Roy van Schie is jongerenwerker bij het Welzijnskwartier in Katwijk. Roy is ook Cruyff Foundation Coach en betrokken bij het project Cultuur@CruyffCourts in Katwijk. ‘Ik wil jongeren het gevoel geven dat ze ertoe doen’.

Roy van Schie - Jeugdfonds Sport & CultuurRoy is al ruim 10 jaar jongerenwerker. Wat motiveert hem? “Ik heb toen ik jong was, zelf ook kansen gekregen via jongerenwerk. Ik zag wat er op straat speelde, ben een beetje door schade en schande wijs geworden. Via het jongerenwerk maakte ik kennis met DJ’en. Dat heeft mijn leven veranderd en me gemotiveerd om me nu in te zetten voor andere jongeren. Weet je, 80% van de jongeren komt wel op z’n pootjes terecht. Ik wil samen met mijn collega’s die andere 20% ook aan boord te houden.”

Aandacht

Roy werkt in wijken in Katwijk die meer aandacht nodig hebben. “Juist daar is ons werk het meest nodig,” vindt Roy. “Ik merk dat er vaak gekeken wordt naar wat jongeren niet kunnen, ik kijk liever samen naar wat iemand wel kan. Ik probeer iedere jongere waar ik mee werk het gevoel te geven dat hij of zijn ertoe doet. Via ons DJ project leren ze niet alleen dat het tof is om te draaien maar leren ze ook in het middelpunt van de belangstelling te staan, te presenteren en om te gaan met afspraken en druk. Ze leren dat ze zélf verantwoordelijkheid moeten nemen. Als je op je handen blijft zitten, gebeurt er niets.”

Lol online, eenzaamheid offline

Wat heeft Roy in die 12 jaar dat hij jongerenwerker is, zien veranderen. “Daar hoef ik niet lang over na te denken,” zegt Roy. “De smartphone heeft het leven van jongeren enorm veranderd. Aan de ene kant is het een verrijking waar we niet meer zonder kunnen. Wat ik ook zie is dat veel jongeren online het ogenschijnlijk goed hebben. Ze hebben veel contacten en volgers. Maar als je dan doorvraagt, blijkt dat sommigen in het echte leven bijvoorbeeld eenzaam zijn en dat het ook steeds ingewikkelder wordt om offline vriendschappen op te bouwen. Dat vind ik zorgelijk. Daarom zijn het soort projecten als mijn DJ project en Cultuur@CruyffCourts zo waardevol. Jongeren ontmoeten elkaar daar live. Een andere zorg is de verslavingsproblematiek. Er zijn heel veel middelen vrij gemakkelijk beschikbaar. Jongeren die hun leven onvoldoende inhoud kunnen geven, zijn gemakkelijke slachtoffers. ”

Wat vindt Roy van Cultuur@CruyffCourts? “Mooi. Fantastisch dat jullie dat doen! Het is een goede aanvulling op het programma van het Welzijnskwartier. Ik hoop natuurlijk dat kinderen en jongeren vervolgens doorgaan naar reguliere lessen en wij contact met hen blijven houden.”

Contact houden

De lockdown tijdens de coronacrisis maakte contact met de jongeren lastiger. Als we elkaar spreken dreigt de tweede lockdown. Hoe gaat Roy daarmee om? “Het is lastig,” zegt Roy. “Je komt elkaar minder vaak live tegen. Wij hebben daarom ons activiteitenaanbod in het begin van de coronacrisis zoveel mogelijk gedigitaliseerd en via sociale media live open Q&A gesprekken georganiseerd om zo in contact te blijven en te houden met jongeren. Daarnaast hebben we gelukkig ook veel jongeren nog fysiek en individueel kunnen zien en spreken. Contact houden is het allerbelangrijkste.”

Lees meer

Budgetcoach Mariska Eshuis is in 2019 voor zichzelf begonnen nadat ze jarenlang op de afdeling huurincasso van een woningcorporatie werkte. Ze vond dat het anders moest. Iedereen kan in een situatie belanden waardoor er even geen overzicht meer is of hulp bij schulden hard nodig is. 

In 2019 gooide Mariska het roer om en werd zelfstandig budgetcoach nadat ze jarenlang werkte op de afdeling huurincasso van een woningcorporatie. “Juist omdat ik zelf uit een gezin kom waar bijna ieder dubbeltje moest worden omgedraaid, weet ik wat voor leed er schuilgaat achter de voordeur in armere wijken. Het gaat nooit alleen om geldproblemen. Er spelen altijd andere dingen mee. Ik wil me inzetten voor mensen die grip op hun financiële situatie kwijt zijn. En daarbij gaat het echt niet alleen om mensen aan de onderkant van de samenleving. In tegendeel. Juist Jan Modaal die geen recht heeft op allerlei voorzieningen, houdt uiteindelijk minder over dan een gezin met een minimum inkomen dat wel een beroep kan doen op allerlei regelingen.” 

