Ambassadeurs

Naar Jeugdfonds Sport Limburg pagina

Limburg | 29 oktober 2018

Ambassadeurs

Bert van Marwijk: ‘Op straat leer je overleven’

Bert van Marwijk, voetbaltrainer en oud-bondscoach van Oranje, is ambassadeur van het Jeugdfonds Sport Limburg.

Overleven

“Als ik mijn moeder mag geloven, voetbalde ik al toen ik kon kruipen. In het begin vooral met ballonnen, later met een bal. Het echte voetballen deed ik op straat, met vriendjes. Ik woonde in een volkswijk in Deventer en liep zo onze tuin uit, via wat gangetjes, een speeltuin in met een groot voetbalveld. Dat was zo’n sociale plek. Oud en jong liep door elkaar heen. Daar ben ik opgegroeid.

“Op straat leer je overleven, moet je je eigen regels maken, leer je om beslissingen te nemen. Als wij met negen man op straat waren, speelden we vier tegen vier en mocht er gewoon één iemand niet mee doen. Of we zeiden: we gaan met z’n vieren tegen jullie vijven. Wist ook iedereen hoe laat het was. Soms was dat best hard. Die straat is voor mij heel bepalend geweest, heeft me gevormd. Tegenwoordig is het gevaarlijk om op straat te spelen, generaties kinderen groeien op zonder dat ze leren om zelfstandig beslissingen te nemen. Dus zul je bij clubs en verenigingen zo’n situatie moeten nabootsen. En daar heb je goede trainers voor nodig.”

Over de brug

“Het grootste gedeelte van de stad Deventer ligt aan één kant van de IJssel. Eén wijk ligt aan de andere kant, en daar woonde ik. Toen ik een jaar of zeven was, wilde ik bij Go Ahead spelen, aan de andere kant van de brug dus. Maar ik was te jong, je mocht je pas vanaf je achtste aanmelden. In de speeltuin kenden ze dat verhaal en voor ik het wist stond de penningmeester van een lokale amateurclub voor m’n neus. Daar was ik van harte welkom, zei hij, dan deden we maar alsof ik acht jaar was.

“Na twee jaar daar te hebben gespeeld, ben ik op de fiets gestapt en de brug over gefietst naar de open dag van Go Ahead. Als je je tijdens die dag in de kijker speelde, kon je een plek in de selectie verdienen. Stond ik daar, helemaal alleen. Ik had het gevoel dat iedereen elkaar kende. Toch werd ik uitgekozen. Daarna heb ik alle elftallen doorlopen en mijn debuut bij de profs gemaakt op mijn zeventiende. Drie keer kwam ik dat jaar op televisie, in de wedstrijden tegen Ajax, Feyenoord en PSV. Moest ik met een vinger op het scherm van de zwart-wit tv mezelf aanwijzen, zo lastig was het te zien. ‘Kijk pa, dat ben ik.’”

Voetbalschoenen van 31 gulden

“Mijn moeder is denk ik één keer naar me komen kijken. Toen viel ik. Ze draaide zich om en is nooit meer terug gekomen. Ze vond het verschrikkelijk om me pijn te zien lijden. Mijn vader was trots, Go Ahead was ook zijn club. Hij is me altijd en overal blijven volgen.

“Mijn vader was mijn steun en toeverlaat. Ik durfde alles tegen hem te zeggen. De eerste keer dat hij kwam kijken, heb ik hem gezegd dat ik niet wilde dat hij ging schreeuwen of dat hij zich overal mee zou bemoeien. Was ik zeven, acht jaar. En hij heeft het nooit gedaan ook.

“Ik weet nog goed dat ik een paar voetbalschoenen in de etalage van Sporthuis De Witte in Deventer had zien staan. Op het prijskaartje stond 31 gulden, en ik wilde ze zo graag hebben… Maar ik kreeg één gulden zakgeld in de week. Moest ik dus 31 weken sparen. Toen de laatste drie, vier weken waren aangebroken, zei mijn vader: ‘Je hebt zo lang gespaard, je krijgt van mij een paar gulden extra.’ Die schoenen hebben twee weken lang aan het voeteneinde van mijn bed gestaan, voordat ik ze heb aangetrokken.”

Grote mond

“Eigenlijk was ik een verlegen jongen. Ik kreeg snel een rood hoofd, schaamde me vaak. Behalve als ik een bal aan mijn voet had, of buiten speelde. Dan was ik brutaal. Liep ik voorop, haalde ik kattekwaad uit. Maar als ik de beurt kreeg in de klas, dan had ik niet meer zo’n grote mond.

“Het voetbal heeft me sneller volwassen gemaakt. Op mijn twaalfde, dertiende gingen we bijvoorbeeld naar Londen in het kader van een uitwisseling met een Engelse club. Na een reis met de boot, de trein en de bus, kwamen we uiteindelijk aan in het gemeentehuis. Werden we daar verdeeld over gastgezinnen. Ik zag om me heen iedereen in duo’s naar gastouders gaan, en ik bleef alleen over. Zeiden ze: ‘Jij kan je al aardig in het Engels redden, dus we hebben afgesproken dat jij alleen gaat.’ Vond ik helemaal niet leuk. Maar het is wel een goede les geweest.”

Huilen en feestvieren

“Ik heb vijfendertig jaar geleden jeugd getraind. Daar zaten ook wel eens een paar jongens bij die helemaal op zichzelf waren aangewezen. Hun ouders stonden nooit langs de kant van het veld. Dat zijn vaak jongens die terughoudend zijn, die in een hoekje gaan zitten. Ik probeerde ze altijd duidelijk te maken dat ze bij mij wel terecht konden.

“Die jongens zaten wel bij een vereniging. Maar ik weet ook dat er kinderen langs het veld staan, kinderen die niet mee kunnen doen, alleen maar naar hun vriendjes kunnen kijken. En zich schamen om te zeggen dat ze hulp nodig hebben. Dat is erg. Als ik als kind op zaterdagochtend wakker werd, trok ik meteen mijn voetbalkleren en voetbalschoenen aan. Dan at ik snel een paar boterhammen en was ik weg. Dan ging ik naar mijn speeltuin, naar mijn club.

“Ouders stappen niet zo snel naar het Jeugdfonds Sport & Cultuur, uit schaamte wellicht. En dus moet het komen van docenten, maatschappelijk werkers, buurtsportcoaches. Zij zijn bij uitstek geschikt om kinderen te herkennen die hulp nodig hebben. En echt, het is zo simpel, zo direct. Je kan een kind makkelijk helpen. Sport is zo belangrijk. Je krijgt meer weerstand, je presteert beter op school, je ontwikkelt jezelf, je leert te verliezen, te delen, te huilen, te lachen, feest te vieren. Je mist zoveel als je achter die computer blijft zitten.”





Lees meer verhalen Lees meer verhalen van Jeugdfonds Sport Limburg

Wist je dat?

Nederlandse gemeenten zijn aangesloten bij ons.

kinderen en jongeren in Nederland groeit op in armoede.

kinderen en jongeren werden in 2021 via ons lid van een sportclub.

kinderen en jongeren werden in 2021 via ons lid van een cultuurclub.