Jordy Richir werkt voor De Rijdende Popschool, een organisatie die het maken van muziek voor zoveel mogelijk kinderen, jongeren en volwassenen toegankelijk wil maken. Dit doen ze onder andere door les te geven in de dorpen in zogenaamde popscholen. Naast zijn coördinerende taken is hij ook bandcoach van verschillende popbandjes van De Rijdende Popschool.  

Muziekles komt naar je toe

Bij De Rijdende Popschool (DRP) krijgen kinderen en jongeren muziekles in een bandje onder leiding van een professionele bandcoach. Om mee te doen hoeven ze geen instrument te kunnen bespelen en ook niets te huren of kopen. DRP komt naar de dorpen toe met alle spullen die nodig zijn, zoals instrumenten als gitaren, drums en keyboards, versterkers, microfoons en een zanginstallatie. Daarmee maken ze muziekles voor zoveel mogelijk mensen toegankelijk. Zeker in de dorpen en op het platteland waar het cultuuraanbod over het algemeen zeer beperkt is of op flinke afstand van de woonplaats ligt. In de bandjes wordt vooral popmuziek gemaakt, waarbij de kinderen in overleg met de bandcoach de liedjes uitkiezen.

Kunnen doen waar je blij van wordt

Het mooie van zo’n popbandje is dat je snel leert en het gewoon leuk is om samen muziek te maken. Jordy: ‘Door mijn ouders ben ik op 8-jarige leeftijd met blokfluitles begonnen en kon doorstromen naar gitaarles. Uiteindelijk heb ik er zelfs mijn beroep van kunnen maken.’ Doen wat je leuk vindt en waar je gelukkig van wordt is ontzettend belangrijk voor kinderen. ‘Ik heb het geluk gehad dat mijn ouders de financiële mogelijkheid hadden om mij op muziekles te kunnen doen, helaas is dat niet voor iedereen weggelegd.’

Jeugdfonds Sport & Cultuur

Momenteel zijn in 10 dorpen popbandjes onder leiding van DRP actief. ‘Zo gauw alle maatregelen rondom Corona het weer toelaten willen we starten met een nieuw bandje in Vlagtwedde,’ vertelt Jordy. In elk dorp kan op elk moment een nieuwe Popschool gestart worden. ‘We werken in blokken van 11 weken, 3x per jaar, zodat het heel laagdrempelig blijft en kinderen niet voor langere tijd ergens aan vast zitten,’ geeft Jordy aan. ‘De groep krijgt per keer 1 uur en 15 minuten les. Voor deze lestijd zijn de lesgelden laag, maar als je weinig te besteden hebt is elk bedrag al te veel. Daarom zijn we ook zo blij met de samenwerking met het Jeugdfonds Sport & Cultuur. We noemen het Jeugdfonds op onze website, nemen het mee in de voorlichting op scholen en vertellen erover aan de ouders bij de kennismakingsworkshops. We hameren erop dat mensen zich er niet voor hoeven te schamen maar het vooral moeten zien als een kans voor hun kind die ze kunnen bieden. De kans om te proeven aan cultuur en de ontwikkeling van het kind. Zowel het Jeugdfonds als de school of maatschappelijk werkers die als intermediair de aanvraag kunnen doen zijn heel discreet is onze ervaring,’ vertelt Jordy.

Laagdrempelig en toegankelijk

De lessen van DRP en het spelen in een popbandje zijn goed voor het zelfvertrouwen van kinderen, ze leren elkaar respecteren en samenwerken, maar bovenal plezier hebben. ‘Zoals ik zelf ook heb ervaren is het zo belangrijk dat je kunt doen, of ontdekken, waar je blij van wordt.’  Bij DRP kan dat dichtbij huis en op een laagdrempelige en toegankelijke manier. ‘Het is helemaal mooi wanneer een kind heeft kunnen ontdekken welk instrument of bijvoorbeeld zingen bij hem of haar past en daarna doorstroomt naar het reguliere muziekonderwijs. Dan is onze missie helemaal geslaagd’ vindt Jordy.