Luisteren naar het verhaal

Bij de woningcorporatie waar Mariska werkte, zag ze dat mensen die hun huur niet konden betalen, diep in de problemen kwamen. Dagvaardingen en ontruimingen vond ik heel erg, maar soms had ik geen keus,” zegt Mariska. “Ik vond dat het anders moest. Ik legde veel  huisbezoeken af en probeerde er alles aan te doen om huurders met een huurschuld te helpen door rekening te houden met hun financiële situatie. Ik zocht altijd naar een balans tussen het incasseren van de huur en het besef dat een dak boven je hoofd één van de belangrijkste zaken in het leven is. Ik ging niet alleen op huisbezoek om een regeling te treffen maar vooral om het verhaal te horen. Het incasseren veranderde voor mij langzamerhand in een maatschappelijke, hulpverlenende functie.”  

Wachten op de kinderbijslag

Mariska is vertrouwd met geldzorgen. Ook zij groeide op in een gezin waar niet veel geld was. “Altijd wachten tot de kinderbijslag binnenkwam. In de rij voor de Vlaggetjesweek bij C&A. De goedkoopste boodschappen in huis halen. Geen vakantie. Op een gegeven moment gingen mijn ouders scheiden en werd het geldgebrek nóg voelbaarder. Gelukkig kon mijn vader goed met geld omgaan. Hij heeft me dat geleerd en me ook gestimuleerd te gaan studeren, als eerste van de familie. Ik ben naar de HEAO gegaan omdat ik economie interessant vond en ik blij werd van alles rondom cijfertjes, getallen en rekenen. Achteraf gezien was ik toen al bezig met mijn passie rondom budgetteren.”  

Inkomenstoets moet van tafel

Als intermediair maakt Mariska het mogelijk dat kinderen lid kunnen worden van een sportclub of zich creatief kunnen uitleven. “Ik wilde als kind graag op turnen, mijn moeder vond dat te gevaarlijk. Achteraf denk ik: er was gewoon geen geld voor. Mijn dochter zit nu op turnen. Als ik zie wat dat met haar doet, hoe blij ze ervan wordt. Dat raakt mij. Ik wil dat alle kinderen die kans krijgen. Daarom ben ik ook intermediair voor het jeugdfonds. Ik kan gezinnen er echt mee helpen. Maar niet altijd.

Het frustreert me dat de gemeente een inkomenstoets hanteert voor ouders die een beroep op het jeugdfonds doen. Daardoor worden veel gezinnen, die het hard nodig hebben, niet geholpen. Die inkomenstoets moet echt van tafel. Ik vind dat je moet kijken naar wat er uiteindelijk maandelijks onderaan de streep overblijft. Zeker nu. Veel gezinnen zijn getroffen door de coronacrisis. ZZP’ers hebben minder opdrachten. Allemaal mensen die werken maar buiten hun schuld in de problemen komen.” 

Zorgen dat mensen begeleiding krijgen

Kunnen mensen die geldzorgen hebben zich een budgetcoach veroorloven? Zeker! “Er is meestal wel een mouw aan te passen en je wordt creatief,” zegt Mariska. “Veel mensen betalen zelf hun traject in de vorm van een maandbedrag welke in een budgetplan wordt opgenomen. Maar we praten ook met de werkgever als de cliënt hiervoor openstaat. Vaak weet die wel dat er problemen zijn en wil voorkomen dat er verzuim gaat ontstaan. En als iemand al in verzuim is en ziek thuis zit, kan er een advies vanuit de arbodienst of bedrijfsarts komen.  

Mensen met een uitkering kunnen vaak geen begeleiding betalen. Mensen worden nu naar budgetbeheer van de gemeente verwezen, iets wat ze vaak niet willen. Zij willen zelf regie houden en zelf de financiële problemen oplossen. Geef mensen dan vanuit die eigen kracht ook de keuzevrijheid om individuele begeleiding te mogen aanvragen voor budgetcoaching. Dat is nu helaas nog niet mogelijk, maar ook daar ben ik hard mee bezig.”  

