Ambassadeurs

Marianne Vos: ‘Op de fiets was ik meer mezelf’

Marianne Vos, olympisch en wereldkampioen wielrennen, is ambassadeur van het Jeugdfonds Sport & Cultuur.

Koelbox mee

“De eerste wedstrijd die ik mocht rijden, was een dikkebandenrace in Geffen. Het jongetje dat tweede werd, was helemaal gesoigneerd, had klikpedalen op zijn fiets gemonteerd en was zelfs ‘warm gezet’. Maar ik won.

“Mijn broer Anton en mijn vader waren lid van wielervereniging Presto in Drunen. En dus gingen we met de hele familie mee naar wedstrijden; koelbox mee, stoeltjes, washandjes in een zakje. We zaten de hele dag langs het parcours, zagen alles: van de eerste tot de laatste categorie. Op mijn achtste mocht ik eindelijk ook wedstrijden rijden.”

 

Stikchagrijnig

“Als klein meisje vond ik het vanzelfsprekend dat mijn ouders op dinsdag en donderdag van Wijk en Aalburg naar Drunen en weer terug reden met een auto vol materiaal. Als ik een keer een parcours wilde verkennen, keek ik mijn vader lief aan, smeerde mijn moeder de boterhammen en waren we vertrokken. Dat kon altijd, het was nooit een vraag. In de juniorentijd, toen ik andere meiden ontmoette bij wie thuis niet alles in het teken van wielrennen stond, besefte ik dat het helemaal niet zo logisch was.”

“Geld hadden we nooit over, maar als er nieuw materiaal voor het wielrennen moest komen werd het links of rechts altijd georganiseerd. Ik zag dat niet iedereen om me heen dat had. En dan ging het vaak niet eens om geld, maar om tijd en aandacht.”

“Mijn vader was jeugdbegeleider bij de club, maar ik ben nooit door hem getraind, ben  nooit gepusht. Hij was er wel altijd voor me, net als mijn moeder. Ze hebben ook nooit langs de kant staan schreeuwen. Ja, ‘kom op Marianne’, dat riepen ze.”

“Als ik niet won, viel er geen onvertogen woord. Dat hoefde ook niet, want dan was ik zelf niet te genieten. Daar schaam ik me nu nog voor. Reden mijn ouders het hele land door, was ik na afloop van de race stikchagrijnig. Dat ging helemaal nergens over. Echt onfatsoenlijk.”

Twee persoonlijkheden

“Ik uitte me helemaal niet als kind. Ik observeerde, keek rond en verder deed ik weinig. Natuurlijk ging ik wel buitenspelen. Dan bouwde ik tenten, of voetbalde ik. Maar op school was ik de stilste van de klas, was ik nauwelijks aanwezig. Dat gaf niks, ik voelde me daar prima bij. Maar op de fiets kon ik de energie die ik op die momenten niet gebruikte juist kwijt. Ik voelde dat ik goed kon fietsen, en dat wilde ik graag laten zien. Ik wilde me bewijzen. Het vuur dat ik op die fiets had, was enorm. Ik vrat mensen echt op.

“Die twee persoonlijkheden zijn in de loop der jaren meer één geworden, zijn naar elkaar toegegroeid. Juist het besef dat ik op de fiets meer mezelf was, heeft me geholpen om mezelf te ontwikkelen in die wereld naast de fiets.

“Als ik de sport niet had ontdekt, had ik die andere kant van mezelf waarschijnlijk nooit gevonden. Ik had mezelf minder leren kennen, ik zou me nu minder kunnen uiten. De kans is groot dat ik dan als een of andere kluizenaar in mijn huisje had gezeten om alleen maar naar buiten te gaan om van negen tot vijf te gaan werken.”

Niks om voor te schamen

“Als het Jeugdfonds Sport & Cultuur er in mijn jeugd was geweest, had ik er waarschijnlijk gebruik van gemaakt. Ik denk dat ik er baat bij had gehad. Het zou net het steuntje in de rug zijn geweest wat ik had kunnen gebruiken. Maar we hebben het op de een of andere manier zelf kunnen rooien. Alle vrije tijd en al het geld ging op aan de fiets.

“Er ligt een taboe op het vragen van hulp. Ik snap dat wel. Ouders willen niet snel toegeven dat ze hun kind niet kunnen laten sporten. Je wil je kind het beste geven, en als je het gevoel hebt dat je daarin tekort schiet, ben je daar waarschijnlijk niet heel trots op. Maar als je weet hoe ontzettend groot de groep die hulp nodig heeft in Nederland is, besef je dat het niks is om je voor te schamen.”

“Toen ik bij de nieuwelingen zat, kreeg ik mijn eerste sponsor: Gijs van Tuyl uit Bruchem. Hij had gehoord dat we het niet zo breed hadden en nodigde ons uit voor een gesprek in zijn fietswinkel. We hebben nooit een contract getekend, maar ik heb zes jaar lang op zijn fietsen gereden. Dat was een hele belangrijke omslag voor ons. We hadden nooit het geld gevonden om én wegfietsen, én tijdritfietsen, én crossfietsen te kopen.”

“Ik zie en spreek Gijs nog steeds. Hij zag toen iets in mij, ondanks dat ik zo jong was. Zo werkt het natuurlijk ook voor kinderen die gebruik maken van het Jeugdfonds Sport & Cultuur. Dat is de sponsor die het voor hen mogelijk maakt dat ze kunnen sporten. Ik heb het een paar keer van dichtbij meegemaakt wat dat doet met kinderen, wat het betekent voor hun ouders. Dat is heel bijzonder. Voor een bedrijf is die vorm van sponsoring minder zichtbaar en dus moeilijker te verkopen. Maar ze zouden het een keer met eigen ogen moeten zien.”

Volg Marianne

Instagram: @mariannevosofficial
Twitter @Marianne_Vos




Wist je dat?

gemeenten zijn aangesloten bij het Jeugdfonds Sport & Cultuur

kinderen groeit op in armoede

kinderen en jongeren in 2017 de kans kregen om te sporten

kinderen en jongeren in 2017 de kans kregen om te dansen, muziek te maken, schilderen...