Nieuws

Dansleraar, coach en choreograaf Nicholas ‘Shaker’ Singer

Vol trots maken wij bekend dat wij Nicholas Singer, ook wel bekend als Shaker, welkom mogen heten als ambassadeur van het Jeugdfonds Sport & Cultuur Amsterdam.

De in Liberia geboren Shaker, kwam op zijn 6e samen met zijn moeder naar Nederland. Shaker: “Ik heb dat altijd gevoeld als een tweede kans om het beste uit het leven te halen elke dag”. En dat doet hij! Als eigenaar van Global Dance Centre, één van de grootste dansscholen in Amsterdam, inspireert hij dag in dag uit vele jongeren om hun passie te volgen en hun talenten te ontwikkelen.

Passie

Shaker leerde piano en gitaar spelen, maar eigenlijk wilde hij altijd alleen maar dansen. Zijn moeder mocht vroeger van dansen niet haar beroep maken, omdat dansen in de Afrikaanse cultuur door sommigen wordt gezien als iets wat je voor je plezier doet, of om te verleiden, vertelt Shaker. Maar eenmaal in Nederland bracht zijn moeder hem in contact met de dans en muziek school: “Ik zie het zo dat mijn moeder mij op de eerste traptrede heeft gezet en me de aanzet heeft gegeven om naar boven te lopen”. Uiteindelijk kreeg hij op zijn 16e toestemming van zijn moeder om volledig voor zijn passie te gaan en zette hij alles aan de kant voor het dansen.

Bekendheid inzetten voor het Jeugdfonds Sport en Cultuur

Dit jaar is Shaker coach van een nieuw televisieprogramma: Project Dans, waarin onbekende mensen hun danstalent mogen laten zien en er 10 deelnemers uitgekozen worden en begeleid naar de finale. “Ik dacht meteen: dit is het moment waarop ik ambassadeur moet worden van het Jeugdfonds Sport & Cultuur. Ik wil aandacht genereren voor het fonds en kinderen inspireren voor de kunstvormen dans en muziek. Ik hoop dat ouders en kinderen denken: misschien kan ik door te dansen ook iets bereiken!”.

Shaker gaat verder: “Ik wil mijn stem laten horen omdat kinderen veel te weinig bewegen en ik de taal spreek van de ouders die te veel aan hun hoofd hebben door allerlei problemen. In financiële zin, maar ook andere zorgen”. Als ambassadeur hoopt Shaker kinderen te bereiken die op hun kamer zitten en denken ‘ik kan het niet, ik durf het niet, het is niks voor mij’, en dat ze het dan toch een keer proberen om die eerste stap te zetten. Al is het er maar één.

It takes a village to raise a child

Dit Afrikaans gezegde is de grondgedachte achter de opzet van Global Dance Centre , Shaker: “We moeten het samen doen: luisteren naar de voice van de school, de ouders, de leden, de docenten en iedereen die de school een warm hart toe draagt. Er zijn duidelijke regels, met elkaar passen we op elkaar, we vormen samen een soort community”. Het DNA van de school wordt doorgegeven, omdat veel alumni terugkomen om les te geven, vertelt hij.

Dansschool met werelds karakter: iedereen welkom

Shaker koos de naam Global voor zijn dansschool omdat iedereen van welke cultuur of welk land ook moet kunnen dansen bij de school: Hiphop/ streetdance, African dance, dancehall, jazz en ballet. “Het is een dansschool voor kinderen en jongvolwassenen, maar ik heb ook een mevrouw van 79 die aan African dance doet”, vertelt Shaker. Hij vult aan dat de eerste eindvoorstelling in het Bijlmer Parktheater één van de hoogtepunten in zijn leven tot nu toe is geweest: “Al die zwaaiende kinderen op het podium met al die ouders op hun paasbest met bloemen. Die verbinding met ouders en kinderen, dat had ik toch maar mooi voor elkaar gekregen”.

Shaker’s droom: een kweekvijver van talent

“Mijn droom is om een gebouw ergens in Amsterdam Zuidoost om te toveren tot een (t)huis waar jongeren met activiteiten bezig kunnen zijn zoals dans, zang, presenteren, enzovoorts”, vertelt Shaker, “een kweekvijver van talent. Een open huis waar `de gevestigde orde` naar binnen loopt om talent te scouten. Laat de ontmoeting gebeuren, we moeten elkaar vinden, kom maar kijken naar al dat talent”. Tot slot is zijn boodschap: “Jongeren, als je iets wil bereiken: werk hard, wees jezelf, toon eigenheid, wilskracht en je goede intenties”, aldus Shaker.

Heb aandacht voor elk kind

Het is maar een dunne scheidslijn tussen wel of niet rond kunnen komen. Ziekte, een scheiding, er is weinig voor nodig om in financiële problemen te raken. Het overkwam Sabien. En ook al vond ze het lastig om hulp te vragen, ze deed het toch. “Ik wilde zo graag dat mijn kinderen ook konden voetballen en dansen. Ik gun ze alles.” 

Sabien en haar ex-man hebben drie kinderen. De geldzorgen ontstonden toen Sabien’s man ziek werd. Zijn uitkering en Sabien’s inkomen als zelfstandige in de kraamzorg waren bij lange na niet genoeg om rond te komen. “Toen ben ik een kinderopvang aan huis begonnen in de hoop dat ik meer zou verdienen,” zegt Sabien. “Maar de spanningen waren te groot. Mijn man en ik besloten te scheiden waardoor de geldzorgen alleen maar groter werden. Ik moest mijn man uitkopen daardoor werden mijn maandlasten hoger. Het huis verkopen kan niet. Dan zou ik meteen mijn werk kwijt zijn. Bovendien, waar vind je een betaalbaar huis?” 