Amma Asante - Jeugdfonds Sport & CultuurAmma Asante deed in 2015 voor ons fonds onderzoek naar kunst-, cultuur- en sportdeelname bij kinderen in armoede: ‘Mind the Gap’. Asante’s werkzame leven staat in het teken van je inzetten voor een betere samenleving en gelijke kansen. Zo werkte zij onder meer in de jeugdhulpverlening, asielopvang en publieke gezondheid en was als gemeenteraadslid en lid van de Tweede Kamer actief voor de PvdA. Momenteel is ze voorzitter van de Landelijke Cliëntenraad. Mind the Gap is vijf jaar geleden. Hoe staan we er nu voor als het gaat om kansen voor kinderen? 

Betrokkenheid en drive zijn het kompas waar Amma Asante op vaart. Waar komt die betrokkenheid vandaan? “Mijn eigen kindertijd heeft er vast mee te maken,” zegt Amma. “Ook ik kom uit een gezin waar niet veel geld was. Overigens heb ik daar niet veel van gemerkt. Maar misschien dat daar het zaadje geplant is. Je afkomst mag niet je toekomst bepalen en dat zie je steeds vaker gebeuren. Armoede is steeds vaker een generationeel probleem. Het wordt van ouder op kind doorgegeven. Als je in de materie duikt kan je niet anders dan je boos maken en je verbazen.” 

Mensen houden minder over, ook als ze werken

Armoede is een structureel, maatschappelijk probleem, constateert Amma. Maar veel mensen hebben geen idee. “Dat stoort me. Dat zoveel mensen niet weten dat er een grote groep mensen is die niet kan deelnemen aan het maatschappelijk leven. Daardoor ontstaan achterstanden in gezinnen. Het probleem oplossen betekent dat er eerst maatschappelijk bewustzijn moet zijn. Mensen moeten zich opwinden, van de politiek eisen dat dit opgelost wordt. In Nederland kom je niet om van de honger, er zijn goede voorzieningen. Maar als je verder kijkt, bijvoorbeeld naar gezondheidscijfers en de kansen voor kinderen, dan zie je dat er een duidelijke tweedeling is.”  

Haar onderzoek Mind the Gap uit 2015 ging over deelname aan sport en cultuur van kinderen die opgroeien in armoede. Is er iets verbeterd in die vijf jaar? “Dat zie ik niet,” zegt Amma. “Armoede nam enigszins af tijdens de hoogconjuctuur maar dat is inmiddels helemaal tenietgedaan. Onder andere door de coronacrisis. Ik zie ook dat de kosten van levensonderhoud zijn gestegen en uitkeringen worden lager. Mensen houden onder aan de streep minder over, ook als ze werken. Vanuit SZW is er de laatste jaren veel geïnvesteerd in het bekendmaken van de problematiek en het doorbreken van taboes. Dat is heel goed en ik heb daar veel waardering voor maar het is niet genoeg om het probleem structureel op te lossen.”  

Even los

Waarom is het belangrijk dat kinderen de kans krijgen te sporten, te dansen of muziek te maken? “Het is leuk, goed voor de ontwikkeling en vergroot het zelfvertrouwen waardoor de prestaties op school beter worden. Ook dat is iets dat te weinig onderkend wordt. Ouders die weinig geld hebben, bezuinigen vaak als eerste op de activiteiten van hun kinderen. Begrijpelijk, de vaste lasten gaan voor. Kun je nagaan wat dat betekent voor de ontwikkeling van de kinderen. Juist voor hen is het zo belangrijk even los te zijn van hun ouders, een paar uur per week niet geconfronteerd te worden met schaarste maar lol te hebben met leeftijdsgenoten en nieuwe skills op te kunnen doen. Dat vergroot hun kansen op een betere toekomst.”  

Eigen kracht versterken

Wat moet er gebeuren om armoede op te lossen. “Heel veel. In fiscaal opzicht kan er veel meer gebeuren. Waar ik me voor inzet is onder andere de vereenvoudiging van het toeslagenstelsel. Er ontstaan veel problemen als het gaat om toeslagen. Het is een ingewikkeld systeem waardoor mensen in de problemen komen en schulden krijgen. Boete wordt op boete gestapeld waardoor mensen steeds dieper in de schulden komen. Schuldenproblematiek is een industrie geworden. Daar moet de overheid iets aan doen. Zoals de mogelijkheid om schulden door te verkopen. Hierdoor kan een schuld van een paar tientjes binnen een jaar stijgen naar honderden euro’s. Je zou bijvoorbeeld ook de kinderbijslag kunnen verhogen voor minimagezinnen. Maar het gaat niet alleen om het geven van geld. Je moet mensen ook in staat stellen op eigen kracht hun inkomen te verdienen zodat het gevoel van eigenwaarde versterkt wordt. 

