Nieuws

De 13-jarige Xavier zit weinig stil. Hij heeft veel energie en beweegt graag. ‘Ja lekker! Ik ben graag actief. Ik dans, ik zwem en dat doe ik allebei vrij fanatiek. Ik word er blij van.’ Moeder beaamt dat volmondig. ‘Toen Xavier 2 of 3 jaar was gingen we altijd met hem rondjes rennen, dan kon hij zijn energie kwijt. En nu nog steeds is hij iedere dag bezig. Alleen op zondag heeft hij vrij.’

Xavier woont met zijn ouders en twee zussen in Houten. Het gezin maakt geen gebruik van hulp van het Jeugdfonds. Moeder Linda: ‘Maar we zijn wel een gezin dat sporten belangrijk vindt en daarom de mogelijkheden gebruikt om in aanraking te komen met de verschillende sporten.’ Een actieve familie dus. Linda is zelf ook opgegroeid in een zwemfamilie waarbij haar ouders zwommen, actief waren bij de club en optraden als wedstrijd official. ‘Eigenlijk waren we altijd in of rond het zwembad te vinden. Toen ik zelf moeder werd, ging ik ook weer zwemmen en nam de kinderen mee. Zo lagen ze alle drie al heel jong in het water, voorzien van alle diploma’s. Zo is de stap naar wedstrijdzwemmen heel klein.’

Xavier is nog steeds een enthousiaste zwemmer. ‘Superleuk. Het is geen teamsport maar we hebben het als groep toch heel leuk samen. We juichen voor elkaar en willen dat iedereen een snelle tijd zwemt. Natuurlijk ben je ook elkaars concurrenten, maar dat is alleen in het water. Daarbuiten is het heel gezellig.’ Wat leuk is aan zwemmen? ‘Dat je je best doet om iedere keer beter te worden. Je zwemt eigenlijk voor jezelf. Ik wil iedere keer sneller aantikken.’

Sociale element belangrijk

Linda vindt het belangrijk dat haar kinderen actief zijn. ‘Ik ben er zelf ook mee opgegroeid, voor mij is het logisch om lid te zijn van een club. Naast de sportieve prestaties; het gezonde bewegen en bezig zijn, is er nog een ander belangrijk aspect. Het sociale element, het samen sporten en bezig zijn met vrienden, is erg belangrijk. Je leert zo rekening houden met elkaar, samenwerken, vriendschappen sluiten en je hebt het gezellig.’ Xavier vult aan: ‘De club voelt als familie.’

Hoofd leegmaken

Xavier: ‘De club voelt als familie’Naast zwemmen is er nog een andere naschoolse bezigheid waar veel tijd en passie in gaat zitten; het dansen. Xavier begon twee jaar geleden met breakdance en moderne dans. ‘Eigenlijk omdat mijn zus in de selectie danste en ik al die moves wel tof vond. Ik was de enige jongen die toen ging dansen. Nee dat was niet gek. Ik voelde me direct thuis en welkom en de meiden vonden het wel interessant geloof ik. Ik keek ook vaak YouTube-filmpjes met dans en zag dat dan helemaal in mijn hoofd. Zo ging ik thuis oefenen en werd al snel beter. Na een jaar kwam ik in de selectie en dat betekent twee keer in de week trainen en af en toe optreden of een show. . Als ik dans vergeet ik alle andere dingen. Het is lekker om zo mijn hoofd leeg te maken. En wat ik ook merk; ik kan er energie in kwijt, maar krijg er ook energie van. Ik ben niet voorzichtig met mijn lichaam, maar tijdens het dansen heb ik controle. Ik heb tijdens het voetballen vroeger vaker een blessure gehad. Als ik dan niet kon sporten werd ik echt chagrijnig en voelde me niet goed. Daaraan merk ik dat sporten en bewegen goed voor me zijn. Ik ben er ook zes dagen in de week mee bezig. Dat is best een druk schema naast mijn school, maar ik vind het superleuk.’

Uren dansend doorgebracht

Linda vertelt dat het hele gezin gegrepen is door het dansen. ‘Tijdens de lockdown ontdekten we de video game Just Dance. Dat werd natuurlijk een leuke competitie met z’n allen. We hebben zo heel wat uren dansend doorgebracht. Belangrijk tijdens al dat binnen zitten. Ik vind het leuk om Xavier zo enthousiast te zien dansen. Ook hoe ze met elkaar omgaan in de groep is fijn om te ervaren. Ik heb zelf als kind gemerkt, en zie dat ook bij mijn eigen kinderen hoe belangrijk het is om actief te zijn met sport of cultuur. Om te groeien, in vele opzichten. Dat zou ieder kind in Nederland moeten kunnen meemaken.’