Heel veel dingen kunnen niet

“Ik heb twee zonen van 16 en 8 jaar oud en een dochter van 14. De kinderen zijn de ene week bij mij en de andere week bij hun vader. En eerlijk gezegd leef ik de week dat ze niet bij mij zijn op een broodje, want de kinderen mogen niets tekortkomen. Ik ben niet bang meer om hulp te vragen, al is het met lood in mijn schoenen. Via school hoorde ik dat het Jeugdfonds kon helpen. Voor alle drie de kinderen krijg ik nu een bijdrage via het Jeugdfonds. Zo kunnen ze in ieder geval voetballen en dansen, daar zijn ze gek op. Mijn dochter danst bij Lucia Marthas, dat is veel geld. De bijdrage van het Jeugdfonds is niet voldoende. Gelukkig heb ik nu een ander potje ontdekt. Maar omdat ik daar onlangs pas over hoorde, heb ik de lessen anderhalf jaar zelf betaald. Ik heb er alles voor opzij moeten zetten zodat zij haar droom kan najagen. Heel veel dingen kunnen niet.”  

Het gaat niet om ons

Voetballen en dansen zijn een belangrijke uitlaatklep voor de kinderen. Juist omdat het thuis af en toe moeilijk was. “De oudste zwom op hoog niveau. Maar vanwege de spanningen rond de scheiding en later corona, is hij daarmee gestopt. Hij trok het niet meer. Toen hij na corona ging voetballen, hielp dat enorm. Hij kon zijn energie weer kwijt. Dat geldt ook voor de jongste. Ik werk hard en heb niet veel vrije tijd, maar die uurtjes samen naar de voetbalclub dat is echt iets voor ons samen. Op die momenten is alle aandacht voor hem. De relatie met mijn ex is gelukkig goed. Samen doen we er alles voor de kinderen. Het gaat niet om ons, het gaat om hen.” 

Geldzorgen zie je niet aan de buitenkant

Sabien wil haar verhaal doen om andere ouders te stimuleren hulp te vragen. “Trek aan de bel! Er is hulp, er is geld. Het Jeugdfonds is ervoor. Geldzorgen zie je niet aan de buitenkant. Ik krijg vaak te horen dat ik zo vrolijk ben, altijd lach. Maar dat ik me zorgen maak, dat zie je niet. Daarom moet je over die drempel heen ook al wil je het zelf oplossen. Je denkt ‘ik red het wel’ terwijl je eigenlijk heel goed weet dat je het niet redt. We zijn er ook open over naar de kinderen. Ze weten dat er weinig geld is, dat we niet zoveel kunnen als andere gezinnen. Ik kan niet met zomervakantie of naar de wintersport. We gaan naar de camping, hartstikke fijn. We moeten keuzes maken. Niet alles hoeft nieuw, tweedehands is vaak prima. Daar betrekken we ze in. Dat is goed want daar leren ze van.”  

De ontmoeting met Tahira Mehmood, moeder van 5 kinderen, vindt plaats op de Burgemeester de Vlugtschool in Slotermeer. Onze poster hangt op de voordeur en overal in de school, hier kun je niet om het Jeugdfonds Sport & Cultuur Amsterdam heen! De twee jongste dochters van Tahira, Jannat (7) en Inaaya (5) zitten op deze school waar Tahira als ouder heel actief is. De leerlingen krijgen ieder dag fruit en op maandag en dinsdag is ze fruitjuf. Ook begeleidt ze allerlei schoolactiviteiten en is ze klassenouder van de klas van Jannat.

Een overvol rooster met sporten, dansen, zwemmen en schoolactiviteiten

Beide meisjes zitten op turnen, dansles en diplomazwemmen via het Jeugdfonds. Tahira: “Wij zijn klein behuisd en ik heb gemerkt dat hoe meer ze buitenhuis aan activiteiten doen hoe blijer ze zijn. Ik wist dat je via het Jeugdfonds aan 3 activiteiten mag meedoen dus die heb ik ook aangevraagd. De school maakt het halen en brengen naar de diverse activiteiten ook heel makkelijk, turnen en dansles worden hier op school gegeven”. Dansles wordt gegeven door Dans Dans Dans en turnles door Turnz.

Tahira: “Ik merk dat het vele bewegen hen ook actiever maakt in de klas. Vooral de jongste van 5 is enorm vooruitgegaan sinds ze hier op school zit en aan alle activiteiten van het Jeugdfonds meedoet. Eerst deed zij niets anders dan eten, slapen en televisie kijken nu kan ze niet wachten om aan een activiteit mee te doen!” De lessen eindigen iedere dag om 14.15 uur en aansluitend kunnen de leerlingen aan diverse activiteiten meedoen op de school, hetzij door de school zelf georganiseerd hetzij via aanbieders waar het Jeugdfonds mee samenwerkt. Zo zijn er naast dansles en turnles ook muzieklessen mogelijk zoals gitaar en keyboard.

Toevallige ontmoeting met intermediairs

Deze school voelt zo levend. Aan het eind van de middag nog volop ouders, leerkrachten en leerlingen aanwezig. Iedereen schijnt elkaar hier te kennen en de sfeer is gemoedelijk, druk en gezellig. Tahira brengt me in contact met 2 intermediairs tevens leerkrachten die enthousiast zijn over de samenwerking met het Jeugdfonds. Ze zijn blij met de 150% wettelijk sociaal minimum regeling die het mogelijk maakt om meer kinderen te laten meedoen ook zonder de stadspas. Intermediair Annemieke Kling zegt altijd tegen haar leerlingen:

Je gaat iets doen waar je gelukkig van wordt

En dan de dochters Jannat en Inaaya

Door het raam in de gang zie je een klas vol dansende en springende meisjes tussen de 5 en 8 jaar. Vol overgave doen ze wat de dans juf voordoet, Inaaya volgt Jannat op de voet. Twee sprankelende kinderen vertellen wat ze zo leuk vinden aan de activiteiten. Voor de oudste Jannat is het heel simpel op elke vraag antwoordt ze met: “Alles, alles en alles”.