Armoede komt nooit alleen

Armoede gaat niet alleen over geldgebrek, vindt Amma. “Wij beoordelen iemand vaak op wat hij of zij verdient, op wat voor werk iemand doet. Als je niet in staat bent je eigen geld te verdienen, word je gezien als loser. Dat draagt bij aan de schaamte en maakt dat mensen zich isoleren. Armoede komt nooit alleen maar is vrijwel altijd verbonden met bijvoorbeeld gezondheidsproblemen en problemen op relationeel gebied. Er moet dus ook aandacht en geld geïnvesteerd worden in de begeleiding van gezinnen. Als je elke dag moet bedenken hoe je eten op tafel moet krijgen, dat vreet aan een mens. Help mensen hun veerkracht te versterken.” 

Kenniscentrum Sport & Bewegen helpt professionals werkzaam in sport, zorg, onderwijs en overheid met kennis, adviezen en producten zodat sport en beweging voor iedereen vanzelfsprekend en toegankelijk wordt. Meedoen aan beweeg- en sportactiviteiten is voor kwetsbare groepen, bijvoorbeeld kinderen en jongeren uit gezinnen met een laag inkomen, niet vanzelfsprekend. De verwachting is dat steeds meer gezinnen als gevolg van de coronacrisis de sportclub niet (meer) kunnen betalen. Laura Butselaar en Jamilla Vervoort zijn specialist ‘Meedoen door sport en bewegen’. Ze geven professionals handvatten om ervoor te zorgen dat kwetsbare jongeren mee kunnen doen.

Kenniscentrum Sport | Jamilla & Laura“We werken vanwege de coronacrisis vanuit huis, maar hebben het toch behoorlijk druk,” zegt Laura. “”Er moeten andere manieren gevonden worden om kinderen en jongeren te bereiken. We verwachten dat als gevolg van de crisis de groep ouders die de sportclub niet meer kunnen betalen, groeit. De crisis is ook een kans is nu het kabinet sportaanbieders aanmoedigt ook deze kinderen welkom te heten, maar de vraag is hoe doe je dat dan? Daar moeten we nu op inspelen. We hebben een artikel gepubliceerd met tips hoe je dat kunt doen.” Laura: “Sport en bewegen moet voor alle kinderen bereikbaar zijn. Ondanks alle voorzieningen die er zijn, zien we dat een grote groep nog niet bereikt wordt of dat ze het na een tijdje weer opgeven. Wij kijken welke factoren daarbij een rol spelen.”

Toekomstperspectief

Sport, beweging, deel uitmaken van een sociaal netwerk zijn belangrijk. Hoe motiveer je jongeren te gaan sporten? Vraag het de jongeren zelf, is de logische conclusie. Laura: “Dit jaar is er een onderzoek uitgezet om in gesprek te gaan met jongeren. Wat betekent sport en bewegen voor ze, willen ze het wel en zo ja, hoe dan? Op basis van hun antwoorden, ontwikkelen we adviezen voor bijvoorbeeld gemeenten. Sport en bewegen verbetert het toekomstperspectief van kinderen en jongeren. Niet alleen omdat je er gezond en fit door wordt, maar vanwege het sociale netwerk. Er gelden regels en afspraken op de club, je moet samenwerken en rekening met elkaar houden. Je doet er dus allerlei skills op waar je ook in de toekomst iets aan hebt. En een jongere kan, behalve sporten, ook een andere rol op zich nemen in de sportvereniging. Daar leren ze van en dat is goed voor het zelfvertrouwen.”

Meiden

Het kenniscentrum werkt met een ‘human capital model’ waar maar liefst 79 effecten benoemd zijn van sport en bewegen voor iedere doelgroep. “Dankzij wetenschappelijk onderzoek kennen we die effecten,” zegt Laura. “Bijvoorbeeld het effect op schoolprestaties. We zien ook waar nog een tandje bijgezet moet worden. Zo is Jamilla bezig met meiden en buurtsport. “We weten dat meiden niet zo snel buiten op een veldje in de buurt gaan sporten,” zegt Jamilla. “We kijken hoe meiden toch gestimuleerd kunnen worden om iets te gaan doen. Daarbij is in gesprek gaan heel belangrijk. Professionals, denk aan buurtsportcoaches, kunnen naar scholen gaan en aan de meiden vragen wat ze willen en ervoor zorgen dat de meiden ook betrokken worden bij de organisatie van de activiteit.”