Lees en bekijk meer

‘Ons hele gezin is er beter van geworden’ Marianna weet het zeker. ‘Sporten doet mijn kinderen heel veel goed. Ze groeien, zowel fysiek als mentaal en daardoor is het thuis ook echt gezelliger! En ook ik, als moeder, heb hierdoor een leuker leven gekregen. Ik gun iedereen dus een fantastische sportclub.’

Moeder Marianna ‘De club veranderde ons leven’Marianna heeft vier kinderen. De oudste is 21, de jongste 10. ‘Dat is een hele kluif, vooral als je, in periodes, alleen bent. Ik heb atletische, actieve kinderen, met veel energie. Ik zeg wel eens: die moeten, net als honden, ook uitgelaten worden. Zij hebben behoefte aan beweging. Anders worden ze chagrijnig en dipperig. Gaan met elkaar lopen klieren. Als je het financieel niet breed hebt dan is de contributie van een club een hoop geld, zeker met meerdere kinderen. Daarom ben ik blij dat ik ooit de stap zette om hulp in te roepen. Nooit spijt van gehad; het heeft ons gezin zoveel gebracht!’

Kinderen leren zichzelf kennen

‘Door sport kunnen kinderen op een veilige plek hun energie kwijt. Onder begeleiding hun grenzen verleggen. Ze leren zichzelf kennen, op allerlei manieren. Ik heb ervaren dat hun concentratie beter wordt. Het gaat beter op school, zowel met leren als met vriendjes. Ook slapen ze weer lekker. Maar niet alleen het sporten zelf heeft effect, ook het lid zijn van een club heeft veel voordelen. Mijn jongste Nigel zit op atletiek. Dat is zo’n leuke club! Jong en oud trainen samen, meisjes en jongens door elkaar. Alle niveaus zitten bij elkaar in een team. Iedereen moedigt elkaar aan, is bij elkaar betrokken.

Atletiek is leuk omdat je steeds beter kunt worden dan je vorige tijd of afstand. De uitdaging met jezelf is er altijd. Je leert ook dat oefenen zorgt dat je beter wordt. Dat je ergens iets voor moet doen om resultaat te behalen. Jezelf oppeppen om iets te bereiken is een essentiële ervaring. Maar ook over je eigen angsten en grenzen heen leren stappen zal in je verdere leven nog van pas komen. Merken dat je een slechte dag kunt hebben is leerzaam. Leren verliezen, maar ook leren winnen zijn belangrijke levenslessen. Samenwerken, je ergens aan verbinden, maar vooral ook lol hebben en ergens bijhoren zijn allemaal aspecten die voor mij verbonden zijn met sport.’

Nigel (10) is drie maal per week op de atletiekbaan te vinden. ’Hartstikke leuk. Lekker rennen en lol maken met mijn vrienden. Natuurlijk heb ik ook wel eens geen zin, als het slecht weer is of zo, maar meestal vind ik het heel leuk. In het weekeinde lopen we wedstrijden. Elke keer probeer ik beter te worden. Op de club juichen we allemaal voor elkaar. Dat is fijn. Later wil ik naar de Olympische Spelen. Daarom train ik nu zo hard. Mijn held is Usain Bolt. Ik heb hem in het echt ontmoet, dat was heel mooi. We hebben samen gerend. Hij zei tegen me dat ik te hard liep. Dat hij me niet bij kon houden omdat hij een oude man is. Ja ik kon wel met hem praten want ik spreek best goed Engels.’

Mijn hoofd denkt: sneller, sneller sneller

’Ik zie het aan Nigel. Een kind dat altijd de eerste wil zijn. Alles is voor hem een wedstrijdje. Hij rent met zijn broers naar de auto. Wie is er het eerst? Hij is op de atletiekbaan dus helemaal op zijn plek. Hij is Nederlands kampioen geworden. Een geweldige prestatie. Maar voor hem onvergetelijk is de ontmoeting met zijn idool Usain Bolt. Zij speelden samen in een commercial voor Allianz Direct. Waanzinnig. Hier zal hij zijn hele leven trots op terugkijken. Allemaal kansen die voortgekomen zijn uit het lidmaatschap van een sportclub.

Hij is eigenlijk een bescheiden en verlegen jongetje. Maar door atletiek heeft hij meer zelfvertrouwen gekregen en durft hij zichzelf te laten zien. Hij is trots op zijn prestaties en zit lekker is zijn vel. Dat is toch fantastisch? Toen hij zeven was zei hij: Als ik ga rennen voel ik mijn lijfje niet meer. Mijn hoofd denkt alleen maar sneller, sneller, sneller. Ik voel geen pijn, ben niet moe. En als ik over de streep kom voel ik me geweldig! Dat is dus het effect van sport.’

