Ambassadeurs

Sanne Wevers: ‘Je kan en hoeft het niet alleen te doen’

Sanne Wevers, olympisch kampioen op de evenwichtsbalk, is ambassadeur van het Jeugdfonds Sport & Cultuur.“De turnhal was één grote speeltuin voor mijn tweelingzus Lieke en mij. We konden er eigenlijk de hele dag apenkooien. Onze ouders waren allebei fulltime turncoach, dus we waren vrij jong toen we er voor het eerst kwamen; ik denk een jaar of drie. Als ze een keer geen oppas konden regelen, mochten we mee. Omdat zij druk waren met trainen, kregen wij even geen aandacht. En juist dat was zo leuk! We konden doen en laten wat we wilden. Toen ik vijf, zes jaar oud was, werd ik wat serieuzer. Maar dat voelde niet als een grote stap, simpelweg omdat onze ouders al zo in het turnen zaten.”

 

Papa of Vincent?

“Op mijn twaalfde ben ik bij mijn vader gaan trainen. Voor die tijd ging het bij ons thuis natuurlijk ook vaak over turnen, maar mijn vader zat er niet bovenop, hij had andere leerlingen met wie hij druk was. Toen hij Lieke en mij ging trainen, zijn we hem ‘Vincent’ gaan noemen, en dat vond ik best moeilijk. Ik had mijn vader nog nooit bij zijn voornaam genoemd! Nu is het nog steeds zo dat ik hem Vincent noem als ik aan hem denk in de context van turnen, en anders is het gewoon papa. Ik wissel het af.

“Zonder mijn ouders was ik nooit zover gekomen in het turnen. Ze zijn er zo bij betrokken, zo verantwoordelijk voor het succes. In 2015 hebben we een moeilijke tijd gehad. We waren niet meer welkom bij de turnclub die mijn ouders zelf hadden opgebouwd, Bosan TON in Almelo, mijn vader was er twee jaar eerder al ontslagen vanwege een verschil in inzicht. Hij is uiteindelijk met ons meeverhuisd naar Heerenveen, omdat we daar konden trainen. Mijn moeder bleef echter thuis in Oldenzaal achter. Het eerste half jaar was dat echt lastig, vooral voor mijn ouders natuurlijk. En ja, we hadden met de Olympische Spelen van 2016 een gezamenlijke droom, maar toch voelde het zo dat het vooral door ons kwam dat we die beslissing om te verhuizen hadden moeten nemen.”

 

De wil om te winnen

“Lieke was van jongs af aan bezig met goed willen worden, terwijl ik het vooral allemaal leuk vond. Ik wilde gewoon graag in de turnhal zijn, plezier maken. Eigenlijk vond ik alles leuk om te doen als kind; ik heb zelfs getennist en als we in de winter een keer gingen schaatsen, vond ik dat weer te gek.

“Toen ik de overstap maakte naar de trainingsgroep van mijn vader, maakte ik bewust de keuze om echt voor het turnen te gaan. Het voelde als een volgende stap. In één klap veranderde mijn instelling van ‘lang leve de lol’ in heel serieus. In het turnen moet je veel uren maken. Je moet echt keihard trainen. Met fysiek talent alleen kom je er niet. Zo was ik bijvoorbeeld als negenjarig meisje uitgeselecteerd, omdat ik niet goed genoeg werd bevonden… Maar door hard te werken, en door de wil om te winnen, de wil om steeds weer beter te willen worden, elke dag dat kleine stapje te durven zetten, is het toch gelukt om ver te komen.”

 

Je hoeft het niet alleen te doen

“Ik heb sinds de Spelen in Rio veel aanvragen gekregen om me te verbinden aan goede doelen, maar om eerlijk te zijn: ik wilde een organisatie die bijdraagt aan iets positiefs. Dat doet het Jeugdfonds Sport & Cultuur in mijn ogen. Sport opent namelijk deuren voor de toekomst van een kind. Ik zou gewoon niet weten hoe het is zonder sport te leven. Het leert je mentaal weerbaar te zijn, het leert je doelen te stellen en te bereiken, het leert je ergens aan vast te durven houden, ergens voor te gaan, het leert je te vertrouwen op iemand die je daarbij helpt. In je coach, in je team.

“Er zitten zoveel goede levenslessen voor kinderen in sport. Vooral het besef dat je het niet alleen kan, maar ook niet alleen hoeft. Als je iets wil, moet je veel aan de kant zetten. Dat is niet anders bij een schoolopleiding, of bij een baan, je moet altijd offers brengen om verder te komen. Die eerste stapjes leer je als kind al in de sport. Dat het inderdaad niet handig is als je te laat naar bed gaat, of nog even gaat buitenspelen de avond voor een wedstrijd.”

 

Geen zorg, wel een kans

“Mijn ouders hadden het niet breed. Daar hebben wij als kind niet echt iets van gemerkt, dat heb ik pas op latere leeftijd geleerd. En dat waardeer ik enorm. Mijn vader heeft bijvoorbeeld lang zonder salaris gewerkt bij de club waar we turnden, wij hoefden dan geen contributie te betalen. Die bedroeg 200 euro per maand vanwege de dertig uur per week die we trainden. Dat was lastig op te hoesten voor ons. Ondertussen vonden ze het wel belangrijk dat we op vakantie gingen. Dan spaarden ze en gingen we met de caravan naar Zuid-Frankrijk.

“Ik denk dat het heel belangrijk is dat je als kind niet die zorgen over geld kent. En ik denk dat daarom het inschakelen van het Jeugdfonds Sport & Cultuur een gevoelig onderwerp is; niemand wil in dat hokje geplaatst worden. Niemand wil dat een kind zijn ouders in die situatie ziet. Ik kan me goed voorstellen dat ouders een barrière voelen om hulp te vragen. Maar je zou het eigenlijk zo moeten weten uit te leggen dat gebruik maken van het fonds niet gezien wordt als een zorg, maar als een kans.”

Volg Sanne

Facebook: sanneweversnl
Twitter: @swevers
Instagram: @sannewevers.official




Wist je dat?

gemeenten zijn aangesloten bij het Jeugdfonds Sport & Cultuur

kinderen groeit op in armoede

kinderen en jongeren in 2017 de kans kregen om te sporten

kinderen en jongeren in 2017 de kans kregen om te dansen, muziek te maken, schilderen...