De effecten van de coronacrisis

Vanwege de coronacrisis zaten veel kinderen en jongeren thuis. Laura: “We hebben nog niet helemaal in beeld wat het effect daarvan is. We weten wel dat het juist voor deze kwetsbare groep belangrijk is om naar de club te gaan. Veel mensen uit deze doelgroep wonen klein, hebben geen tuin en er zijn geldzorgen. Dat levert stress op. We denken dus na over hoe we sport en bewegen in deze situatie toch aan kunnen bieden. Dat hoeft helemaal niet zo ingewikkeld te zijn. Zo biedt sporttrainster Houda Loukili interactieve live workouts aan voor vrouwen, meisjes, moeders en hun kinderen. Ze doet dit samen met haar kinderen en de online opkomst is heel goed. Zo inspirerend!”

Weer naar buiten, en nu?

De sportverenigingen gaan weer voorzichtig open. Het kabinet moedigt sportaanbieders aan om niet alleen open te gaan voor hun ‘eigen leden’, maar alle kinderen en jongeren welkom te heten. Hoe doe je dat voor kwetsbare kinderen en jongeren? Laura: “Dit is een doelgroep die wat extra’s vraagt. Clubs moeten daarop inspelen. We hebben een aantal tips op een rijtje gezet om kinderen en jongeren te betrekken. Het is goed dat sportclubs gevraagd wordt ook open te gaan voor niet-leden. Dat biedt kansen. Daarnaast kan er dichtbij huis, bijvoorbeeld op de Cruyff Courts kan van alles – en vooral in samenspraak met de doelgroep – georganiseerd worden. We willen dat kinderen en jongeren beginnen met sporten maar het ook volhouden. Ook daar hebben we allerlei tips voor. Zeker als kinderen in de puberteit komen, zie je een dip in de deelname. Essentieel is dat jongeren zelf een stem hebben en dat clubs dat moeten benutten in wat zij aanbieden. Bijvoorbeeld door flexibeler te worden in hun aanbod, niet alleen voetbal aan te bieden maar samen te werken met andere verenigingen. Of het te combineren met huiswerkbegeleiding.

Juist deze tijd biedt de kans goed na te denken over hoe we het zo goed mogelijk kunnen inrichten om de drempel naar sport en bewegen zo laag mogelijk te houden.”

Lees meer

Verwelkom kinderen uit gezinnen met een laag inkomen bij sport: 14 tips

Interactieve live workouts aan voor vrouwen, meisjes, moeders en hun kinderen door Houda Loukili

Vroeger was de Kredietbank een bank voor arme mensen. Tegenwoordig is het een sociaal maatschappelijke instelling die mensen helpt die in financiële problemen zitten. Maar heel af en toe wordt er een krediet verstrekt. De Kredietbank Limburg verleent schuldhulpverlening in de meest brede zin van het woord. Directeur Ruud van den Tillaar legt uit hoe complex het schuldenvraagstuk is.

Ruud van den Tillaar - Kredietbank Limburg“Uit de landelijke cijfers blijkt dat 1,4 miljoen huishoudens problematische dan wel risicovolle schulden hebben. Daarvan hebben we slechts 200.000 huishoudens in beeld.” zegt Ruud van den Tillaar. “Als je dan bedenkt wat stress rond het hebben van schulden veroorzaakt, besef je hoe groot de problematiek is. Het IQ van mensen gaat omlaag, ze worden ongevoeliger voor hun omgeving, kunnen alleen nog de korte termijn overzien. Als je dan weet dat er 1,2 miljoen huishoudens zijn die geen hulp hebben, is dat zorgelijk.”

Buiten beeld

De reden dat zoveel huishoudens buiten beeld zijn, is complex, volgens Van den Tillaar. Schaamte is een factor maar vooral de manier waarop de overheid omgaat met het schuldenvraagstuk maakt dat mensen hun situatie niet meer overzien en niet op tijd aan de bel trekken. “De overheid kent vele gedaanten en evenzovele werkwijzen. De Belastingdienst, de Sociale Verzekeringsbank, Sociale Dienst, DUO, het is allemaal overheid. Als iemand een verkeersboete niet betaalt, volgt er een boete op de oorspronkelijke boete. Boete wordt op boete gestapeld en in no time zit je met een flinke schuld. Zo werken veel overheidsdiensten. Het is beter als er bij te laat of niet betalen geïnformeerd wordt óf iemand kan betalen en dat de incasso even gestopt wordt als blijkt dat het een probleem is.”