Ik kwam weer het huis uit

’Mijn leven is ook veranderd door de sportclub. Ik zat in die periode zelf in een sociaal isolement. Zag niet veel mensen. Was veel thuis. Weinig geld hebben betekent automatisch keuzes maken. Boodschappen of de wasmachine repareren. De huur of de auto. Het is altijd een afweging. Zomaar iets leuks doen is er niet bij. Toen ik ook betrokken raakte bij de atletiekclub kreeg mijn leven weer een nieuwe impuls. Ik ontmoette andere ouders, was weer het huis uit. Werd ook zo blij van die enthousiaste kinderen. Iedereen rende lekker buiten, had het fijn met elkaar. Ik heb daar ook mijn plek gevonden. Dus mijn tip voor andere ouders: aarzel niet, voel geen schroom om hulp in te roepen. Het kan zoveel effect hebben. Het hele gezin kan er baat bij hebben.’

Meer over atletiek via het Jeugdfonds

Monique is moeder van vier jongens tussen de vijf en twaalf jaar. Een hele kluif. ‘Maar vooral ook heel leuk en gezellig! Ik ben inmiddels echt een jongensmoeder geworden.’ Monique doet alles voor haar kinderen. ‘Natuurlijk! Wij wringen ons in alle bochten om onze jongens te geven wat ze nodig hebben. Vooral het erbij horen, het clubgevoel, gunnen we ze allemaal.’

Jeugdfonds Sport & Cultuur - Moeder Monique ‘Hij hoorde er direct bij’Oudste zoon Lars is zijn hele leven al gek van voetbal. ‘Hij staat ermee op en gaat ermee naar bed. Hij kijkt YouTube filmpjes van zijn idolen en probeert de moves na te doen. Hij bestudeert alle tips en trucs van de profs en hij geeft zich helemaal voor de sport.’ Maar met vier zonen is lid worden van een club een dure aangelegenheid. Zeker omdat drie van de vier kinderen een rugzakje hebben en op het speciaal onderwijs zitten. Dat betekent concreet dat ze in Hoogeveen naar school gaan, in plaats van in de woonplaats Coevorden. Dat is extra reistijd en weinig klasgenoten en vriendjes in het dorp. ‘En doordat ze met een busje gehaald en gebracht worden, kijken de andere kinderen er met scheve ogen naar. Ze zijn toch anders, een uitzondering. Zo zien wij ze niet, maar zo wordt er vaak wel naar ze gekeken. Juist daarom is een club zo belangrijk. Daar horen ze erbij. Dan zijn ze een lid van het team en belangrijk in het grote geheel.’

Schouderklopjes en complimenten

‘Lars is een talentje. Hij is een enthousiaste spits en voetbalt het liefst de hele dag. Hij is goed, maar heeft in zijn jeugd een trauma opgelopen. Daardoor is hij nog steeds kwetsbaar. Dat betekent ook dat hij gevoelig is. Kinderen voelen dat feilloos aan. En niet ieder kind kan daar goed mee omgaan. Daarom is een fijne, veilige club essentieel. Een plek waar hij gezien wordt en zichzelf kan zijn. Hij voetbalt nu bij een academy waar hij schouderklopjes krijgt en complimenten. Ik zie hem groeien! Vanochtend staat hij vrolijk naast zijn bed en zegt: Leuk mama, vanavond mag ik weer! Hij wordt er blij van. Krijgt zelfvertrouwen en wordt daardoor ook een fijner jochie. Ik gun het hem zo dat hij hier op zijn plek is, vrienden maakt en deel uit gaat maken van de groep. Hij heeft namelijk heel lang niet zo positief gedacht over zichzelf. Ik kan het vast niet, zei hij dan. Of Ik hoor er niet bij. Dat breekt je hart als moeder. Daarom ben ik nu zo blij dat hij zich verheugt op de training, op het contact met de andere jongens. Dat hij gezien wordt, dat hij in zichzelf gaat geloven, dat is de meerwaarde van een club. Natuurlijk is het ook belangrijk dat hij sport, dat hij beweegt. Dat is gezond. Maar ook het andere stuk, dat sociale, vind ik heel belangrijk! De trainer zegt over hem; Kijk daar heb je onze Ronaldo. Dat is toch geweldig? Mijn man en ik werken allebei, dus het is een hoop georganiseer met vier kinderen. Maar sporten zullen we altijd proberen in te vullen.’

Voetbal is het gespreksonderwerp thuis

‘Wij zijn als gezin al jaren fan van FC Emmen. Dit jaar is dus een fantastisch jaar met de promotie. Dit maak je maar een keer in je leven mee, zeg ik steeds. Kinderen tot 8 jaar kunnen gratis lid worden van deze club. Oudere kinderen tegen een klein bedrag. Daarvoor organiseert FC Emmen veel activiteiten. Op de foto met de kampioensschaal bijvoorbeeld. Hoe leuk is dat? Ik help vrijwillig achter de bar en zo zijn we met het hele gezin betrokken bij de voetbalclub. Voetbal is dus duidelijk een gespreksonderwerp bij ons thuis.’