Website De Rijdende Popschool

Korfbal is zo leuk omdat het een teamsport is waarbij samengewerkt wordt tussen jongens en meisjes, vindt Gert-Jan Kraaijeveld. Gert-Jan is Manager Korfbalparticipatie bij het Koninklijk Nederlands Korfbalverbond (KNKV). Zoveel mogelijk mensen laten genieten van korfbal én korfbal naar Olympisch niveau. Dat zijn de twee hoofdambities van de bond. Het vanouds oer-Hollandse korfbal heeft zich internationaal en als topsport ontwikkeld. ‘Elk kind moet bij ons mee kunnen doen’.  

Korfbal - Foto: KNKV“In onze teams spelen mannen en vrouwen samen,” zegt Gert-Jan. “Dat maakt het bijzonder. Er is op het korfbalveld een aanvals- en een verdedigingsvak en zijn er geen specifieke rolverdelingen tussen de spelers en speelsters zoals bijvoorbeeld bij voetbal. Je gaat uit van de specifieke kwaliteiten van de spelers. In de winter spelen we binnen in de sporthalin het voorjaar, ’s zomers en het najaar buiten. Dan spelen we op onze eigen accommodaties en worden er naast de competitie nog vele andere activiteiten door de verenigingen georganiseerd.  

Warm bad

Korfbal staat bekend om zijn verenigingscultuur. Het is een sport waar vaak hele families bij betrokken zijn. “Dat maakt het zo mooi,” zegt Gert-Jan. “Het gaat natuurlijk om de sport zelf maar je ziet doordat de teams gemengd zijn de omgeving sociaal en veilig is. Iedereen die begint met korfbal, heeft het gevoel in een warm bad terecht te komen. Dat warme, sociale klimaat is typisch voor korfbal, dat is waar we goed in zijn. Dat maakt ons ook in het onderwijs zo populair. Korfbal op school is één van de populairste sporten op scholen, omdat jongens en meiden gezamenlijk kunnen sporten. Het is geen dure sport. Dat komt natuurlijk omdat je korfbalt bij een vereniging en het meeste werk wordt verzet door vrijwilligers. 

Sport is heel belangrijk voor kinderen

Gert-Jan Kraaijeveld 'Korfbal uniek door de warme verenigingscultuur'De bond ondersteunt de 472 clubs door het hele land. Kinderen kunnen al vanaf een jaar of drie meedoen in de ‘Kangoeroe Klups’. “Korfbal is er voor jong en oud. Maar de leeftijd van 5-12 is voor ons heel belangrijk. Zij zijn de toekomst van de sport. Er is in de sport zeker aandacht voor gezinnen waar weinig geld is. Wij willen ook die kinderen de kans geven om te korfballen. Eerlijk gezegd moeten we dat beter kenbaar maken. Bijvoorbeeld door vrienden en vriendinnen van spelers en speelsters tijdens open dagen te laten weten dat het Jeugdfonds er is als ze vanwege geld geen lid van de vereniging kunnen worden.”

“Ik vind echt dat alle kinderen moeten kunnen sporten. Sporten is zó waardevol voor kinderen. Ze leren er heel veel vanuit het sociale- en motorische perspectief, sporten is leuk, maar ook vanuit gezondheidsoogpunt is het belangrijk. Kinderen brengen tegenwoordig veel tijd door achter digitale schermen. Overgewicht is een groeiend probleem. Alleen al daarom wil je dat kinderen gaan sporten. Aan ons om duidelijk te maken waarom korfbal zo leuk is.” 

Lees ook

Fotocredit: Edwin Sonneveld, Korfbalfoto.nl

Agnes van der Weide is actief bij korfbalvereniging Groen Geel Wormer. Je zou haar een echte Groen Geler kunnen noemen want ze zet zich al 45 jaar in voor de club. En zij niet alleen. Het hele gezin Van der Weide is een typisch korfbalgezin. Bij Groen Geel zorgen ze niet alleen voor elkaar. Agnes zorgt er ook voor dat kinderen uit gezinnen met weinig geld, lid kunnen worden. Door de goede samenwerking tussen het Jeugdfonds Sport & Cultuur en Groen Geel konden afgelopen seizoen maar liefst 13 kinderen korfballen die anders niet mee hadden kunnen doen.