Inaaya is wat preciezer: “Bij dansen vind ik shaken en dansen op de muziek van Gi-Ga-Groen het leukst en bij turnen de koprol en het klimmen, de juf doet het voor en kiest dan een kind maar iedereen komt aan de beurt hoor”.

Ook zwemmen vinden ze heerlijk, de een is al in badje 4 en de ander in badje 2. Tijdens het interview doen ze ook alles voor op de grote tafel in het klaslokaal. Ze dansen erop, ze doen de split en zwemmen op hun buik en rug om te laten zien hoe goed ze al zijn. Tot slot hadden zij ook een vraag: “Mevrouw mogen we nu ook nog op voetbal? Onze broer zit er ook op en die kan het heel goed, wij willen dat heel heel graag”.

Helaas is voetbal in verband met het halen en brengen niet haalbaar voor hun moeder. Bij het afscheid zegt Tahira: “Ik ben zo dankbaar dat jullie bestaan, het geeft mijn kinderen zoveel meer kansen”.

Ruth woont in Amsterdam-West en is moeder van twee zoons: Iza en Nesto. In 2006 werd ze afgekeurd wegens een chronische aandoening. “Ik werd arbeidsongeschikt, als gevolg hiervan kon ik niet meer werken en raakte ik als moeder van twee zoons in financiële moeilijkheden”, vertelt Ruth. Ze wist niet precies waar ze recht op had als alleenstaande moeder met een inkomen net boven het wettelijk sociaal minimum. “Via een vriendin hoorde ik van het bestaan van het Jeugdfonds Sport & Cultuur. Er ging een wereld voor me open, vooral omdat er zoveel mogelijk is voor de kinderen!”.  

Ruth: “Nu mijn kinderen op verschillende clubs zitten ben ik ook meer onder de mensen”

Kansen

Ruth vervolgt: “Niet alleen konden mijn jongens hun zwemdiploma’s halen, ze konden nu ook op een sportclub én naar de dansschool!”. Voor Ruth is sport en bewegen een levensbehoefte: “Het is zo belangrijk, vooral teamsport. Je leert er tegen je verlies kunnen, discipline, sociale vaardigheden en je maakt er ook vrienden”. In haar jeugd maakte sport ook een wezenlijk onderdeel uit van het gezinsleven vertelt Ruth. Zelf deed ze als kind onder andere aan atletiek, basketbal, moderne dans. “Ik ben het Jeugdfonds dankbaar dat ik dit nu door heb kunnen geven aan mijn zonen. Zonder de bijdrage van het fonds hadden mijn kinderen zoveel minder kunnen doen”, aldus Ruth.  

‘Het lijkt wel of ik zelf ook weer deel ben van een club’ 

Als ouder ga je natuurlijk ook verplichtingen aan met de clubs, vertelt Ruth: “Kinderen halen en brengen, zorgen dat ze er op tijd zijn et cetera. Ik doe dat op de fiets -door weer en wind- van West naar Zuid. Doordat de kinderen op verschillende clubs zitten ben ik ook weer meer onder de mensen en doe ik veel leuke contacten op”.  

 Sport, cultuur en diplomazwemmen 

Al sinds zijn 2e maakt Nesto, de jongste zoon van Ruth, gebruik van de mogelijkheden van het Jeugdfonds: “Hij ging op Voetjebal’, een sport waarbij ouders en kinderen binnen een zaal allerlei (voetbal)spelletjes doen, fantastisch!”, vertelt Ruth enthousiast. Nesto probeert vanaf dan van alles uit: “Na Voetjebal ging hij naar kleutervoetbal bij Arnold Splinter in Slotermeer en tegelijkertijd dansles bij Lucia Martha’s dansschool. Ook heeft hij breakdance gedaan bij Vladimir Dance Studio”. Inmiddels is Nesto bijna 7 jaar oud en is hij gestart met diplomazwemmen A in het Noorderparkbad. Ruth geeft aan dat hij het daar bij Zwemclub Konaz erg fijn vindt: “De instructeurs zijn heel goed met kinderen, echt top”. Inmiddels heeft Nesto auditie gedaan en is toegelaten tot de vooropleiding van de Lucia Martha’s Institute for Performing Arts, licht Ruth toe: “Als hij op een podium mag staan is-ie dolgelukkig!”. 

Als je hem ziet dansen met de andere kinderen lijkt het wel één familie. 

Op ontdekkingstocht door het aanbod 

Ruth merkt dat er veel ouders zijn die wel weten welke sporten er zijn, maar dat zij niet op de hoogte zijn van alle culturele mogelijkheden in de stad: “Zingen, dansen, schilderen of muziek maken: er is een groot aanbod hier in Amsterdam! Mijn tip: ga met je kind op ontdekkingstocht, je hebt nu de kans via het Jeugdfonds Sport & Cultuur, misschien is er ook iets bij voor jouw kind(eren)!”. 

Bijna 13 jaar geleden verhuisde Katty vanuit Peru naar Nederland. Katty is 28 jaar en is moeder van twee dochters: Nina (7) en Rosa (5). Nina en Rosa hebben allebei zwemles via het Jeugdfonds. Dinsdagmiddagen zijn voor het drietal bijzondere momenten. Elke dinsdag zwemmen Katty, Nina en Rosa namelijk in opeenvolgende lessen in zwembad Basalt in Delft. Dit doen zij bij zwemschool ‘de Toekomst’. In Peru heeft Katty nooit zwemles gehad zoals haar dochters in Nederland en daarom heeft ze besloten om, net als hen, ook voor haar A diploma te gaan.

