en hun toekomst.”
Volgens Brigitte heeft het Jeugdfonds Sport & Cultuur een grote impact op kinderen. Sport, muziek en kunst verbreden hun horizon en geven hen kansen die ze anders niet zouden krijgen. Veel kinderen hebben hun wijk nog nooit verlaten, waardoor het fonds bijdraagt aan kansengelijkheid.
Investeer eerst in het contact met ouders. Neem tijd, geef oprechte aandacht. Zo ontstaat er vertrouwen.
Ondersteun ouders zodat hun stress vermindert. Zo ontstaat ruimte voor kinderen om te groeien.
Zoek lichtpunten voor ouders, zoals het Jeugdfonds Sport & Cultuur. Meer informatie over het Jeugdfonds vind je hier.
Veel ouders hebben weinig vertrouwen in instanties. Vertrouwen is de basis.
Het verhaal van Brigitte laat zien hoe belangrijk persoonlijke aandacht, vertrouwen en een integrale aanpak zijn voor kinderen en hun ouders. Door ouders te ondersteunen, ontstaat er ruimte voor kinderen om zich optimaal te ontwikkelen. Het Jeugdfonds Sport & Cultuur speelt hierin een cruciale rol door kinderen kansen te geven om te sporten, muziek te maken en culturele activiteiten te doen. Zo krijgen zij meer perspectief en gelijke kansen voor een sterke toekomst.
Wil je ook Meerkracht worden? Klik hier voor meer informatie.
Younes Aknin is wijksportcoach bij Breda Actief en werkt inmiddels bijna vijf jaar in verschillende delen van Breda. Hij organiseert laagdrempelige sportactiviteiten voor jongeren, werkt veel samen met scholen en andere organisaties en helpt kinderen de stap te zetten naar een sportvereniging, ook met ondersteuning van Jeugdfonds Sport & Cultuur Breda. Zelf maakte hij als kind gebruik van een vergelijkbaar fonds en dat motiveert hem nog eens extra om anderen te helpen.
Mijn werk richt zich op activiteiten ná schooltijd en is vooral bedoeld om jongeren te laten bewegen en elkaar te laten ontmoeten op een laagdrempelige manier. Deelnemen is gratis en vrijblijvend, wat ze vaak het duwtje geeft om te komen.
De activiteiten verschillen per groep. Sommigen willen alleen maar voetbal, maar we laten ze ook andere sporten proberen: trefbal, slagbal, kickboksen. Zo leren ze ook iets anders kennen. Naast de sportlessen is het buurthuis een belangrijke plek, zeker als er sprake is van een lastige thuissituatie. Ze kunnen binnen gamen, tafeltennissen of gewoon even hangen. Ze weten dat de deur open staat voor ze.
Younes bouwde in de loop van de jaren een stevige band op met scholen, vooral in de aandachtswijken van Verbeter Breda. Ik bezoek klassen en ouderavonden, deel het weekrooster uit en vertel over wat we organiseren. Ik ben inmiddels een bekend gezicht in de wijken en de scholen, dus dat gaat makkelijk. Via sportcoaches op scholen en de communicatiekanalen van Breda Actief delen we activiteiten en toernooien. Die samenwerking is waardevol, we kunnen makkelijk linken leggen. Als we bijvoorbeeld een groot toernooi organiseren, kunnen we via de scholen snel iedereen bereiken.
Een van de kerntaken van Younes en zijn collega’s is ervoor zorgen dat kinderen actief doorstromen naar een vereniging om structureel te sporten. Wij vinden het ontzettend belangrijk dat kinderen wekelijks sporten en gezond leven. Daarom ga ik tijdens onze activiteiten met ze in gesprek en vraag ik of ze op een sport zitten en wat ze leuk vinden. Als iemand een BredaPas heeft, weet je direct dat ze waarschijnlijk recht hebben op ondersteuning van het Jeugdfonds daarbij. Maar je ziet het soms ook aan dingen als schoenen of kleding. Door zijn nauwe contacten met verenigingen weet Younes wat mogelijk is. Sommige clubs hebben wachtlijsten. Dan kun je adviseren: misschien kun je beter naar een andere club gaan.
Dat directe contact en vertrouwen zijn heel belangrijk.