Korfbalvereniging Groen Geel

Agnes van der Weide 'Bij Groen Geel zorgen we voor elkaar'

“Ik heb het korfbal 45 jaar geleden via mijn man ontdekt,” vertelt Agnes. “Hij was toen al actief als speler en achter de schermen bij Groen Geel. Toen ik met hem trouwde, trouwde ik ook met de club. Als katholiek meisje was het in mijn

jeugd niet gewoon om te korfballen maar het werd al snel duidelijk dat ik organisatorisch en administratief wél een rol kon spelen. Ik heb van alles gedaan, van wedstrijdsecretariaten, contactpersoon tot het opzetten van een kledingcommissie. Inmiddels hebben we vier kinderen en acht kleinkinderen. Ook onze kinderen zijn echte Groen Gelers en hebben alle vier bij Groen Geel gespeeld en waren ook achter de schermen actief. Dat is nog steeds zo. Rondom het schoolkorfbal worden veel activiteiten voor de jeugd georganiseerd. Veel kinderen trekken mede daardoor naar het korfbal. Niet alleen vanwege de sport maar ook vanwege de sfeer en de saamhorigheid. Heel veel stelletjes ontmoeten elkaar op de feesten.”

Intermediair voor het Jeugdfonds

“Sinds januari ben ik met pensioen,” vertelt Agnes. “Ik werkte op de administratie van een basisschool en was daar ook intermediair van het Jeugdfonds. Daardoor ken ik de armoedeproblematiek van nabij. Ik sprak ouders die weinig geld hadden, hielp mensen met het invullen van formulieren voor de gemeente maar deed ook aanvragen voor hen bij het Jeugdfonds. Ik was ook betrokken bij de oprichting van het Jeugdfonds in Wormer en heb nauw met de gemeente samengewerkt om het aanvraagformulier voor de ouders eenvoudiger te maken. Bij Groen Geel werd de contributie door het Jeugdfonds betaald en het restantbedrag gebruikt om sportkleding te kopen bij een lokale sportwinkel. Het mooiste zou zijn als Sociale Zaken van de gemeente mensen bij het aanvragen van een uitkering, laat weten dat het Jeugdfonds bestaat.”

Veerkrachtiger

“Ik zie kinderen groeien als ze een tijdje lid zijn. Ze leren samenwerken, winnen, verliezen, incasseren. Ze worden veerkrachtiger. Daar hebben ze ook in de maatschappij iets aan. In het kader van goed burgerschap ook erg belangrijk. Het is voor de maatschappij heel belangrijk dat kinderen sporten. Bij ons in Wormer zijn onze pinksterkampen een begrip maar ook allerlei themafeesten bij de club. Wormer is een multiculturele samenleving waarbij sporten niet voor iedereen vanzelfsprekend is. Bij Groen Geel korfballen kinderen met een niet-Nederlandse achtergrond. Bij Groen Geel zorgen we voor elkaar, dat weten de ouders. Ze krijgen andere vriendjes en vriendinnetjes, spelen de hele dag met elkaar buiten. Heel waardevol.”

Lees ook

Hans van Dongen is directeur van de muziekschool MEC Muziek. Zelf is hij begonnen als muziekdocent, en zijn doel is om zijn passie voor muziek over te brengen op jong en oud. De muziekschool is begonnen in Zwolle, en is uitgegroeid tot een groep van acht muziekscholen in Overijsel en Gelderland. Daarnaast is MEC Muziek muziekpartner van meer dan 30 scholen in de regio voor muziekles onder schooltijd.

Hoe besteden jullie aandacht aan het Jeugdfonds?

Wanneer mensen interesse tonen in de muziekles, dus de buitenschoolse muziekles die ze zelf moeten betalen. Dan sturen wij tegenwoordig standaard mee dat er mogelijkheden zijn, wanneer je het zelf niet kan betalen of niet helemaal. Bijvoorbeeld bij de gemeente of fondsen zoals Jeugdfonds Sport & Cultuur. Ook tijdens het flyeren voor de muziekschool krijgen we hier regelmatig vragen over en dan komt het ook altijd ter sprake.

Waarom vind je het belangrijk om aandacht te besteden aan het Jeugdfonds?

Wij krijgen elke week veel vragen over de muzieklessen en hoe duur dat is. Soms hoor je dan niks meer. Wanneer je dan iemand of een familielid toevallig weer een keertje spreekt, kom je erachter dat ze het heel graag wilden doen, maar er niet genoeg geld voor hadden. Zodoende sturen wij standaard bij vragen over het aanbod informatie mee over de financiële mogelijkheden die er zijn.

Wat doet cultuur met kinderen?