Voor de kinderen

Katty is werkzaam als helpende binnen de zorg en heeft een passie voor het helpen van anderen. Toen dochter Nina op zwemles ging betaalde ze de lessen zelf, maar toen haar andere dochter Rosa ook ging zwemmen merkte ze al gauw dat het lastiger werd om de zwemlessen te kunnen betalen. Via een kennis werd ze getipt over het Jeugdfonds en via een intermediair is ze met het Jeugdfonds in aanraking gekomen.

“Het vraagt misschien wat moed om iets dergelijks aan te vragen, maar hiervoor moet je geen schaamte hebben. Het is goed voor je kinderen”. Katty hoopt dan ook dat ze, door haar verhaal te vertellen, alleenstaande ouders of gezinnen die het minder breed hebben, kan inspireren. Katty geeft aan dankbaar te zijn. “Uiteindelijk draait het hier om de ontwikkeling van je kinderen”. Haar twee dochters kunnen niet wachten om, na het behalen van hun zwemdiploma, een andere sport te gaan beoefenen met behulp van het Jeugdfonds.

Vooruitkijken

Nina is erg blij tijdens haar zwemlessen en geeft aan dat ze nog een beetje moet oefenen voordat ze haar A diploma heeft. Daarna wil Nina gaan turnen. “Het zit gewoon in mijn bloed, oma is vroeger turnkampioen geweest”. Ze kan niet wachten om een proefles te mogen doen. Rosa wil na het behalen van haar diploma graag op taekwondo. “Ik denk dat taekwondo heel goed gaat zijn om al haar energie in kwijt te kunnen. Ook denk ik dat je van de lessen en de sport je lichaam leert te beheersen” zegt Katty.

‘Heel fijn zwembad met veel aandacht’

Katty is enorm blij met zwemschool de Toekomst en zwembad Basalt in Delft. Ze geeft aan het belangrijk te vinden dat ze mee kan wanneer haar dochters willen zwemmen. Daarnaast kunnen ze zichzelf nu ook redden, mocht dit nodig zijn. Nu rest er nog één vraag: Wie haalt als eerste haar zwemdiploma? Voor Katty is daar geen twijfel over mogelijk “Nina gaat als eerste haar A diploma halen!”.

Zwemles via het Jeugdfonds

Het Jeugdfonds zet zich in om kinderen uit gezinnen met een laag inkomen mee te laten doen aan sport, cultuur en zwemles. Een aanvraag indienen kan eenvoudig via een intermediair. Een intermediair is een tussenpersoon die op de hoogte is van de situatie van een gezin Dat kan een leerkracht, buurtsportcoach of professioneel hulpverlener zijn. Het Jeugdfonds betaalt de contributie rechtstreeks aan de sport- of cultuurvereniging en in sommige gevallen ook voor de benodigde attributen.

Meer informatie over het zwemles via het Jeugdfonds

Een alleenstaande moeder met drie kinderen. Krenare weet niet beter. “Ik voed mijn kinderen alleen op. Makkelijk is dat niet, maar dat is het leven. Ik leer iedere dag weer bij en we redden het met z’n allen en daar gaat het om. En ik schakel alle hulp in die ik kan krijgen. Dus ook het Jeugdfonds Sport & Cultuur. En met die hulp ben ik superblij.” 

Moeder Krenare - Ieder kind wil gehoord en gezien wordenKrenare heeft altijd gewerkt. Maar als alleenstaande moeder is het geen vetpot. “Met drie kinderen is het leven duur. Zeker in deze tijd met de stijgende prijzen is het lastig om je hoofd boven water te houden. Een eenouder inkomen geeft niet veel ruimte voor extra’s. Sportclubs, muziekverenigingen vragen contributie en je moet betalen om lid te worden. Dat is niet op te brengen met mijn inkomen. Daarom ben ik blij met het Jeugdfonds. Daardoor kunnen mijn kinderen sporten en zingen en dat doet ze goed.” 

Ze komen thuis met verhalen

Twee dochters en een zoontje heeft ze. De oudste dochter van elf zit al jaren op tennis en heeft ook een tijdje zangles gehad en op ballet gezeten. De middelste van acht doet aan voetbal en atletiek. En de jongste is pas drie. “Die speelt Batman na of Superman… Die rent nog lekker door het huis en kan in het spelen zijn energie kwijt. Maar de meiden kunnen gelukkig lid worden van een club. Ze leren daar nieuwe mensen kennen, kunnen vrienden maken. Zijn even uit hun omgeving. Ze komen thuis met verhalen en maken wat mee. Een club is toch echt iets anders dan school of thuis. Je leert er weer andere dingen en je groeit weer op een andere manier. Ze zijn deel van een team. Moeten samenwerken en krijgen verantwoordelijkheden. Maar ik merk het vooral met de concentratie op school. Sinds ze sporten kunnen ze ze zich beter focussen en het gaat dus echt beter in de klas. Dat is voor mij heel belangrijk.” 

Zichzelf ontdekken

De school bracht Krenare ook in contact met het Jeugdfonds. “Ook vanuit de tennisclub was ik al getipt over het fonds. Het is goed dat clubs en scholen ouders vertellen over de mogelijkheden. Ik denk dat veel mensen niet weten dat ze hulp kunnen krijgen. Dat het leven echt iets makkelijker kan worden als je anderen inschakelt. Ik gun het een kind dat het zichzelf kan ontdekken. Dat het verschillende hobby’s kan uitproberen. Voetballen, dansen, muziek maken. Of DJ-en, computerles of tennissen. Je moet het proberen om te ervaren of je het leuk vindt. En nu kunnen mijn kinderen ook meedoen en ook die ervaring opdoen.” 