Veelkoppig monster

Het hebben van schulden is ingewikkeld, laat staan het oplossen of hulp vragen. Ruud van den Tillaar: “Veel mensen in de schulden ervaren de overheid als een veelkoppig monster en vragen niet om hulp bij datzelfde monster. Bovendien blijkt uit onderzoek van de Nationale Ombudsman dat de drempel naar de overheid om in aanmerking te komen voor schuldhulpverlening veel te hoog is. Je krijgt te maken met een papierwinkel aan formulieren en bewijsstukken maar als je zo goed was in administratie, was je niet in de schuldenproblematiek terecht gekomen.”

Gewoon beginnen

De schuldenproblematiek en de manier waarop de overheid daarmee omgaat is dus buitengewoon complex. Zeker voor mensen die last hebben van ‘schuldenstress’ waardoor IQ daalt en mensen de langere termijn niet meer kunnen overzien. Is er een oplossing? “Wij proberen als Kredietbank ons proces zo mensvriendelijk mogelijk in te richten waarbij we altijd beginnen met de vraag wat we voor iemand kunnen betekenen. De overheid zou zijn verantwoordelijkheid moeten nemen. Bijvoorbeeld door contact op te nemen met iemand die zijn boete niet betaalt en door te verwijzen naar hulp. Zuid Limburg staat bekend om zijn armoedeproblematiek en intergenerationele armoede, dat wil zeggen dat kinderen die opgroeien in armoede, zelf voorbestemd zijn tot armoede, een groot probleem is. We zullen iets moeten verzinnen om dat te doorbreken. Je moet gewoon beginnen. Je kunt heel lang nadenken en onderzoeken maar we weten wel wat waar is.”

Samenwerken is de sleutel

Het helpt als gemeenten en instellingen samenwerken, heeft Van den Tillaar. “Wij werken samen met 20 gemeenten en met instellingen als SchuldHulpMaatje en welzijnsinstellingen. Want er zijn veel mensen bezig met schuldenproblematiek. Als je die krachten bundelt, kom je verder. En als wij in onze dienstverlening laten zien dat we onbevooroordeeld naar mensen kijken en ze serieus nemen, kun je verschil maken. De Ombudsman zei het laatst heel mooi: als overheid moet je in 2030 eerlijk, simpel en begripvol zijn. Dat dekt voor mij de lading.”

Lees meer over schuldhulpverlening

Website Kredietbank Limburg

Het Nibud is hét kenniscentrum op het gebied van de huishoudportemonnee van Nederlanders. Het Nibud wil mensen helpen grip op geld te krijgen en te houden, nu en in de toekomst. Dat betekent dat onderzoek, voorlichting en advies geven voor zowel burgers als de overheid. Het Nibud traint ook schuldhulpverleners die gezinnen bij kunnen staan. Directeur Arjan Vliegenthart: ‘Armoede is niet alleen een persoonlijk probleem, maar een probleem van de samenleving’.

Arjan Vliegenthart - directeur NIBUD“We leveren zwemvesten maar bepleiten ook hekken langs het ravijn,” schildert Arjan Vliegenthart. “We helpen individuele burgers maar dragen graag een steentje bij aan een andere financiële inrichting van de samenleving. Armoede is niet alleen een persoonlijk probleem, maar een probleem van de samenleving. Die zou zo ingericht moeten zijn dat je schulden kunt voorkomen. Hoe minder inkomen je hebt, hoe lastiger het is om rond te komen. Dat lijkt vanzelfsprekend maar klopt niet helemaal. Er zijn ook mensen die wel goed kunnen rondkomen met weinig geld. Er is dus ook een gedragscomponent. Dat je in staat bent te zien wat de gevolgen van je financiële beslissingen zijn. Hoe houd je voldoende grip op wat er maandelijks in – en uitgaat? Financiële stress leidt tot minder rationeel gedrag. En mensen die kwetsbaar zijn verstoppen zich en zijn dus moeilijk bereikbaar. De grootste uitdaging zit in het bereiken van die groep.”

Een achterstand haal je moeilijk in

Armoede in het welvarende Nederland? Veel Nederlanders kunnen zich er niets bij voorstellen want je hebt –als het leven tegenzit- recht op een uitkering en de meeste mensen hebben een dak boven hun hoofd. Vliegenthart: “Armoede in Nederland betekent dat je sociaal niet mee kunt doen en in die zin is er echt armoede in Nederland. En nee, dat is geen honger armoede zoals elders in de wereld, maar het betekent bijvoorbeeld wél dat je niet naar een verjaardagsfeestje kunt omdat je geen geld hebt om een cadeautje te kopen. Dat de kinderen niet naar een sportclub kunnen en geen muziekles krijgen omdat er geen geld voor is. Het wereldje wordt steeds kleiner. Daarmee lopen kinderen een achterstand op die ze gedurende hun leven maar heel moeilijk in kunnen halen. Nog afgezien van alle levensvreugde die je ontzegd wordt als je niet veel geld hebt.”