De stap naar het Jeugdfonds komt regelmatig ter sprake in zijn werk. Vaak weten ouders of jongeren niet dat ze ergens recht op hebben. Dan is het heel belangrijk dat wij dat direct kunnen uitleggen en regelen, zegt Younes. Ouders denken soms dat als je zwemmen doet, je niet nog een andere sport kunt doen. Dan leg ik uit dat beide mogelijk zijn. Dat directe contact en vertrouwen zijn heel belangrijk. Een voorbeeld daarvan is een jongen, nu zestien, die enorm twijfelde over veranderen van club, en die appt me dan gewoon persoonlijk met zijn twijfels. Dat soort vertrouwen tekent de relatie van Younes met de jongeren in de wijk.
Ik check ook regelmatig bij de gezinnen of alles goed gaat, of een kind door wil gaan met de sport of een andere keuze wil maken. Naast voetbal wordt kickboksen steeds populairder, en basketballen nu ook. Leuk voorbeeld is een gezin waarbij de derde dochter intussen ook op volleybal is gegaan. En als het nodig is, los ik een communicatieprobleem voor een gezin op, zoals onlangs bij een zwembad.
Voor Younes betekent sport meer dan alleen bewegen. Sport is een middel om jongeren bij elkaar te brengen. Een uitlaatklep voor emoties. En die grote glimlach op hun gezicht als ze van een training of een wedstrijd komen, dat geeft mij zoveel voldoening, zegt hij. Zeker als het jongeren zijn die het thuis niet breed of makkelijk hebben. Als je dan nét dat extra stapje kunt zetten door het Jeugdfonds, dan is dat ontzettend belangrijk.
Hoe oud ben je? 30.
Wat is je favoriete sport? Vooral de laatste tijd vind ik Padel heel leuk om te doen. En tafeltennissen. Naast voetbal natuurlijk.
Wat is je favoriete liedje? Ik luister geen muziek. Ik ben gelovig, moslim, dus dan luister ik eerder de verzen van de Koran.
Waar ben je trots op in relatie tot je rol als Meerkracht? Als ik zie dat de jongens of de meiden die naar de activiteit komen een glimlach hebben, dat ze plezier ervaren. En in vrijheid lekker kunnen bewegen en zichzelf kunnen zijn.
Wat zou je doen als je 1 miljoen wint? Ik zou mijn ouders steunen. En een groot deel gaat naar een mooi doel. Ik kom uit een gebied in Marokko waar bepaalde basisbehoeftes soms missen, zoals waterputten. Misschien zou ik ook een rondreis maken, Inter Miami gaan kijken. Ik ben een Messi-fan.
Wat gun je kinderen in Breda? Vrij kunnen bewegen, plezier ervaren en het gevoel hebben dat je mee mag doen.
Achter de schermen van Voedselhulp Nunspeet werken Celia en Riekie elke week met enorme betrokkenheid voor inwoners die het financieel moeilijk hebben. Als coördinatoren zorgen zij ervoor dat alles soepel loopt: van inzamelingen bij kerken, supermarkten, scholen en bedrijven tot het aankopen van verse producten, het aansturen van acties en het verbinden van vrijwilligers, bestuur en klanten.
Maar hun rol gaat veel verder dan logistiek.Ze zijn ook Meerkracht voor het Jeugdfonds én intermediair voor het Volwassenenfonds. Dat betekent dat zij aanvragen begeleiden voor kinderen, volwassenen en ouderen die willen sporten of creatief bezig willen zijn, maar daar zelf het geld niet voor hebben. 
“Wij zijn eigenlijk de smeerolie van de organisatie,” vertellen ze. “We zorgen dat klanten goed geholpen worden én dat onze ruim zestig vrijwilligers met plezier en enthousiasme hun werk kunnen doen.”
Inwoners die zich aanmelden bij Voedselhulp Nunspeet kunnen wekelijks boodschappen ophalen. Na een intake en financiële beoordeling wordt gekeken of iemand langer gebruik kan maken van de voedselhulp. Gemiddeld gaan gezinnen naar huis met twee tot drie goed gevulde tassen.
Maar Celia en Riekie kijken verder dan alleen eten. Wanneer blijkt dat mensen vastlopen, helpen ze hen ook op weg naar andere instanties. En juist daar maken het Jeugdfonds en Volwassenenfonds een groot verschil. Waarom sport en cultuur zo belangrijk zijn.
“Kinderen voelen zich erbij horen als ze net als klasgenootjes naar sport kunnen en daarover mee kunnen praten. Ze doen nieuwe contacten op en krijgen meer zelfvertrouwen,” leggen ze uit. “Voor volwassenen geldt hetzelfde. Sommigen hebben beweging hard nodig vanwege hun gezondheid. En veel mensen komen nauwelijks de deur uit, omdat bijna alles geld kost. Het fonds haalt die drempel weg.” Een vertrouwde plek verlaagt de drempel.