Welzijn staat voorop

“Voor mij is het geen schande om hulp in te roepen. Ik denk maar zo: de mogelijkheden zijn er. Er is geld beschikbaar. Waarom zou ik daar geen gebruik van maken? Het is voor het welzijn van mijn kinderen. Daar doe je als ouder toch alles voor? Ze komen thuis niets te kort, maar dit zijn de extra´s. Drie kinderen alleen opvoeden is een hele klus. Ik zie het als een challenge. Iedere maand weer. Het belangrijkste is luisteren. Ieder kind wil gehoord en gezien worden. Ik geloof in verbetering en ben een positief mens. Ook ik als moeder kan het iedere dag weer beter doen. En ik probeer steeds mijn situatie te verbeteren. Dat is de uitdaging. En met een beetje hulp gaat dat lukken. Ieder mens heeft soms die helpende hand nodig.”   

“Stoppen met fietsen? Dat is voor mij geen optie!” Ruben ging er als klein ventje van twee al als een razende vandoor op zijn loopfietsje. Daarna stapte hij moeiteloos op een tweewieler en is altijd blijven fietsen. “Ik wil graag profwielrenner worden. De snelheid, de tactiek, de techniek van het fietsen… Het is gewoon geweldig!” Om zijn droom te verwezenlijken kreeg Ruben een racefiets vanuit de campagne ‘Heel Holland Fietst’. “Ik ben zo gelukkig!”

Ruben ‘Nu kan ik echt beter worden’“Mijn hoofd leegmaken. Ontspannen. Even helemaal nergens aan hoeven denken. De kilometers onder mijn wielen voelen wegglijden. Dat is voor mij de ultieme ervaring.” Ruben is zestien. Heeft een vader, een moeder en nog drie broers. Hij zit in de vierde klas van het gymnasium en is helemaal gek van fietsen. “Vanaf kleins af aan had ik een fascinatie voor wielrennen. Een extreme obsessie; zo noem ik het nu. Ik kende eigenlijk niemand die fietste, maar mijn moeder was wel een fanatieke Tour de France-kijker op de tv. Zo kwam ik er mee in aanraking.

Het zadel op, meters maken

Ik kom uit een gezin waar muziek een belangrijke rol speelt. Mijn ouders zijn allebei professioneel musicus en ik speel zelf ook diverse instrumenten. Viool, piano, slagwerk en ik probeer mezelf gitaar te leren spelen. Maar dat is toch anders dan fietsen… Ik wilde gewoon het zadel op, meters maken. Iedere verjaardag, elk Sinterklaasfeest en elke Kerst wilde ik maar een ding; een racefiets. Maar dat is een kostbaar cadeau. Ik heb in die jaren al heel wat kilometers gemaakt op mijn gewone oude stadsfiets. Ik haalde de 35 km per uur.

Toen ik oud genoeg was, kreeg ik de oude Focus racefiets van mijn oom uit 2005. Ik was de koning te rijk. Mijn moeder was in eerste instantie niet zo blij met mijn hobby. Ik ging hard, had nog niet zoveel techniek en het was dus best riskant. Snelheid, pijn hebben, doorzetten en beter worden… daar ben ik echt van gaan houden. Inmiddels hebben mijn ouders zich neergelegd bij mijn keuze. Zij hebben me altijd vrijgelaten en ondersteunen me waar ze kunnen.”

Rustig in mijn hoofd

Stress. Faalangst. Dingen waar Ruben wel eens mee te kampen heeft. “Ik vind het niet altijd makkelijk op school. Slim, dat ben ik wel, maar om al die kennis te reproduceren op de manier die gevraagd wordt, is lastig. Daar loop ik af en toe in vast. Dan is fietsen een perfecte manier om alles in mijn hoofd weer op een rijtje te krijgen. Het is mijn redding zou je kunnen zeggen.” Ruben werd lid van een Haagse wielerclub, HSK Trias. Daar werd hij geconfronteerd met kinderen die al vanaf zeer jonge leeftijd trainen en gebruik kunnen maken van geavanceerd materiaal en begeleiding. “Kwam ik aan met mijn oude, opgelapte racefiets uit de schuur van mijn oom. Geen fancy racefiets, geen professionele training gehad. Dat was wel even confronterend. Maar ik hield ze wel bij op mijn oude fietsje! Dat gaf me moed en vertrouwen.

Op de club train ik minstens twee keer per week. Is vaak afzien, maar ook gezellig met de andere wielrenners. We trainen op snelheid, maar ook vooral op techniek en tactiek. Intervaltraining, positionering, starttraining; het komt allemaal aan de orde. Ook in een ploeg rijden en samenwerken zijn allemaal aspecten die belangrijk zijn. Ik heb nog veel te leren! Ik heb nog een inhaalslag te maken. Al snel merkte ik al wel dat ik beter werd. Eigenlijk ben ik wel blij dat het zo gelopen is. Fietsen is voor mij een echte persoonlijke, overtuigde, intrinsieke keus geweest. Ik heb er veel voor gedaan en gelaten. Maar echt omdat ik dat wilde. Dat is voor mij de beste motivatie om beter te worden. Om te groeien.”

Droom in duigen

Ruben zucht. “Maar toen ging tijdens een wedstrijd, twee weken voor de zomervakantie, mijn oude fiets kapot. Onherstelbaar stuk. Wat een ellende! Er was thuis geen geld voor een nieuwe. Ik was net 16 ben via bijbaantjes flink gaan sparen. Werken bij het klimbos, helpen op de boulderbaan. Maar dat schiet niet zo hard op met dat uurloon. Toen drong tot me door dat het best een tijd zou kunnen gaan duren voor ik weer op een fiets zat. Mijn moeder stuurde, buiten mij om, een mailtje naar Team Jumbo-Visma waarin ze mijn situatie uit de doeken deed.