Mogelijkheden aangrijpen

‘De gymleraar bij Lars op school. Dat is onze held. Die was intermediair voor het Jeugdfonds. Die kende Lars door en door, wist wat hij nodig had. Maar wist ook wat wij nodig hadden. Geld om de contributie te betalen. Hij bracht ons in contact met het Jeugdfonds Sport & Cultuur en zo is het balletje gaan rollen. Natuurlijk is het niet leuk om je hand op te houden. Maar wij doen alles om ons gezin draaiende te houden, en ik ga tot het uiterste om mijn kinderen gelukkig te maken. Dus als die mogelijkheden er zijn… Ja dan grijp ik die met beide handen aan. Ik maak daar ook geen geheim van. Lars zelf doet ook niet moeilijk. Die zegt openlijk: Ieder kind kan sporten! Daar is een fonds voor. Mooi toch?’

Lees meer over Kies een club

Muriel bleef na de scheiding van haar man achter met een hoge belastingschuld en vijf kinderen. Twee stiefdochters zijn inmiddels volwassen en het huis uit. Ze woont nu met haar drie zonen van 16, 15 en 11 en haar dochter van 14. Drie jaar lang zaten ze in de schuldsanering en moesten rondkomen van 90 euro in de week. Gelukkig is het gezin er weer helemaal bovenop.

‘Ik had ook last van schaamte, bijvoorbeeld de eerste keer bij de Voedselbank.’Echtscheiding, je baan kwijtraken: armoede zit soms in een klein hoekje. Muriel: “Ik had een goede baan bij een bank maar werd overbodig verklaard. Ik kwam thuis te zitten met een goede regeling en was van plan om me om te laten scholen tot leerkracht. Toen bleek ik zwanger, het huwelijk liep op de klippen. Ik kon geen baan vinden die te combineren was met mijn grote gezin. En ik zat met een belastingschuld die op mijn naam stond. Ik heb dat niet goed vast laten leggen, dat was niet handig. Mijn ex weigerde verantwoordelijkheid te nemen dus ik draaide overal voor op.”

Niet bij de pakken neerzitten

Via school leerde Muriel iemand kennen die bij Humanitas werkt en haar verder hielp. “Gelukkig was de schuldensituatie heel overzichtelijk,” zegt Muriel. “Het ging maar om één schuld. Om eruit te komen ben ik de schuldsanering ingegaan. Dat was heel zwaar maar wel overzichtelijk: na drie jaar zou ik ervan af zijn. Ondertussen moesten we met z’n zessen van 90 euro in de week rondkomen. Wat koop je daarvoor? Het was steeds heel goed opletten. Gelukkig had ik mensen om me heen die meedachten of die bijvoorbeeld kleding voor de kinderen hadden of ons aanboden mee te eten. Mijn ouders steunden ons ook enorm maar je moet goed oppassen met wat je wel en niet kunt aannemen als je een uitkering hebt. Ik lag ’s nachts regelmatig wakker, piekeren hoe het verder moest. Maar iedere dag was er een op weg naar een toekomst zonder schulden. Ik kon er gelukkig goed over praten met mijn ouders en familie, we zijn heel hecht. Ook mijn vriendinnen hebben me gesteund, die hadden zelfs bewondering voor hoe ik het deed. Ik kon me niet veroorloven bij de pakken neer te gaan zitten want ik moest voor mijn kinderen zorgen.”

De eerste keer bij de Voedselbank schaamde ik me

Rondkomen van 90 euro in de week is een vrij onmogelijke opgave met vijf opgroeiende kinderen. Muriel: “Ik kwam helemaal niet uit met het geld. Mijn contact bij Humanitas zei ‘je moet gewoon naar de Voedselbank gaan’. Dat was zo’n enorme drempel. Ik had altijd een goede baan bij de bank gehad en toen stond ik daar. Ik heb het gedaan omdat ik echt niet meer wist hoe het anders moest. Ik kwam daar de eerste keer en het was daar zó gezellig. Iedere vrijdagavond konden we het pakket afhalen. De vrijwilligers zorgden dan voor koffie en limonade, echt een uitje. Thuis pakten we het uit alsof het een kerstpakket was, we maakten er een feestje van: wat zit er nu weer voor lekkers in? Ik heb het er later nog wel eens met de kinderen over gehad. ‘Wij waren toch niet arm?’ was hun reactie. Zij hebben er zelf blijkbaar nooit last van gehad. Dat beschouw ik als een compliment voor mezelf. Het meest ingewikkelde aan armoede was dat ik zo vaak nee moest verkopen aan de kinderen.”