Als intermediairs spelen Celia en Riekie een belangrijke verbindende rol. ”Mensen hoeven niet zelf uit te zoeken hoe aanvragen werken of waar ze moeten zijn, dat gebeurt gewoon op de vertrouwde plek bij de voedselhulp. Dat maakt het zoveel makkelijker. Wij helpen stap voor stap en zijn de schakel tussen de klant en de fondsen.”
Hun boodschap aan organisaties en inwoners in Nunspeet is helder: “Je kunt het gezinnen heel makkelijk maken om hun kinderen te laten deelnemen aan sport of cultuur. Het is een relatief kleine moeite, met een enorme positieve impact.” Hun werk gaat verder dan voedselhulp: Celia en Riekie maken meedoen mogelijk voor jong én oud.
Met een aanstek
elijk enthousiasme vertelt brugfunctionaris Peter van Kooten over zijn werkzaamheden. Zo’n 1,5 jaar geleden is hij begonnen als ‘brugger’ op Kindcentrum OPwierde in Appingedam. Sinds een half jaar heeft hij ook BS Farmsumerborg in Farmsum erbij. Elke dag is hij op één van beide locaties aanwezig. “Zichtbaar en aanspreekbaar zijn is ontzettend belangrijk. De ouders moeten vertrouwen in je hebben voordat ze bij je komen en je ook wat voor ze kunt betekenen” vertelt Peter. En soms begint dat gewoon met een paar keer een kop koffie drinken.
Toen hij startte als brugfunctionaris was het eerste wat hij deed contact opnemen met allerlei organisaties die voorzieningen bieden zoals de Voedselbank, het Jeugdeducatiefonds, Stichting Leergeld en uiteraard ook het Jeugdfonds Sport & Cultuur. In het afgelopen jaar heeft hij dan ook zo’n 2 tot 3 kinderen per maand geholpen met een lidmaatschap bij de sport- of cultuurclub. Zelf heeft hij tot zijn 23e gevoetbald en weet dus hoe belangrijk meedoen kan zijn voor een kind. “Uiteraard staat plezier beleven aan iets wat je heel leuk vindt voorop, maar ook gezondheid, integratie en een nieuw sociaal netwerk zijn ontzettend waardevol” volgens Peter.
Wat ouders stress geeft, heeft ook zijn weerslag op het kind. Zowel binnen als buiten de school. Alles waarmee hij ouders kan helpen om die stress te verminderen werkt ook door naar het kind. Ook al is het maar een klein beetje stressvermindering door bijvoorbeeld de contributie van een club te laten vergoeden of het kind van de benodigde kleding/ materialen te voorzien. Veel communicatie met ouders gaat via de app. Dat is erg laagdrempelig. Ook de Jeugdfonds check heeft hij al verspreid via Social Schools. Zo kunnen alle ouders online en anoniem checken of ze mogelijk in aanmerking komen. Natuurlijk gaat hij daarna graag met ze in gesprek om te kijken of er nog meer voorzieningen, hulp of gewoon een luisterend oor nodig is. “Vooral het van waarde kunnen zijn voor een ander is waarom dit werk en deze functie zo mooi is” laat Peter weten.
Het enige wat hij echt frustrerend vindt zijn de vooroordelen die hij soms in zijn omgeving hoort over gezinnen in armoede. Zeker als brugfunctionaris krijg je veel, soms ook hele schrijnende, verhalen te horen. Daarom benadrukt Peter: “Het is zo belangrijk om altijd het verhaal achter de geldzorgen te horen”.
Ben jij brugfunctionaris, leerkracht, schoolmaatschappelijk werker, vertrouwenspersoon of intern begeleider? Word ook Meerkracht! Lees er alles over op onze infopagina voor Meerkrachten.
Judith Kool werkt al sinds de start van het CJG (Centrum voor Jeugd en Gezin) in 2015 achter de schermen van de jeugdhulp in Breda. Ze is geen jeugdprofessional in de klassieke zin, maar wel een onmisbare spil in het werk. Als Meerkracht doet zij alle aanvragen die vanuit haar collega’s binnenkomen die bestemd zijn voor Jeugdfonds Sport & Cultuur. Jaar in, jaar uit, vaak meerdere per week.