En toen gebeurde het wonderlijke. We kregen antwoord! En dat niet alleen; de wielerploeg meldde me aan bij het Jeugdfonds Sport & Cultuur. En zo kreeg ik, vanuit de donaties aan de Heel Holland Fietst-campagne, een tweedehands, maar super goede racefiets! Ik kon wel huilen. Ook wordt de contributie voor de wielerclub nu betaald en krijg ik extra ondersteuning om kleding en een goede, veilige helm aan te schaffen. Nu kan ik dit jaar toch gewoon doortrainen op de club en me storten op de techniek en op positionering. Voor volgend jaar staan dan de wedstrijden op het programma. Ik hoop dan gespot te worden als talent. Opgepikt door een ploeg die me verder gaat opleiden. Dat is mijn droom.”

Elk gaatje durven pakken

Toen Ruben deze nieuwe fiets kreeg moest hij even wennen. “Ik had natuurlijk altijd gefietst op een model uit 2005. Intussen is er veel veranderd in techniek en materiaal. Renners zitten heel anders op de fiets. Ik kan nu veel aerodynamischer mijn meters maken, ga sneller en ben wendbaarder. Nu moet ik nog goed gaan oefenen om elk gaatje in het peloton te kunnen en durven pakken. Ook was ik heel voorzichtig met de fiets; durfde er bijna niet op te racen. Het is voor mij zo’n kostbaar bezit! Maar nu kan ik sprongen gaan maken, nog beter worden. Dat is altijd het doel geweest. Me blijven ontwikkelen. Want als ik op de fiets zit, kom ik in de focusstand. Dan heb ik geen tijd om andere dingen te voelen of te denken. En dat is heel lekker.”

Een liefde die niet meer overgaat

Moeder Barbara: “Toen Ruben als klein jongetje op de fiets stapte voelde ik meteen; dit kan ik niet meer tegenhouden. Dit is een liefde die niet meer overgaat. Hij is hoogbegaafd, slim en zit veel in zijn hoofd. Hij heeft het nodig om dat leeg te kunnen maken. En voor hem is fietsen de manier om zich te ontspannen, even te ontsnappen aan alle zorgen en de druk die hij ervaart. Zes jaar geleden werd ik ernstig ziek. Ik kon niet meer werken en als zelfstandige in de culturele sector had dat direct invloed op ons inkomen. Mijn man is ook musicus en tijdens corona lag alles stil. Dan merk je dat alles wat voor anderen vanzelfsprekend is, een nieuwe fiets bijvoorbeeld, voor ons ineens niet meer te betalen was. Wij hebben vier kinderen en de kosten gaan gewoon door.

Inmiddels krabbelen we er een beetje bovenop, maar het is geen vetpot. Ik ben er trots op hoe we het toch hebben kunnen rooien. We hebben dingen veranderd, hebben hulp ingeroepen en zijn blijven vertrouwen in het goede van de mens. Schaamte is een ongezonde emotie. Het is altijd oké om hulp te vragen. Zo ook mijn mailtje naar Team Jumbo-Visma. Ik hoopte dat ze de liefde van mijn zoon voor het fietsen konden voelen. En toen dat antwoord kwam: er komt een fiets vanuit Heel Holland Fietst, waren we allemaal even stil. Fantastisch! De fiets is echt onlosmakelijk met Ruben verbonden. Hij is er, bijna fysiek, aan gehecht. Die band is onverbrekelijk!”

Meer over wielrennen via het Jeugdfonds

Meer over ‘Heel Holland Fietst’

Amsterdam Dynamics is in 2020 opgericht en de eerste hockeyclub in het stadsdeel Zuidoost. Dit is een van de stadsdelen die in Amsterdam laag scoort op het gebied van sportparticipatie en jeugdgezondheid. Het is de tweede club, naast Noorderlicht, die de hockeybond en de Hockey Foundation in de hoofdstad hebben opgericht om meer kinderen aan het sporten te krijgen. Omar is één van hen. 

Omar: 'Tijdens de training en de wedstrijd kan ik al mijn energie er uit gooien'

Favoriete sport

Omar is 11 jaar en de jongste uit een gezin van acht zussen en een broer. Sinds twee jaar hockeyt hij bij Amsterdam Dynamics waar inmiddels 39 kinderen actief zijn. Drie jaar geleden kwam Omar als eerste en enige uit zijn familie in aanraking met hockey. Ondanks dat zijn verwachtingen niet hoog waren, vond hij het al snel superleuk en inmiddels kan hij met zekerheid zeggen dat hockey echt zijn favoriete sport is. Het leukste van hockey is dat het heel uitdagend is. Volgens Omar is het hard oefenen om beter te worden, maar dat vindt hij juist leuk. Twee keer in de week trainen de jongens en meisjes uit zijn team samen om vervolgens op zaterdag een echte wedstrijd te spelen tegen een club uit de omgeving.

Ruw!

Gedurende de lockdowns heeft hij het hockeyen heel erg gemist. Omar: “Tijdens de training en de wedstrijd kan ik al mijn energie eruit gooien en dat kon in de coronatijd ineens niet meer. Ik werd hier heel moe en onrustig van. Gelukkig is alles weer gewoon en is de competitie weer gestart.” Zijn team wordt gecoacht door Maartje Scheepstra (oud hockey International & één van de oprichters van de club) en Meester Ab (Abderrahmane Khier, Buurtsportcoach). Omar is heel blij met hun hulp. Ook is hij heel blij met het tenue waarin ze spelen. Ze krijgen zelfs complimenten van hun tegenstanders. Trots vertelt hij dat iemand van IJburg een keer zei dat ze er ‘ruw’ uitzagen! 