Mee blijven doen

Kunnen sporten en bewegen was belangrijk voor de kinderen en dat hebben ze altijd kunnen doen. “Onze kinderen zaten al jong op clubs. Ze konden eerder voetballen dan lopen,” lacht Muriel. “In Aalten is een goed armoedebeleid, er is een ‘Meedoenpact’ waar het Jeugdfonds in zit. Richard Jongetjes vertelde me over het Jeugdfonds en heeft het voor me aangevraagd. Zo konden mijn kinderen blijven voetballen en dansen. Mijn zonen voetballen op hoog niveau, die van 15 is zelfs geselecteerd voor Jong Oranje en voetbalt bij de Graafschap. Mijn dochter doet aan hiphop en zit ook in een selectie met optredens door heel het land. Ik ga alleen naar de thuiswedstrijden van mijn zoons, samen met mijn vader want ik heb geen auto. De uitwedstrijden zijn te duur.  Gelukkig kunnen de zoons met de busjes van de voetbalclubs naar uitwedstrijden.”

Inmiddels is de belastingschuld afbetaald en is het gezin uit de schuldsanering. “Zo fijn. Ik heb het heft weer in eigen handen, ben niet afhankelijk meer. Die controle op alles wat je doet en laat in je leven vond ik zwaar. Je moet steeds met de billen bloot. Overal verantwoording voor afleggen. Ik heb wel gemerkt hoe belangrijk het is om actief en betrokken te blijven. Ik heb altijd veel vrijwilligerswerk gedaan.”

Iets terugdoen

Muriel is inmiddels aan het werk in de thuiszorg. Daarnaast is ze buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand en doet huwelijksvoltrekkingen – ‘mijn hobbybaantje’ – en is vrijwilliger bij initiatieven om mensen in armoede bij te staan. Haar boodschap aan andere ouders: “Praat erover. Schaam je niet. Ik had ook last van schaamte, zoals die eerste keer bij de Voedselbank bijvoorbeeld. Echt: praat er over! Hoe moeilijk het soms ook is, zeg het gewoon als je ergens geen geld voor hebt. Ik kreeg steun uit onverwachte hoeken. Met Sinterklaas bijvoorbeeld stond er ineens een zak cadeautjes voor de deur. Ik weet nog steeds niet van wie, daar kan ik nu nog van volschieten. Maar mensen moeten wel weten dat je hulp nodig hebt. Armoede kan iedereen overkomen. Ik heb wel het idee dat het taboe er een beetje af aan het gaan is. En weet je, je houdt niet alleen je hand op, je kunt later ook wat terugdoen. Daarom ben ik vrijwilliger bij meerdere projecten om mensen in armoede te helpen. Ik had die hulp ook ooit nodig maar kan nu iets teruggeven.”

Maxi Hager en haar zoon van 7 zijn een paar keer per week bij A.S.C. De Volewijckers te vinden, dé voetbalclub van Amsterdam-Noord. Als alleenstaande moeder met een klein inkomen, kon ze de contributie niet betalen. Gelukkig kreeg ze hulp van het Jeugdfonds. ‘Niet twijfelen, gewoon om hulp vragen’.

Maxi en haar zoon

“Mijn zoon is al lang lid van de club, maar voetbalt pas sinds kort. Hij werd vlak voor de lockdown lid, van voetballen kwam dus niet veel. Na een paar maanden mochten de kleintjes gelukkig weer het veld op maar toen was er geen trainer. Toen ben ik ze gaan trainen. Ik had vanaf de zijlijn vaak genoeg staan kijken en met die kleintjes is het niet zozeer techniek maar vooral lekker bezig zijn. Inmiddels is er een nieuwe trainer maar ik ben nog steeds hulpcoach,” lacht Maxi.

300 euro is een smak geld

“Door corona raakte ik werkeloos, sindsdien moeten we rondkomen van een uitkering. Dan is €300 contributie per jaar een smak geld. Ik had gewoon hulp nodig. Via een ouder op school hoorde ik van het Jeugdfonds. De school doet dat heel goed, ze laten regelmatig weten dat het fonds kan helpen als je geen geld hebt om een club te betalen. Via A.S.C. De Volewijckers werd de aanvraag snel geregeld. Nu betaalt het fonds de contributie. Ik ben er hartstikke blij mee. Mijn zoon is helemaal gek van voetbal. De club betekent alles voor hem. Hij heeft zoveel lol op het veld, kijkt er altijd naar uit. We gaan wel drie keer in de week en soms nog vaker. Soms zeg ik voor de grap wel eens ‘als je moe bent, kunnen we wel thuisblijven’, dan moet je die ogen zien…Het mooiste is sporten in teamverband, vind ik. Alle sporten zijn goed maar een teamsport biedt toch wat extra’s. Hij heeft echt iets aan zijn clubgenoten. Ze spelen bij elkaar, komen op elkaars verjaardagen. En dat niet alleen, het is ook super leerzaam. Hij leert veel van het spelen in een club. Soms win je, soms verlies je. Je moet elkaar wat gunnen, samenwerken. Ook heel goed voor later.”