De collega’s van Judith gaan op huisbezoek en zien wat er speelt in een gezin. Als er behoefte is aan hulp voor sport- en cultuurlessen, komt Judith in beeld. Zij neemt vervolgens contact op met ouders om alles zorgvuldig door te spreken en de aanvraag te doen. “Ik zorg dat de aanvraag snel en netjes gedaan wordt. Dat ontlast het gezin. Zij hebben vaak al zoveel aan hun hoofd, het is fijn dat we samen met Jeugdfonds daar iets positiefs in kunnen betekenen.”
Voor Judith is het overduidelijk waarom het Jeugdfonds nodig is. “Kinderen moeten kunnen meedoen met hun leeftijdsgenootjes. Zeker in gezinnen waar de zorgen al groot zijn, is het zo mooi dat sport of muzieklessen wél mogelijk worden. Het helpt ze lichamelijk, maar ook mentaal. Kinderen voelen zich minder buitengesloten, maken vriendjes, leren wellicht de taal sneller spreken.” Ze hoort vaak terug hoe blij gezinnen zijn. Ouders sturen appjes, kinderen vertellen enthousiast hoe hun eerste lessen gingen. “Dat geeft mij ook energie. Dan weet je dat je werk zin heeft.”
Kinderen moeten kunnen meedoen met hun leeftijdsgenootjes. Zeker in gezinnen waar de zorgen al groot zijn, is het zo mooi dat sport of muzieklessen wél mogelijk worden. Het helpt ze lichamelijk, maar ook mentaal. Kinderen voelen zich minder buitengesloten, maken vriendjes, leren wellicht de taal sneller spreken.
Uit de vele aanvragen die Judith door de jaren heen heeft gedaan, blijven bepaalde situaties haar bij. Ze laten zien wat meedoen kan betekenen en hoe divers de hulpvragen zijn. Judith vertelt over een meisje dat het thuis heel moeilijk heeft: “Haar moeder is ernstig ziek en zij wordt grotendeels door familie opgevangen. Voor haar was Judo een manier om haar hoofd leeg te maken. De moeder was zó dankbaar en stuurde regelmatig berichtjes dat het hen zoveel hielp.”
Soms is maatwerk nodig. Een meisje dat een hoofddoek draagt, durfde niet naar een reguliere sportschool. “Ze wilde graag fitness in een groep met vrouwen. Haar moeder had een speciale les gevonden. Dat bleek perfect te passen – ze waren zó blij dat het via Jeugdfonds kon.”
Een ander voorbeeld gaat over een jongen van rond de twaalf die kampte met ernstig overgewicht. “Ouders kwamen zelf met een speciale vorm van fitness, waar ook aandacht is voor leefstijl, voeding en gesprekken met ouders. Ik ben dat gaan uitzoeken en het bleek gewoon mogelijk via Jeugdfonds. Heel waardevol voor hem, juist op die leeftijd.”
Judith deed deze week nog een aanvraag voor een jongen die met zijn moeder en oma in de opvang verblijft. “Hij had nog geen contacten, sprak de taal nauwelijks en wilde graag een vechtsport doen. Wat we zien is dat sporten meestal heel goed helpt om vriendjes te maken en je wat meer thuis te gaan voelen.”
Judith benadrukt vooral het belang van duidelijkheid en laagdrempeligheid: “Laat ouders altijd eerst een proefles regelen. Dan weet een kind echt of de les past. Houd het gesprek warm en respectvol. Voor ouders is het al een stap om open te zijn over geldzorgen. Werk zoveel mogelijk samen met collega’s die het gezin kennen. Zij hebben het eerste vertrouwen opgebouwd.”
In veel gezinnen spelen geldzorgen maar het gesprek daarover is niet gemakkelijk. “Er zit vaak schaamte op. Ouders moeten toch vertellen over hun inkomsten, en dat voelt kwetsbaar. Ik probeer altijd duidelijk te maken dat het helemaal niet erg is om hulp te vragen. Het Jeugdfonds bestaat om gezinnen te ondersteunen, het is mooi dat dat kan.”
Judith benadrukt dat het niet alleen gaat om contributie of lesgeld: het Jeugdfonds betaalt ook de benodigde spullen. “Kinderen moeten bijvoorbeeld goed passende sportschoenen kunnen dragen,” zegt ze. “Ouders reageren daar vaak bescheiden op, sommigen vinden het al zo fijn dat de contributie geregeld is en willen niet “overvragen”, maar ze hebben er gewoon recht op!”
Hoe oud ben je? 63 jaar
Wat is je favoriete sport? Tennis. Ik tennis al jaren, speel competitie op vrijdagavond en sta ook in de winter graag op de baan.