Schaduwoefeningen

Thuis kijkt Omar veel YouTube filmpjes om nieuwe tricks te leren. Meestal doet hij schaduwoefeningen zonder bal en soms oefent hij voorzichtig een Rondje om de Wereld mét bal. Omar blijft veel trainen om nóg beter te worden en hoopt later een goede hockeyer te worden. 

Website Amsterdam Dynamics

Meer over hockey via het Jeugdfonds

*Dit verhaal is eerder verschenen in het jaaroverzicht 2021 van Jeugdfonds Sport Amsterdam.

De 13-jarige Xavier zit weinig stil. Hij heeft veel energie en beweegt graag. ‘Ja lekker! Ik ben graag actief. Ik dans, ik zwem en dat doe ik allebei vrij fanatiek. Ik word er blij van.’ Moeder beaamt dat volmondig. ‘Toen Xavier 2 of 3 jaar was gingen we altijd met hem rondjes rennen, dan kon hij zijn energie kwijt. En nu nog steeds is hij iedere dag bezig. Alleen op zondag heeft hij vrij.’

Xavier woont met zijn ouders en twee zussen in Houten. Het gezin maakt geen gebruik van hulp van het Jeugdfonds. Moeder Linda: ‘Maar we zijn wel een gezin dat sporten belangrijk vindt en daarom de mogelijkheden gebruikt om in aanraking te komen met de verschillende sporten.’ Een actieve familie dus. Linda is zelf ook opgegroeid in een zwemfamilie waarbij haar ouders zwommen, actief waren bij de club en optraden als wedstrijd official. ‘Eigenlijk waren we altijd in of rond het zwembad te vinden. Toen ik zelf moeder werd, ging ik ook weer zwemmen en nam de kinderen mee. Zo lagen ze alle drie al heel jong in het water, voorzien van alle diploma’s. Zo is de stap naar wedstrijdzwemmen heel klein.’

Xavier is nog steeds een enthousiaste zwemmer. ‘Superleuk. Het is geen teamsport maar we hebben het als groep toch heel leuk samen. We juichen voor elkaar en willen dat iedereen een snelle tijd zwemt. Natuurlijk ben je ook elkaars concurrenten, maar dat is alleen in het water. Daarbuiten is het heel gezellig.’ Wat leuk is aan zwemmen? ‘Dat je je best doet om iedere keer beter te worden. Je zwemt eigenlijk voor jezelf. Ik wil iedere keer sneller aantikken.’

Sociale element belangrijk

Linda vindt het belangrijk dat haar kinderen actief zijn. ‘Ik ben er zelf ook mee opgegroeid, voor mij is het logisch om lid te zijn van een club. Naast de sportieve prestaties; het gezonde bewegen en bezig zijn, is er nog een ander belangrijk aspect. Het sociale element, het samen sporten en bezig zijn met vrienden, is erg belangrijk. Je leert zo rekening houden met elkaar, samenwerken, vriendschappen sluiten en je hebt het gezellig.’ Xavier vult aan: ‘De club voelt als familie.’

Hoofd leegmaken

Xavier: ‘De club voelt als familie’Naast zwemmen is er nog een andere naschoolse bezigheid waar veel tijd en passie in gaat zitten; het dansen. Xavier begon twee jaar geleden met breakdance en moderne dans. ‘Eigenlijk omdat mijn zus in de selectie danste en ik al die moves wel tof vond. Ik was de enige jongen die toen ging dansen. Nee dat was niet gek. Ik voelde me direct thuis en welkom en de meiden vonden het wel interessant geloof ik. Ik keek ook vaak YouTube-filmpjes met dans en zag dat dan helemaal in mijn hoofd. Zo ging ik thuis oefenen en werd al snel beter. Na een jaar kwam ik in de selectie en dat betekent twee keer in de week trainen en af en toe optreden of een show. . Als ik dans vergeet ik alle andere dingen. Het is lekker om zo mijn hoofd leeg te maken. En wat ik ook merk; ik kan er energie in kwijt, maar krijg er ook energie van. Ik ben niet voorzichtig met mijn lichaam, maar tijdens het dansen heb ik controle. Ik heb tijdens het voetballen vroeger vaker een blessure gehad. Als ik dan niet kon sporten werd ik echt chagrijnig en voelde me niet goed. Daaraan merk ik dat sporten en bewegen goed voor me zijn. Ik ben er ook zes dagen in de week mee bezig. Dat is best een druk schema naast mijn school, maar ik vind het superleuk.’

Uren dansend doorgebracht

Linda vertelt dat het hele gezin gegrepen is door het dansen. ‘Tijdens de lockdown ontdekten we de video game Just Dance. Dat werd natuurlijk een leuke competitie met z’n allen. We hebben zo heel wat uren dansend doorgebracht. Belangrijk tijdens al dat binnen zitten. Ik vind het leuk om Xavier zo enthousiast te zien dansen. Ook hoe ze met elkaar omgaan in de groep is fijn om te ervaren. Ik heb zelf als kind gemerkt, en zie dat ook bij mijn eigen kinderen hoe belangrijk het is om actief te zijn met sport of cultuur. Om te groeien, in vele opzichten. Dat zou ieder kind in Nederland moeten kunnen meemaken.’

Lees en bekijk meer

‘Ons hele gezin is er beter van geworden’ Marianna weet het zeker. ‘Sporten doet mijn kinderen heel veel goed. Ze groeien, zowel fysiek als mentaal en daardoor is het thuis ook echt gezelliger! En ook ik, als moeder, heb hierdoor een leuker leven gekregen. Ik gun iedereen dus een fantastische sportclub.’