Meer schulden, minder hulpvraag

Het Nibud leidt schuldhulpverleners op die mensen kunnen helpen grip te krijgen. Uit een onlangs gepubliceerd bericht blijkt echter dat steeds minder mensen om hulp vragen. “Schulden hebben is een taboe, schaamte is een probleem,” zegt Vliegenthart. “Dat komt omdat er zoveel moraliteit omheen is. Als je schulden hebt, zal je daar wel schuldig zijn aan zijn. Als we die moraliteit er af kunnen halen, zijn we al een eind op weg. Mensen denken vaak dat schuldhulpverlening iets is voor mensen die er erger aan toe zijn. Daardoor kloppen mensen minder snel aan bij het gemeentelijk loket. En de gemeente is vooral georiënteerd op mensen die ze al kennen, via de bijstand bijvoorbeeld. Maar er zijn groepen die minder snel in het vizier komen, zzp’ers bijvoorbeeld.”

Buffertje opbouwen

Een buffertje opbouwen voor noodgevallen is het eerste advies dat het Nibud mensen geeft. Maar de overheid faciliteert dat niet altijd. “Het zou helpen als het beleid hier en daar aangepast wordt. Neem de normen voor kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen: die zijn heel laag. Daar gaat het buffertje. Eigenlijk gaat er dus een perverse prikkel uit van dat beleid. Als dat beleid verbeterd wordt, geeft dat direct lucht. Dat geldt ook voor de hele schuldenindustrie. Mensen krijgen boete op boete als ze een rekening te laat betalen en raken daardoor steeds dieper in een put waar ze niet meer uit kunnen komen. Mensen die in de schuldhulpverlening zitten, moeten voldoende inkomen hebben anders redden ze het niet. Je kunt mensen wel leren dat ze ieder dubbeltje tien keer om moeten draaien, maar als elk dubbeltje nodig is, gaat het een keer mis. Daarom is het anders inrichten van de samenleving zo belangrijk.”

Armoede als erfenis

Kinderen die opgroeien in armoede, missen kansen die andere kinderen wel krijgen. Daar is Arjan Vliegenthart van overtuigd. “Het maakt helaas uit waar je wieg staat. Het gaat niet eens altijd om financieel kapitaal van een gezin, ook het sociaal en cultureel kapitaal en het opleidingsniveau van de ouders dragen bij aan de ontwikkeling van een kind. En dat gaat soms van generatie op generatie. Er is een gerede kans dat kinderen die opgroeien in armoede, de rest van hun leven met geldgebrek blijven kampen, dat is een serieus probleem. Je kunt je eraan ontworstelen maar dat is niet zo eenvoudig. En de inrichting van de samenleving werkt niet bepaald mee. Jongeren kunnen over het algemeen alleen een huis kopen als de ouders een deel meefinancieren. De huren stijgen. Dat maakt mensen kwetsbaar en vergroot de kans op dakloos worden, we zien dat de groep daklozen groeit. De verschillen in de samenleving lijken steeds groter te worden.”

Voorlichting

Om mensen weerbaarder te maken, geeft het Nibud samen met haar partners voorlichting aan allerlei groepen, onder andere aan middelbare scholieren. We geven jongeren niet alleen inzicht in hoe ze met geld om moeten gaan, maar ook wat ze te wachten staat als ze 18 worden. Veel jongeren weten bijvoorbeeld helemaal niet dat ze zelfstandig een verzekering moeten afsluiten. Ze hebben geen beeld van alle kosten die volwassen zijn met zich meebrengt. Dat is vragen om problemen.”

Ouders die moeilijk rond kunnen komen

Ouders willen het beste voor hun kind. En ze schamen zich als ze niet kunnen geven wat het kind nodig heeft. “Gebrek aan geld is niet iets om je voor te schamen,” vindt Vliegenthart. “Vraag om hulp als je er niet uitkomt. Er zijn oplossingen. Als ouder wil je dat je kind goed terechtkomt en wil je dat het gelukkig is. Het mooie van het Jeugdfonds Sport & Cultuur is dat de hulp in natura gegeven wordt. Lidmaatschap en benodigdheden voor bijvoorbeeld een sportclub of danslessen worden betaald. Dat kan dus niet in beslag genomen worden door derden. Dat zorgt ervoor dat je kind altijd mee kan doen. Ik vind dat heel erg zinvol.