Ben je muzikaal? Lacht: “Nee, helemaal niet! Maar ik hou wél heel erg van muziek en ga geregeld naar concerten. Simpy Red en 10cc zijn mijn favorieten.
Waar ben je het meest trots op in relatie tot je rol als Meerkracht? Dat ik hoor dat kinderen het fijn hebben op de club en dat ouders laten weten hoe goed het hen doet. Dat geeft me voldoening.
Wat zou je doen als je een miljoen wint? Een mooie camper kopen en door Europa reizen en dan misschien ook een beetje minder werken om daar tijd voor te hebben.
Wat gun jij kinderen in Breda? Dat ze kunnen meedoen, zich niet buitengesloten voelen en mentaal én fysiek sterker worden door sport.
Karin Verschuren is groepsleerkracht, vertrouwenspersoon én cultuurcoördinator op basisschool Petrus en Paulus in Breda. Al meer dan tien jaar helpt ze als Meerkracht gezinnen bij wie geldzorgen spelen. “Je merkt het aan de kleine dingen. Als een leerling niet meepraat over sport of steeds de gymschoenen vergeet. Dan vermoed ik: hier kunnen we iets betekenen.”
“Ik denk dat het begon toen ik vertrouwenspersoon werd,” vertelt Karin. “In gesprekken met kinderen hoor je meestal veel over hoe het er thuis aan toe gaat. Dat ze niet op sport zitten of geen culturele dingen kunnen doen. Toen zag ik een mail over Meerkracht, las wat het betekende en ik dacht: ‘dát ga ik doen’.”
Karin ziet als ervaren leerkracht snel waar het wringt. “Onze kleuterjuffen zijn daar ook goed in. Zij zien ouders relatief vaak en geven aan mij door voor wie we met Jeugdfonds wellicht iets kunnen doen.” Ze belt ook zelf ouders. “Dat blijft spannend, want ik snap dat er een drempel is, om geldzorgen te bespreken met school. Ik zeg er dan ook altijd bij dat het vertrouwelijk blijft. Meestal zijn ouders juist opgelucht dat er hulp is. Ik ben ook brutaal genoeg geworden om het gewoon te vragen: ‘Wist je dat dit bestaat? Zou het helpen als ik meekijk?’,” vertelt Karin.
Schaamte is volgens haar de grootste hindernis voor ouders om hulp te vragen. “Ouders vinden het nu eenmaal moeilijk om te zeggen dat iets niet lukt.” Ze herinnert zich een moeder die pas na twee jaar hulp durfde te vragen. “Zij en haar man werken allebei fulltime, maar ze kwamen financieel gewoon niet uit. Ze dacht oprecht dat ze geen recht op ondersteuning had, vond dat andere mensen het harder nodig hadden. Ze wilden graag een sport aanvragen, maar kozen uiteindelijk bescheiden voor een zangles omdat dat goedkoper was, ze had alles helemaal uitgezocht. Maar het mooie is dat je zowel sport- áls cultuurles kunt aanvragen. Dus dat doen we nu, en de dochter is helemaal gelukkig!”
Je ziet wat voor extra positieve effecten de ondersteuning
teweegbrengt.
Een ander voorbeeld dat Karin graag aanhaalt: “Een meisje wilde heel graag paardrijden. Moeder was alleenstaand en had een baan en vond het moeilijk om toe te geven dat het niet ging. Uiteindelijk deden we de aanvraag en het lukte. Nu dat meisje op de middelbare school zit check ik nog wel of alles goed loopt, dat er continuïteit is.” De moeder ging later zelfs helpen bij de manege. “Ze is daar vrijwilliger geworden, paarden borstelen, van alles. Dat vond ik zo mooi om te zien. Je ziet wat voor extra positieve effecten de ondersteuning teweegbrengt.”
Voor Karin is het belang van sport en cultuur overduidelijk: “Kinderen hebben verbinding nodig. De wereld is al zo op zichzelf gericht. Als ik zie dat ouders hun kind stilhouden met een schermpje, denk ik: laat ze buiten rennen, tekenen, zingen. Door sport of cultuur leer je omgaan met anderen, samenwerken, lachen. Je hoort erbij.”
Kickboksen, voetbal, dans of toneel, het maakt Karin niet uit. “Kinderen groeien ervan: ze verleggen hun grenzen, openen hun wereld, werken samen naar een doel, spreken af om naar training te fietsen, smeden vriendschappen en ga zo maar door.”