Moeder Marianna ‘De club veranderde ons leven’Marianna heeft vier kinderen. De oudste is 21, de jongste 11. ‘Dat is een hele kluif, vooral als je, in periodes, alleen bent. Ik heb atletische, actieve kinderen, met veel energie. Ik zeg wel eens: die moeten, net als honden, ook uitgelaten worden. Zij hebben behoefte aan beweging. Anders worden ze chagrijnig en dipperig. Gaan met elkaar lopen klieren. Als je het financieel niet breed hebt dan is de contributie van een club een hoop geld, zeker met meerdere kinderen. Daarom ben ik blij dat ik ooit de stap zette om hulp in te roepen. Nooit spijt van gehad; het heeft ons gezin zoveel gebracht!’

Kinderen leren zichzelf kennen

‘Door sport kunnen kinderen op een veilige plek hun energie kwijt. Onder begeleiding hun grenzen verleggen. Ze leren zichzelf kennen, op allerlei manieren. Ik heb ervaren dat hun concentratie beter wordt. Het gaat beter op school, zowel met leren als met vriendjes. Ook slapen ze weer lekker. Maar niet alleen het sporten zelf heeft effect, ook het lid zijn van een club heeft veel voordelen. Mijn jongste Nigel zit op atletiek. Dat is zo’n leuke club! Jong en oud trainen samen, meisjes en jongens door elkaar. Alle niveaus zitten bij elkaar in een team. Iedereen moedigt elkaar aan, is bij elkaar betrokken.

Atletiek is leuk omdat je steeds beter kunt worden dan je vorige tijd of afstand. De uitdaging met jezelf is er altijd. Je leert ook dat oefenen zorgt dat je beter wordt. Dat je ergens iets voor moet doen om resultaat te behalen. Jezelf oppeppen om iets te bereiken is een essentiële ervaring. Maar ook over je eigen angsten en grenzen heen leren stappen zal in je verdere leven nog van pas komen. Merken dat je een slechte dag kunt hebben is leerzaam. Leren verliezen, maar ook leren winnen zijn belangrijke levenslessen. Samenwerken, je ergens aan verbinden, maar vooral ook lol hebben en ergens bij horen zijn allemaal aspecten die voor mij verbonden zijn met sport.’

Nigel (11) is drie maal per week op de atletiekbaan te vinden. ’Hartstikke leuk. Lekker rennen en lol maken met mijn vrienden. Natuurlijk heb ik ook wel eens geen zin, als het slecht weer is of zo, maar meestal vind ik het heel leuk. In het weekeinde lopen we wedstrijden. Elke keer probeer ik beter te worden. Op de club juichen we allemaal voor elkaar. Dat is fijn. Later wil ik naar de Olympische Spelen. Daarom train ik nu zo hard. Mijn held is Usain Bolt. Ik heb hem in het echt ontmoet, dat was heel mooi. We hebben samen gerend. Hij zei tegen me dat ik te hard liep. Dat hij me niet bij kon houden omdat hij een oude man is. Ja ik kon wel met hem praten want ik spreek best goed Engels.’

Mijn hoofd denkt: sneller, sneller sneller

’Ik zie het aan Nigel. Een kind dat altijd de eerste wil zijn. Alles is voor hem een wedstrijdje. Hij rent met zijn broers naar de auto. Wie is er het eerst? Hij is op de atletiekbaan dus helemaal op zijn plek. Hij is Nederlands kampioen geworden. Een geweldige prestatie. Maar voor hem onvergetelijk is de ontmoeting met zijn idool Usain Bolt. Zij speelden samen in een commercial voor Allianz Direct. Waanzinnig. Hier zal hij zijn hele leven trots op terugkijken. Allemaal kansen die voortgekomen zijn uit het lidmaatschap van een sportclub.

Hij is eigenlijk een bescheiden en verlegen jongetje. Maar door atletiek heeft hij meer zelfvertrouwen gekregen en durft hij zichzelf te laten zien. Hij is trots op zijn prestaties en zit lekker is zijn vel. Dat is toch fantastisch? Toen hij zeven was zei hij: Als ik ga rennen voel ik mijn lijfje niet meer. Mijn hoofd denkt alleen maar sneller, sneller, sneller. Ik voel geen pijn, ben niet moe. En als ik over de streep kom voel ik me geweldig! Dat is dus het effect van sport.’

Ik kwam weer het huis uit

’Mijn leven is ook veranderd door de sportclub. Ik zat in die periode zelf in een sociaal isolement. Zag niet veel mensen. Was veel thuis. Weinig geld hebben betekent automatisch keuzes maken. Boodschappen of de wasmachine repareren. De huur of de auto. Het is altijd een afweging. Zomaar iets leuks doen is er niet bij. Toen ik ook betrokken raakte bij de atletiekclub kreeg mijn leven weer een nieuwe impuls. Ik ontmoette andere ouders, was weer het huis uit. Werd ook zo blij van die enthousiaste kinderen. Iedereen rende lekker buiten, had het fijn met elkaar. Ik heb daar ook mijn plek gevonden. Dus mijn tip voor andere ouders: aarzel niet, voel geen schroom om hulp in te roepen. Het kan zoveel effect hebben. Het hele gezin kan er baat bij hebben.’

Meer over atletiek via het Jeugdfonds

Wist je dat?

kinderen en jongeren in Nederland groeit op in armoede.

kinderen en jongeren werden in 2023 via ons lid van een sportclub.

kinderen en jongeren werden in 2023 via ons lid van een cultuurclub.

uitgegeven sport- en cultuurattributen in 2023.