Ook kinderen moeten weten dat er hulp is en dat ze elkaar niet met geldgebrek moeten pesten. De groepsdruk bij jongeren is erg groot. Het zou mooi zijn als het bespreekbaar wordt. Het is mesjogge dat we in een welvarend land als Nederland dit niet voor elkaar krijgen. Het is toch een erezaak dat we dat gaan regelen.”

Lees meer over schuldhulpverlening

Lees meer op de website van Nibud

 

Hoogleraar klinische neuropsychologie Prof. Dr. Erik Scherder is on a mission: mensen in beweging zetten. En daar kun je wat hem betreft niet vroeg genoeg mee beginnen. Bewegen en muziek maken zijn goed voor het brein. Scherder’s missie past dus uitstekend bij die van het Jeugdfonds Sport & Cultuur: het mogelijk maken dat alle kinderen kunnen sporten, dansen of muziek maken.

Erik Scherder pleit ervoor dat muziek een vanzelfsprekend onderdeel gaat uitmaken in de levens van kinderen. “Muziek is heel belangrijk voor de ontwikkeling van kinderen,” zegt Erik Scherder. “Het brein van een kind is volop in ontwikkeling. Zingen of het bespelen van een instrument zorgt ervoor dat er nieuwe verbindingen tussen de hersendelen worden aangelegd. Muziek maken stimuleert de ontwikkeling van het kind. Als je muziek maakt, moeten de hersendelen met elkaar samenwerken en daar worden ze beter van. Een kind leert op muziekles noten lezen, is bezig het instrument te bespelen en moet tegelijkertijd goed luisteren. De hersenen worden dus volop aan het werk gezet. Daarnaast raakt muziek je en daarmee draagt bij aan de emotionele ontwikkeling. Je kunt dus niet vroeg genoeg beginnen!”

Lekkerder in je vel

Behalve dat Scherder een groot pleitbezorger is voor meer muziek, pleit hij ook voor meer bewegen, want ook bewegen is goed voor het brein. “Lichaamsbeweging en met je hersens bezig zijn, doen een beroep op dezelfde circuits in het brein,” zegt hij. “Het gaat om dezelfde neurale systemen. Als kinderen en jongeren te weinig bewegen, gaan ze daar last van krijgen. Er is een grotere kans op overgewicht en fysieke klachten maar het heeft ook invloed op hoe je je voelt. Het is bekend dat mensen met een depressie baat hebben bij bijvoorbeeld hardlopen. Als je lekkerder in je vel zit, presteer je beter en voel je je beter.”

Bewegen maakt ons dus ook slimmer? “Dat zou je best zo kunnen stellen,” zegt Scherder. “In ieder geval zorgt sporten voor een betere doorbloeding van het brein. Beweging heeft ook een gunstig effect geeft op de neurotrofines in het brein, dat zijn de ‘voedingsstoffen’ waardoor onze chemische huishouding beter functioneert. Pokon voor de hersencellen!”

Een kind leert op muziekles noten lezen, is bezig het instrument te bespelen en moet tegelijkertijd goed luisteren. De hersenen worden dus volop aan het werk gezet.

Investeren in de toekomst

Als een kind aan sport en het liefst ook aan muziek doet, ontstaan er meer vertakkingen in het jonge brein. Jammer genoeg bewegen kinderen en jongeren de laatste jaren steeds minder. Een kind of jongere zit dagelijks uren naar een scherm te kijken. Er is bewezen dat bescheiden bewegingsprogramma’s op school een groot verschil maken. Uit onderzoek op basisscholen is gebleken dat een half uur extra bewegen per dag al een significante verbetering geeft. De aandacht en concentratie bij de kinderen verbeterden. Erik Scherder: “Daarmee wordt een reserve opgebouwd; je investeert daarmee in je toekomst, in je hele levensgeluk. Die verrijking kan nét het verschil maken! Het is dus belangrijk dat ouders beseffen dat sporten, muziek maken en dansen niet alleen maar leuk zijn, maar essentieel zijn voor de ontwikkeling van kinderen.”

Lees meer onderzoeken over sport en cultuur bij kinderen:

  • Mind the Gap – Onderzoek naar kunst-, cultuur- en sportdeelname van kinderen in armoede
  • Veelbetekenende kansen – Een kwalitatief onderzoek naar de bijdrage van het Jeugdfonds Sport & Cultuur door de ogen van kinderen.

 

Wist je dat?

gemeenten zijn aangesloten bij het Jeugdfonds Sport & Cultuur.

kinderen groeit op in armoede.

kinderen en jongeren in 2019 de kans kregen om te sporten.

kinderen en jongeren in 2019 de kans kregen om te dansen, muziek te maken, schilderen.