Het moeilijkste vindt Karin de gezinnen die je niet ziet. “Sommigen weten niet dat er hulp is, anderen willen misschien niet gevonden worden. Daarom zetten we elk jaar iets over het Jeugdfonds in de schoolnieuwsbrief en laten zo weten dat mensen bij mij terecht kunnen. Ik zou het fijn vinden als nog veel meer mensen dat zouden doen.” Ze denkt dat ouders elkáár ook goed kunnen tippen op de hulp van het Jeugdfonds. “Ouders kennen elkaars thuissituatie het beste. Ze zien wie nooit meegaat naar een feestje of wie niet naar voetbaltraining kan. Het zou helpen als ouders elkaar wijzen op hulp of eventueel samen de situatie met de leerkracht bespreken. Hoe meer ogen, hoe beter.”
Wat ze ouders wil meegeven? Karin lacht: “Gewoon doen! Er is niks om je voor te schamen. Alles is tegenwoordig duur, iederéén worstelt. Waarom zou je het een kind ontzeggen? Nee heb je, ja kun je krijgen.” Na al die jaren in het onderwijs weet ze: “Kinderen moeten kunnen doen wat ze willen, zodat ze voelen dat alles mogelijk is. Geld moet daarin geen belemmering zijn. Als zij met wat hulp hun talent kunnen ontdekken of buiten hun comfortzone gaan, breekt er een wereld voor ze open, eentje van verwondering, verbazing en verrassing. En dat gun ik elk kind.”
Hoe oud ben je? 54
Wat is je favoriete sport? Zwemmen. In de zomer in het buitenbad, liefst drie keer per week. En in de winter doe ik een rondje binnentraining. Ik hou niet van sporten, maar ik doe het wel.
Wat is je favoriete liedje? The Greatest Showman. Mijn dochter zingt musical en als we samen in de auto zitten, zingen we dat zo hard mogelijk mee.
Waar ben je trots op? Dat ik door de jaren heen echt veel kinderen aan het sporten heb gekregen. En dat het er steeds meer worden.
Wat zou je doen met een miljoen? Boeken kopen, heel veel boeken. Om de wereld te laten zien aan kinderen. Ik geloof oprecht dat als je niet van lezen houdt, je gewoon het juiste boek nog niet hebt gevonden.
Wat gun je kinderen in Breda? Dat ze alles kunnen doen wat ze willen, hockey, musical, paardrijden, rugby, en vooral dat ze zich blijven verwonderen.
Caroline Feliks is coördinator bij Stichting Leergeld Breda en is Meerkracht voor Jeugdfonds Sport en Cultuur Breda. Leergeld helpt kinderen uit gezinnen met geldzorgen met schoolspullen zoals een laptop, grafische rekenmachine of een fiets. Ook doet Caroline, waar nodig, aanvragen voor sport of cultuur bij het Jeugdfonds Sport & Cultuur Breda. “Ouders en verzorgers kunnen zo het beste aan hun kind geven, en elk kind kan meedoen.”
“In samenspraak met scholen regelen wij vanuit Leergeld alles wat een kind nodig heeft om naar school te kunnen. We doen ook aanvragen bij andere fondsen, bijvoorbeeld voor een beugel of een verjaardagsbox.” Vanuit haar rol als Meerkracht doet Caroline daarnaast heel veel aanvragen per jaar voor sport- en cultuurlessen. Leergeld en het Jeugdfonds werken nauw samen. De systemen zijn rechtstreeks gekoppeld, waardoor aanvragen soepel doorlopen.
Leerlingen zitten veel achter een laptop, op school én thuis, maar het is minstens zo belangrijk dat kinderen ook bewegen en buiten spelen. “We kijken dan ook goed of een eigen laptop echt nodig is en of het wellicht voor het basisonderwijs tijdelijk ook vanuit school kan,” zegt Caroline. Ook bij fietsen kiest Leergeld voor duurzaamheid. “We hebben een slim inruilsysteem, zodat kinderen altijd de juiste maat hebben. Dan zijn ze er hopelijk ook zuiniger op. En zo kunnen we met hetzelfde budget meer gezinnen helpen.”
Gezinnen weten Leergeld steeds beter te vinden. “De brugfunctionaris op diverse scholen speelt hier mede een belangrijke rol in. En onze fietsinzamelacties op scholen zorgen voor fietsdonaties én extra bekendheid. Leergeld wordt ook duidelijk genoemd in de Bredapas-brief. We trekken samen met het Jeugdfonds op in communicatie. We verschenen bijvoorbeeld samen met de gemeente in artikelen van BredaVandaag over onze samenwerking op het gebied van sport en cultuur.”