Cultuur is natuurlijk belangrijk voor je ontwikkeling. Wanneer je bezig bent met kunst, cultuur of muziek verdwijnen ook alle negatieve gevoelens die je hebt. Daarnaast heeft iedereen een talent. Als je daar niks mee doet, dan borrelt er iets in jou. Je moet iets doen om je talent eruit te laten komen. Ontdekken wat jouw talent is belangrijk, ook voor je gevoel van eigenwaarde.

Tijdens optredens zie je altijd dat iedereen erg zenuwachtig is om op het podium te gaan staan. Ik zeg dan altijd tegen de fotograaf: maak geen foto tijdens het spelen, maar juist wanneer het net klaar is en ze opkijken naar het publiek en hun ouders. Dan zie je zo’n bevrijdende glimlach op hun gezicht en zijn ze trots op zichzelf op wat ze zojuist hebben gedaan.

Kun je een mooi voorbeeld noemen?

Kinderen komen wel eens naar mij toe en vertellen dat ze vroeger niet zo veel durfden. Ze durfden niet eens hun vinger op te steken in de klas, terwijl ze het antwoord wel wisten. En nu durven ze wel, doordat ze muziek zijn gaan maken. Ze durven nu voor zichzelf op te komen, en ze zijn zich ervan bewust dat ze wel iets kunnen en iets betekenen.

Heb je tips voor andere cultuuraanbieders?

Het is belangrijk om de mogelijkheden altijd mee te sturen wanneer mensen vragen hebben over je cultuuraanbod of cultuurinstelling. Je moet er niet vanuit gaan dat mensen het vast wel durven te vragen als ze het nodig hebben, want dat is lang niet altijd zo. Iemand die het niet nodig heeft zal het ook niet erg vinden om ook deze informatie te krijgen. Je kunt er wellicht iemand anders mee helpen. Iemand die het niet durft te vragen maar wel nodig heeft krijgt zo ook altijd deze informatie. Het is van belang dat zoveel mogelijk mensen weten van de mogelijkheden die er zijn. Je zou het ook kunnen benoemen tijdens optredens. Er is dan altijd een inleidend praatje, waar in je iedereen bedankt voor het komen. Dan kun je ook vertellen hoe belangrijk het is dat iedereen mee kan doen.

MEC muziek geeft muziekles in Wezep.

Voor meer informatie: www.mecmuziek.nl

A.S.C. De Volewijckers is dé voetbalclub van Amsterdam-Noord. Opgericht in 1920 schopten ze het in 1941 zelfs tot landskampioen. Tegenwoordig is het een actieve vereniging, belangrijk in de wijk maar ook steeds meer in de regio. Jeugdvoorzitter Sophie Wong: ‘Wij zijn er voor álle kinderen’.

Sophie Wong begon als voetbalmoeder die, zoals zoveel ouders, haar zoontje aanmoedigde vanaf de zijlijn. Inmiddels is ze jeugdvoorzitter. “Ik zag dat er veel handen nodig waren om de club goed te laten reilen en zeilen. Van limonade inschenken, de appgroep coördineren, tot teamleider: ik vond het leuk om betrokken te zijn. Uiteindelijk ben ik door het bestuur als jeugdvoorzitter gevraagd. Dat doe ik niet alleen. Ik heb een hele goede groep mede-vrijwilligers om me heen. Je moet mensen durven vragen. Zoals je voetballers scout, moet je ook vrijwilligers scouten.”

Het is weer zaterdag!

Wat betekent de voetbalclub voor de kinderen? Sophie lacht: “Voetbal is natuurlijk een prachtige sport. Lekker buiten, een teamsport, samen met je teamgenoten trainen. Kinderen leven toe naar de zaterdag. En ondertussen leren ze van alles. Ze moeten op tijd op het veld staan, zich inzetten, leren winnen en verliezen. Kinderen leren verantwoordelijkheid nemen. Ze leren samenwerken, de ander de bal gunnen. Daar zie je kinderen in groeien. Veel kinderen spreken ook buiten de club af. Toen de club dicht was tijdens de coronaperiode, trainden enthousiaste trainers, meestal vaders, gewoon met de kinderen op een veldje in de buurt. Dat was heel gaaf om te zien.”

Tijdens de coronaperiode trainden de trainers gewoon met de kinderen op een veldje in de buurt.