Kijken naar mijn kind dat plezier heeft

Niet alleen Maxi’s zoon is blij met de club. Maxi is dat zelf ook. “Mijn zoon is mijn allesie. Als ik hem blij en gelukkig zie, ben ik dat ook. Soms zeggen ouders ‘is het niet een beetje veel, steeds heen en weer fietsen naar de club’. Maar het is voor mij geen enkele moeite. Integendeel. Ik mag dan een uur lang kijken naar mijn kind dat plezier heeft. Hartstikke mooi toch? In de weekenden zijn er wedstrijden. Ik heb zelf geen auto maar dat is nooit een probleem. Ik kan altijd met andere ouders meerijden. We spreken bij de club af en zorgen dat iedereen meekan. We hebben een goed team, het wordt altijd geregeld.”

Doen! Gewoon doen!

“Weet je, als je hulp nodig hebt, moet je er gewoon om vragen. Niet twijfelen, gewoon doen!” zegt Maxi. “Het geeft je rust, je hebt weer een zorg minder. Het is voor kinderen zo fijn en gezond om buiten school iets met andere kinderen te doen. Daarom werk ik graag mee aan dit interview. Als ik een andere ouder de drempel over kan helpen, is dat alleen maar beter voor het kind.”

Lees meer

Kies ook een club!

We ontmoeten vader Moustafa op Tennispark Sloterplas in Amsterdam waar zijn vier kinderen meedoen aan een Grand Slams for Kids evenement. Alle vier de kinderen zijn dol op tennis, spelen al vanaf hun 4e jaar en nemen de sport serieus. Het liefst zouden ze een aantal keren per week les nemen. 

Vader Moustafa: 'Alles voor de sport!'Het gezin komt oorspronkelijk uit Egypte, waar de kinderen ook al les kregen. Moustafa: “De kinderen hebben zelf gekozen voor tennis, dat doen ze al vanaf hun 4e jaar. Ze zaten ook op zwemles en karate maar tennis is het helemaal. Tennis is best een elitaire sport. De lessen maar ook de kleding, racket en tassen zijn duur. De kinderen willen graag meerdere keren per week naar les maar dat is gewoon te duur. Als het maar één kind was, was het wel te doen, maar het zijn er vier, hè,” lacht Moustafa. “Volgens trainers zowel in Egypte als in Nederland hebben ze talent en ik gun het ze dat talent te ontwikkelen. Ze doen regelmatig mee aan toernooien en hebben al meerdere bekers gewonnen.”

‘Als ze thuis zitten, vliegen ze tegen de muren op’

Hoe hebben de kinderen, die normaalgesproken zo actief zijn, de lockdown doorstaan? “Ze konden niet naar de tennisbaan en dat merkte ik echt aan ze. Ze hebben zoveel energie, als ze thuis zitten, vliegen ze tegen de muren op. Ik heb mijn best gedaan ze toch elke dag te laten spelen, op openbare veldjes bijvoorbeeld. Ze hebben moeten zich uit kunnen leven. Een keer per week les is eigenlijk te weinig voor ze. Om je te ontwikkelen heb je een trainer nodig die vaker met je traint.”

Dokter én wereldkampioen tennis

Ondertussen slaan op de achtergrond Maryam (12) en haar zusje Aisha (9) de bal heen en weer. Arwa (8) en Achmed (6) beginnen zo aan hun les. Maryam: “Tennis is zo leuk. Ik vind het ook heel fijn om met mijn zusjes en broertje te spelen. Ik wil er graag heel goed in worden. Het liefst zou ik dokter worden en wereldkampioen tennis. Op YouTube veel filmpjes van goede tennisspelers. Daar leer ik van.”

Meer over tennis via het Jeugdfonds

Meer over Grand Slams for Kids

 

Sara Mimi is de trotste moeder van de 8-jarige Sayna. Samen zijn ze in 2018 uit Iran naar Nederland gevlucht. Ze zijn blij met hun nieuwe thuisland vanwege de vrijheid die Nederland hen biedt.

Dochter Sayna mist vaak de rest van haar familie die in Iran woont. Via videogesprekken onderhoudt ze contact met hen, maar ze mist het om de ‘gewone dingen’ met hen te doen, zoals spelen of knuffelen. Ook was het lastig om vrienden in Iran achter te laten, maar door middel van sporten heeft ze inmiddels nieuwe vrienden gemaakt. Volgens haar moeder maakt het bij sporten niet uit waar je vandaan komt, maar verenigt sporten de kinderen juist door het gezamenlijk delen van een passie. Ook haar Iraanse accent wordt door kinderen bij het sporten beter geaccepteerd.