“Het mooiste van dit werk is dat je mensen een extra zetje kunt geven,” zegt Caroline. “Oordeelloos helpen om hun leven ietsjes makkelijker te maken. Meedoen op school en met sport en cultuur betekent samen met andere kinderen zijn, beter Nederlands leren, iets doen wat je leuk vindt, talent ontwikkelen en lekker bewegen. Kickboksen is erg populair: je leert er op een goede manier van je afbijten en voetbal blijft favoriet omdat je het sámen doet.” Caroline let er wel goed op dat gezinnen zichzelf niet overvragen. “Brengen en halen kost tijd, dat moeten we realistisch houden.”
Het mooiste van dit werk is dat je mensen een extra zetje kunt geven.
Caroline vindt het belangrijk dat organisaties elkaar goed versterken, zodat ouders niet van het kastje naar de muur gaan. “Voorlichting helpt, steeds meer scholen en organisaties weten ons te vinden.” Als organisaties goed samenwerken, geeft dat rust voor de gezinnen. “Wij kennen samen de basisvoorzieningen en weten wat je waar kunt aanvragen, ook bij grote overgangen van basisschool naar voortgezet onderwijs of als een kind 18 wordt.” Toch ziet Caroline nog drempels: “Sommige ouders denken dat ze geen recht meer hebben op hulp zodra ze gaan werken of geen Bredapas meer hebben. Daar zitten we actief achteraan.”
“Voor Meerkrachten zou ik zeggen: ken de clubs, weet wat er speelt en check of de aanbieder past bij het kind. Volg aanvragen goed op. Laat kinderen eerst een proefles doen, zodat je zeker weet dat het haalbaar is voor het gezin. Luister goed naar wat bij het gezin past. En tegen ouders zou ik willen zeggen: probeer dingen uit, kijk op de website www.sportencultuurintrobreda.nl, laatst zag ik zelfs circusles! Denk ook eens aan kickboksen of judo, dat helpt bij gezond zelfvertrouwen.”
Soms helpt ze ouders over drempels, bijvoorbeeld om naar een ouderavond van een club te gaan. “We werken met een kleine groep vrijwilligers die ook huisbezoeken doen. Dat persoonlijke contact is belangrijk.” Bij herhaalaanvragen stimuleert Caroline ouders om zelf de aanvraag te doen. “Het proces is eenvoudig en Jeugdfonds checkt alles goed, dus je doet eigenlijk nooit iets fout. En als het toch te spannend is, pak ik het over.”
“Een meisje doet via ons karatelessen en stuurt mij altijd vol trots foto’s van haar medailles na een wedstrijd,” vertelt Caroline. “Al jaren vraagt Leergeld voor haar sport aan bij het Jeugdfonds en haar inzet is enorm. Ook ken ik een moeder wiens droom het was om piano te spelen, en nu kunnen allebei haar kinderen dat doen. Dat vind ik echt geweldig.”
Hoe oud ben je? 62
Wat is je favoriete sport? Ik kom uit een handbalfamilie. Mijn ouders leerden elkaar kennen bij handbal en mijn zussen en ik speelden jarenlang. Ik heb ook yoga gedaan, kijk tegenwoordig ook naar snooker, luister naar Langs de Lijn en speel bridge als denksport.
Wat is je favoriete liedje? Hangt van mijn stemming af. Als ik me minder voel, luister ik ‘Tyrone’ van Erykah Badu. In de auto ‘The Final Countdown’ van Europe. En het liedje van mijn man en mij is ‘All for Love’ van Bryan Adams, Rod Stewart en Sting.
Waar ben je trots op? Dat ik ouders letterlijk en figuurlijk in beweging kan zetten: de drempel overstappen om aan te kloppen.
Wat doe je met een miljoen in de loterij? Dan zou ik nog meer doen met de microkredieten van Wakibi – mensen helpen met een kleine lening van 25 euro, of dan eens meer.
Wat gun je kinderen in Breda? Dat ze het gevoel hebben dat ze erbij horen, dat ze er mogen zijn.
Iris Honcoop is jeugdverpleegkundige bij de GGD Breda en werkt met nieuwkomerskinderen: jongeren en gezinnen uit het buitenland die zich net hebben ingeschreven in de gemeente. Ze ziet van dichtbij hoe belangrijk het is dat kinderen snel hun plek vinden, ook buiten school. Sport, zwemles of andere activiteiten helpen daarbij en daarvoor schakelt ze Jeugdfonds Sport & Cultuur Breda in.