Amsterdam Noord is een stadsdeel dat snel verandert. Van oudsher was het een volkse stadswijk die door de jaren steeds gemêleerder is geworden. Wat betekent dat voor een club als De Volewijckers? “Er is veel nieuwbouw bij gekomen de afgelopen jaren. Jonge gezinnen uit het centrum zijn in Noord komen wonen. Er is nu zelfs een wachtlijst voor de mini’s! En we hebben ambities, dat trekt ook kinderen aan. De kleinere kinderen komen vooral uit de buurt zelf maar vanaf een jaar of twaalf komen kinderen uit Amsterdam Centrum en de Zaanstreek bij ons trainen.”

Geen geld voor de contributie

Zo’n 150 kinderen voetballen via het Jeugdfonds bij De Volewijckers. De club is daarmee een van de koplopers in Amsterdam. “Wij willen graag dat alle kinderen bij ons kunnen voetballen. Als ouders de contributie niet kunnen betalen, verwijzen we naar het Jeugdfonds, die betaalt de contributie als ouders het niet kunnen betalen. Een paar keer per jaar maken we ouders wegwijs met de aanvraag. Schaamte is niet nodig, je hebt er gewoon recht op. Er staat in de kleedkamer ook een bak met tweedehands voetbalspullen die de kinderen kunnen gebruiken. Veel kinderen komen uit gezinnen die het niet breed hebben. Dan is het heel fijn dat ze toch mee kunnen doen.”

Geen geld en toch op voetbal?

Volleybal is een populaire binnensport. Kinderen kunnen vanaf een jaar of zes lid worden van een club. Dat brengt ze veel. Louis Hillekens, ledenadministrateur van volleybalclub Revoc/VCB in het Limburgse Reuver en Peter van Tarel, Manager Sportontwikkeling bij de Nederlandse Volleybalbond (Nevobo) vertellen waarom het zo belangrijk is dat kinderen mee kunnen doen.

Volleybal is een populaire sport in de gemeente Beesel waar Reuver onder valt. Ook onder kinderen. Van de 312 leden van Revoc/VCB zijn er 130 onder de achttien jaar. “Kinderen kunnen al vanaf hun 6e lid worden.”De vereniging is stevig geworteld in de gemeente. “We bestaan volgend jaar 70 jaar,” zegt Louis Hillekens. “Ikzelf volleybal al ruim veertig jaar. Volleybal is zo leuk omdat het in teamverband is. Dat brengt kinderen veel. Behalve plezier en beweging gaat het ook om sociale contacten, leren omgaan met andere kinderen, trainers en coaches, leren omgaan met winst en verlies en de bijbehorende emoties. Maar ook het gevoel ergens bij te horen is erg belangrijk.”

Vinger aan de pols

Ook in de gemeente Beesel zijn gezinnen die moeten rondkomen van een minimuminkomen en waar dus geen geld is om de contributie en kleding van de volleybalclub te betalen. “Een aantal kinderen sport bij ons via het Jeugdfonds,” vertelt Louis. “De stichting Leergeld doet aanvragen bij het Jeugdfonds als er thuis geen geld is om te sporten of voor muziekles. Kinderen mogen bij ons drie keer meedoen om uit te proberen of het wat voor ze is. Als ledenadministrateur kan ik zelf ook de vinger aan de pols houden. Als de automatische incasso niet goed gaat, neem ik zelf contact op met het gezin. Ook laat ik het de ouders weten wanneer de periode van vergoeding via het Jeugdfonds verloopt, zodat zij actie kunnen ondernemen.”

Kinderen moeten onbezorgd kind kunnen zijn

“Meedoen kan een groot verschil maken in het leven van een kind. Voor een enkeling is de club zelfs een soort van familie, waar je je verhaal kwijt kan als het thuis of op school niet zo lekker loopt. Als wij zo’n lid laten helpen bij de training van de kleintjes zie je ook het zelfvertrouwen groeien. Zonder de bijdrage van het Jeugdfonds was dat niet gelukt. Het is heel belangrijk dat kinderen iets aan sport of muziek kunnen doen. Kinderen moeten onbezorgd kind kunnen zijn.”

Nederlandse Volleybalbond (Nevobo)

Nevobo ondersteunt de volleybalclubs op bestuurlijk niveau, technisch als het gaat om coaches en scheidsrechters en is hard bezig met professionalisering. Als Manager Sportontwikkeling is Peter van Tarel onder andere verantwoordelijk voor ondersteuning van de clubs.