Sporten is het allerbelangrijkste in haar leven

Sayna is een enthousiast en beweeglijk meisje. Ze staat elke dag vol energie op en door te sporten kan ze deze energie goed kwijt. Ze vindt dansen en zwemmen heerlijk, maar is vooral verliefd op turnen. Doordat ze van asielzoekerscentrum moest veranderen, heeft ze helaas niet meer de mogelijkheid om bij Turnz te trainen. Ze doet nu de hele dag de handstand en turnoefeningen zoals de split in de huiskamer. Ook is het opvallend dat Sayna na sporten zich veel beter op haar schoolwerk kan concentreren.

Groot verschil zonder sport

De huidige coronacrisis onderstreept het belang van bewegen voor Sayna. De quarantaine zonder mogelijkheid tot sporten viel haar soms zwaar en ze kon haar emoties moeilijker kwijt. Gelukkig zijn de scholen weer open en ook de sportclubs.

Over Jeugdfonds Sport Amsterdam

Het Jeugdfonds Sport Amsterdam ondersteunt kinderen als Sayna met de financiering van de contributie en hoopt van harte ook bij te dragen aan het realiseren van haar droom: dans- of turnlerares worden.

Meer over turnen via het Jeugdfonds

Stephanie heeft drie dochters van 9, 8 en 7. Ze is gescheiden en werkt 20 uur per week. Meer zit er even niet in want ze wil er zijn voor haar dochters. Het valt niet mee om de eindjes aan elkaar te knopen. De oudste dochter danst, de jongste gaat naar een zorgboerderij waar ze graag paardrijdt. Met een beetje hulp kan dat.

Dansles via Jeugdfonds Sport & Cultuur“Ik werd al heel jong moeder,” vertelt Stephanie. “Op mijn 18e werd de oudste geboren en daarna vrij snel achter elkaar mijn andere dochters. Toen de jongste een jaar oud was, ben ik bij mijn man weggegaan. Het was een hele zware periode, ik heb veel meegemaakt. Ik heb bijna geen contact meer met mijn ouders en zusjes, dat doet pijn. Toch gaat het nu goed. Op mijn 25e ben ik een opleiding gaan volgen. Blijven leren en groeien vind ik belangrijk. Het is de weg naar een beter leven.”

Stephanie vindt het belangrijk dat de kinderen kunnen ontdekken waar ze goed in zijn en plezier in hebben. “De oudste danst. Dat kan omdat we daar financieel bij geholpen worden. Ze zit in de showdansgroep en heeft regelmatig optredens waarbij alle kinderen dezelfde kleding moeten dragen. Dat tikt best aan, fijn dat we daarin gesteund worden. De jongste gaat naar de zorgboerderij en rijdt daar paard, daar heeft ze kleding voor nodig: laarzen, een cap. Dat is duur. Ook daar worden we bij geholpen. Zonder die steun zouden ze dit niet kunnen doen.”

Sociale aspect is net zo belangrijk

Het is fijn dat de kinderen in beweging zijn, maar dat is niet het enige positieve, vindt Stephanie. “Natuurlijk is het fijn dat ze in beweging zijn maar het sociale aspect is net zo belangrijk. Ze leren kinderen kennen uit andere dorpen, uit andere milieus. Het is heel waardevol dat ze veel verschillende mensen leren kennen. Gelukkig ging alles tijdens de lockdown gewoon door. Het dansen was bij goed weer buiten en de zorgboerderij ging uiteraard ook door, daar ga je niet alleen voor je lol heen.”

“Ik vind het belangrijk mijn verhaal te delen,” zegt Stephanie. “Mijn boodschap aan andere ouders is: je bent niet alleen, er is hulp. Het gaat nu heel goed met ons, we zijn een stabiel, vrolijk gezin. Dat kostte tijd en was erg zwaar, maar het is gelukt. Ik doe mijn best om te blijven leren en groeien, daarmee kom ik verder.”

Op dansles via het Jeugdfonds

 

 

Ram (9) wilde graag op pianoles maar lessen en een instrument zijn kostbaar. Via het Utrechtse U-pas hoorde vader Basel over het Instrumentendepot en het Jeugdfonds. Met steun van beiden fondsen kreeg Ram een keyboard en kon op les. En toen kwam corona.  

“Ik denk dat Ram iets op YouTube heeft gezien,” lacht Basel. “Want hij wilde heel graag op pianoles. Lessen zijn duur en een instrument ook. Via U-pas hoorden we dat we een bijdrage voor de lessen via jullie fonds konden aanvragen. Maar toen moest er nog een instrument komen. Ik heb alle opties onderzocht: een gebruikt instrument of iets huren, maar een goed instrument is erg duur. Op de muziekschool hoorden we dat we gratis een instrument konden lenen van het Instrumentendepot van het Leerorkest. Het werd snel en eenvoudig geregeld. Ram kreeg een keyboard en kon op les. Dat was geweldig.” 