Ik werk vanuit de GGD ook op scholen, doe huisbezoeken en heb veel contact met de Internationale Schakelklas (ISK). In die eerste periode dat een gezin of kind hier is, probeer ik een warm welkom te geven en te kijken wat er allemaal speelt. Gezinnen zijn vaak nog druk bezig met onderdak, spullen, financiën. Vluchtelingenwerk is daar meestal al mee aan de slag. Ik kijk vooral naar de ontwikkeling van de kinderen. Lichamelijk is er meestal niets aan de hand, maar psychisch zie ik veel. Kinderen hebben soms een oorlog meegemaakt, zijn hun familie kwijt, leven in overlevingsstand. Dan is hun lichaam hier, maar hoofd en hart nog ergens anders.
Al vanaf mijn inwerkperiode kwam ik in aanraking met het Jeugdfonds. Voor gezinnen in armoede, en bij nieuwkomers is dat bijna altijd het geval, hoort het er gewoon bij dat we dit aanbieden. En het is ook supergoed voor hun inburgering: meedoen helpt ze sneller de taal leren, talent ontwikkelen, vriendjes maken. En daar heeft de hele maatschappij iets aan. Zwemles is heel belangrijk, zeker met al dat water hier. Bij pubermeisjes vraagt dat soms extra aandacht, vanwege religieuze overtuigingen. Daar moeten we met elkaar oplossingen voor vinden.
Het is ook supergoed voor hun inburgering: meedoen helpt ze sneller de taal leren, talent ontwikkelen, vriendjes maken. En daar heeft de hele maatschappij iets aan.
Ik zie dat sporten enorm helpt. Fysieke inspanning is mentale ontspanning – dat leg ik jongeren ook uit. Vooral bij kinderen die boosheid met zich meedragen, bijvoorbeeld door wat ze hebben meegemaakt, kan sport helpen. Zoiets als boksen is dan een perfecte uitlaatklep. En op zulke sportplekken komen allerlei culturen samen, dat is goed voor de verbinding. Ik had een jongen die ging fitnessen, dat was niet dichtbij, maar hij ging trouw op de fiets, nog beter voor zijn gezondheid. En een Syrisch meisje dat ging tennissen. Die sport wordt niet vaak aangevraagd, maar met hulp van het Jeugdfonds konden we dat makkelijk regelen. Ook de spullen kreeg ze via een waardebon.
Ik benoem het Jeugdfonds standaard in al mijn gesprekken. Gezinnen die de taal machtig zijn, laat ik meestal zelf een proefles aanvragen. Dat vergroot hun betrokkenheid. Bij anderen doe ik het samen. En als iemand twijfelt, vraag ik of ze er nog even over willen nadenken. Als ze het later nog steeds willen, weet ik dat de motivatie echt is. Het zijn kleine stappen die ervoor zorgen dat kinderen gaan meedoen, zich ontwikkelen en zich thuis voelen. Ik krijg daar echt voldoening van.
Ik zie het ook als mijn taak om collega’s en netwerkpartners op scholen te vertellen over het Jeugdfonds. Ik deel succesverhalen. Het leven is duur en de drempels zijn soms hoog. Maar juist dan is het zó waardevol dat er zoiets is als het Jeugdfonds zodat we gezinnen kunnen helpen en kinderen meer kansen kunnen geven. Zeker bij nieuwkomers vind ik het extra bijzonder dat we op deze manier iets positiefs kunnen bijdragen aan hun start in Nederland.
Hoe oud ben je? 36 jaar
Wat is je favoriete sport? Basketbal, dat heb ik vroeger veel gespeeld. En ik ga nog steeds graag naar pleintjes.
Wat is favoriete liedje? Ik hou van R&B Classics, jaren negentig.
Waar ben je trots op in relatie tot je rol als Meerkracht? Ik ben trots op dat ik laagdrempelig toegankelijk kan zijn voor nieuwkomers die hier hun hele leven opnieuw moeten opbouwen.
Wat doe je als je 1 miljoen wint? Een echt heel goed surround muzieksysteem in mijn huis inbouwen! En een wereldreis maken met mijn kinderen: een jaar van school meenemen en dan zelf lesgeven.
Wat gun jij kinderen in Breda? Ik gun alle kinderen een veilig fijn geborgen gevoel thuis, dat staat echt bovenaan.
kinderen en jongeren werden in 2024 via ons lid van een club.
kinderen en jongeren werden in 2024 via ons lid van een sportclub.
kinderen en jongeren werden in 2024 via ons lid van een cultuurclub.
uitgegeven sport- en cultuurattributen in 2024.