“Het is een lastige periode voor het volleybal,” zegt Peter van Tarel. “We zijn een teamsport en een binnensport. En in tijden van corona is dat moeilijk. Tijdens de eerste golf was er een ledendaling van 11% bij de jeugd. Dan zie je hoe belangrijk die verenigingsstructuur is. Het sociale aspect staat erg onder druk momenteel maar we doen er alles aan dat bij te sturen. Ik denk dat het wel weer aantrekt. Mensen hebben behoefte aan dat sociale aspect. Volleybal is een echte volkssport en staat in de top tien van de snelst groeiende teamsporten.

In de sport ontwikkelen kinderen zich op een natuurlijke manier.

Beter in bewegen

Het thuisgevoel dat de vereniging brengt, is belangrijk voor kinderen. Met name voor kinderen uit kwetsbare gezinnen. “Op veel van onze clubs kunnen deze kinderen lid worden met hulp van het Jeugdfonds,” vertelt Peter. “De clubs zijn goed op de hoogte van het bestaan van het fonds en hoe een aanvraag gedaan wordt. Sport is belangrijk voor de persoonlijke ontwikkeling, levensvaardigheden en de fysieke ontwikkeling van kinderen. Er is steeds meer aandacht voor breed motorisch bewegen. Als je op volleybal zit, hoef je niet te klimmen of een koprol te maken maar als je dat toch in de training opneemt, worden kinderen beter in bewegen in het algemeen en kunnen ze daar een leven lang plezier van hebben. Steeds meer sportclubs doen dat.”

Levensvaardigheden

Peter van Tarel vindt niet alleen de fysieke kant van sporten belangrijk maar ziet ook dat kinderen de kans krijgen levensvaardigheden te ontwikkelen. “Samenwerking, doelen stellen, feedback geven en krijgen, leiderschap. Dat gebeurt in de sport op een hele natuurlijke manier. Juist voor kinderen die in een lastige situatie opgroeien, is dat waardevol. Internationaal is die ontwikkeling van levensvaardigheden via sport al vanzelfsprekend. In Nederland kan het nog wat meer. Het is iets wat bij ons als bond hoog op het lijstje staat.”

 

>> zo besteed je als sportclub aandacht aan het Jeugdfonds

Fotocredit: fotohoogendoorn.nl.

Voormalig judoka Dennis van der Geest geeft namens ons fonds een judotraining in Haarlem. “Ik ga zo lekker judoën, dat heb ik mijn hele leven gedaan. Dat is voor mij heel normaal. Er zijn een hele hoop kinderen in Nederland die leven in armoede, en dan is er vaak geen geld om te sporten. Het Jeugdfonds Sport & Cultuur, die zorgt ervoor dat die kinderen wél mee kunnen doen.”

Ook op judo maar is er thuis geen geld?

Lees meer over judo via Jeugdfonds Sport & Cultuur

Dit item is eerder uitgezonden bij Shownieuws.

Leergeld_JFSC_header horizontal

Dit interview maakt onderdeel uit van de reeks verhalen in het kader van de VriendenLoterij Bingo.

Eigenaresse van dansschool Het Danskwartier in Zuidlaren en oprichtster van Stichting Danshuis Noord. Daarnaast is Christel getrouwd en moeder van 2 geweldige jongens. Ze is een bezige bij, altijd druk bezig. De van oorsprong Limburgse heeft gestudeerd in Tilburg en Utrecht. Vanwege de liefde is ze in Groningen beland. Haar baan bij dansinstituut K-dans heeft er toe geleid dat ze deze heeft overgenomen en er Het Danskwartier van heeft gemaakt.

Passie

Door een vergissing van haar moeder, die de balletschool belde in plaats van de gymvereniging, kwam Christel met ballet en dans in aanraking, ze heeft nooit meer iets anders gedaan. Naast alle andere dansstijlen blijft ze een passie houden voor ballet. De overname van de dansschool was geen droom een kwam eigenlijk een beetje te vroeg. “Ik wilde graag nog langer als danseres werken, dat vond ik geweldig om te doen.Toen het punt kwam dat er wellicht geen opvolger kon worden gevonden, ging dat aan mijn hart. Ik vond de leerlingen in Zuidlaren té speciaal, de sfeer was zo fijn tijdens de lessen en ik was wel toe aan een uitdaging”, dus hakte Christel de knoop door en werd eigenaar van dansschool K-huis wat ze omdoopte naar het Danskwartier.