Jammer genoeg kwam er al snel een einde aan de lessen vanwege corona. Basel: “Ram heeft maar twee lessen gehad, heel jammer. Online is er wel van alles maar we vinden het belangrijk dat hij het van een docent leert. De lessen zijn nu gepauzeerd tot de lessen weer doorgaan. Hij speelt wel thuis, een keyboard heeft al wat muziek heeft ingebouwd, dus dat stimuleert.”  

Basel vindt het belangrijk dat de kinderen iets aan muziek doen of een andere hobby hebben. “We hebben nog een kleintje van 4. We willen dat de kinderen zoveel mogelijk kanten van zichzelf ontdekken zodat ze hun potentieel kunnen waarmaken. Bovendien zie ik dat Ram veel aan het gamen is, hij is veel online. Dat is niet goed. We gaan dus ook vaak naar buiten, naar het park. Ik heb zelf nooit muziekles gevolgd. In Syrië, waar ik vandaan kom, zijn wel muzieklessen op school maar die worden vaak gebruikt voor bijvoorbeeld wiskunde. Dat wordt belangrijker gevonden. Als kinderen talent voor iets hebben, moeten ze dat kunnen ontwikkelen. Ik ben blij dat ze die kans krijgen.” 

Lees meer over muziekles via het Jeugdfonds

“Het gaat goed met me hoor,” zegt Raj (15) vrolijk. Respect voor Raj want jongeren hebben het niet gemakkelijk nu corona het leven kleiner en saaier maakt. Zeker voor jongeren als Raj die in een instelling wonen omdat het thuis even niet gaat. Een balletje trappen helpt. 

Raj - Jeugdfonds Sport & CultuurRaj woont in een grote instelling voor jongeren tussen de 12 en 21 jaar. Ze wonen niet thuis wegens een vervelende thuissituatie of andere verschillende complexe problemenRaj: “Ik woon hier sinds mijn 12e omdat het thuis een paar keer fout is gegaan. Toen ben ik uit huis geplaatst. Eerst in een gesloten groep maar nu op een open groep want het gaat heel goed. Momenteel ga ik buiten het terrein naar school, op het terrein zelf volg ik verschillende sportieve clubjes zoals voetbal en mountainbike. Omdat het zo goed gaat mag ik in de naastgelegen stad werken en sporten. Dat gaat lekker. Ik werk een paar dagen in de week als vakkenvuller en voetbal bij een club in de buurt.” 

Altijd enthousiast

Wat merkt Raj van corona? “Vooral dat ik niet bij kinderen op een andere groep mag komen om te gamen of zo. Alleen buiten kunnen we elkaar zien. Soms voel ik me rot. Bijvoorbeeld als iemand hier zit te wachten op een uitslag of zo. Ik ben gek op voetballen. Ik krijg er energie van, blijf fit. Als ik me niet zo lekker voel en aan nare dingen moet denken, helpt het als ik even een balletje kan trappen. Soms gebeuren er heftige dingen, iedereen zit hier omdat er iets aan de hand is. Als het op de groep drukker is of onrustig, ga ik even naar het sportveld hier op terrein.

‘Gewoon een van de jongens’

Ik zit ook op een club in de buurt. Daar ben ik gewoon een van de jongens, geen buitenbeentje. Het is ook leuk om af en toe even weg te zijn van de groep. Ik hoop dat we binnenkort weer samen dingen kunnen doen, naar de bioscoop of zo. Als ik niet zou sporten, zou ik minder vrolijk zijn. Sporten is een van de belangrijkste dingen in mijn leven. Momenteel volg ik ergens anders dan op het terrein school, als dit goed verloopt dan mag ik een Entree opleiding volgen, misschien dat ik de sportkant wel op ga!” 

Begeleider Jeffrey vult aan: “Het is mooi om te zien dat het goed gaat met Raj. Hij is echt wel een jongen die je overal mee naartoe kunt nemen: van een voetbalwedstrijd tot de presentatie van een nieuw automerk: Raj is altijd enthousiast. Met sporten heeft hij zichzelf bewezen en laten zien dat hij het aankan. Daardoor kon hij lid worden van een voetbalvereniging. Gaaf om te zien dat sport hem zoveel brengt!” 

Raj in actie zien? Bekijk dan de gave video die gemaakt is door Boyd Helderton in het kader van de 5×5 Filmcompetitie van het Jeugdfonds in Gelderland:

 

Wist je dat?

Nederlandse gemeenten zijn aangesloten bij ons.

kinderen en jongeren in Nederland groeit op in armoede.

kinderen en jongeren werden in 2021 via ons lid van een sportclub.

kinderen en jongeren werden in 2021 via ons lid van een cultuurclub.