Het werk van het Jeugdfonds Sport & Cultuur is essentieel en ik hoop dat het nog lang zo blijft.

Een verschil maken in iemands leven

“Lesgeven zit in mijn bloed, mijn hele familie bestaat uit docenten in allerlei verschillende disciplines en vakgebieden. Lesgeven is iets bijzonders: iets kunnen overdragen uit jezelf naar een ander, bijdragen aan het opgroeien en ontwikkelen en een verschil maken in iemands leven, dat is écht speciaal. Ik ben zo trots op mijn leerlingen, dat gevoel is heel sterk” verteld een enthousiaste Christel. Haar leerlingen, in de leeftijd van 3,5 tot 50+ hebben het ontzettend naar hun zin bij het Danskwartier.Juist deze verschillende groepen maken dat het heerlijk is om les te geven en te genieten van ieders enthousiasme en inzet.

Jeugdfonds Sport &  Cultuur

Via kinderen die graag bij het Danskwartier wilden dansen kwam het contact met het Jeugdfonds Sport &en Cultuur. Christel zocht contact en de samenwerking was een feit.
Het belang van sport en cultuur beschrijft Christel als volgt : “Sport en cultuur zijn op vele gebieden essentieel voor de ontwikkeling van een kind. Buiten de fysieke voordelen is het ‘gewoon kunnen meedoen’ ook op sociaal emotioneel vlak essentieel. Het is voor iedereen belangrijk om te kunnen zeggen ‘ik hoor erbij’, ‘ik word gezien’, ‘ik ben hier goed in’ of zelfs ‘dit is mijn talent’. Het is onderdeel van je zelfontplooiing. In de dansles leer je dingen die later ook van pas zullen komen: coördinatie, doorzettingsvermogen, samenwerking, non verbale communicatie, expressie, ritmegevoel, discipline en nog veel meer”.

Grote eindvoorstelling

Ieder jaar organiseert het Danskwartier een grote eindvoorstelling, daaraan doen álle leerlingen van de school mee.  Een enorme show,  alle leerlingen doen mee op hun eigen niveau.Ieder jaar opnieuw zijn vele leerlingen zenuwachtig. De show brengt echter ook het allerbeste in hen naar boven. Trots en vol adrenaline komen ze van het podium af, van de allerjongste tot de hoofdroldansers in acteerrollen. Dan is iedereen even helemaal gelijk: in de mooie kostuums, choreografieën tot in de puntjes geleerd en onder de spotlights, krijgt iedereen de kans om zichzelf te laten zien.

Website Het Danskwartier

Via Jeugdfonds Sport & Cultuur kun je vrijwel elke sport kiezen die je wilt. Of het nu voetbal of tennis is, of… kenpo. Kenpo is, kort gezegd, een variant op karate. Bij Action Kenpo Karate in Culemborg sporten verschillende kinderen met hulp van Jeugdfonds Sport & Cultuur, een aantal stond afgelopen oktober zelfs te stralen op het EK. Trainer Hill Kopuit vertelt waar hij kan over de mogelijkheden van JFSC. “Niet kunnen sporten is heftig, bij ons kan iedereen meedoen.”

“Kenpo is eigenlijk de kunst van het straatvechten en is in Amerika ontwikkeld door de bodyguard van Elvis,” vertelt Hill. “Het is een zelfverdedigingssysteem gebaseerd op straatsituaties, waarbij je leert jezelf zo snel en effectief mogelijk te verdedigen. Maar inmiddels heeft kenpo zich ontwikkeld tot volwaardige sport. Op het EK doe je bijvoorbeeld kata’s, bepaalde vastgelegde bewegingen, of je studeert een vechtsequentie in. Je kunt ook pointsparren, waarbij je zo snel mogelijk je tegenstander moet raken. Daar heb je een goede conditie voor nodig, na een minuutje sta je al te hijgen.” Kenpo is meer dan motoriek. “Er is ook een mentaal aspect in de lessen. Het gaat over zelfvertrouwen en hoe je jezelf in bepaalde situaties kunt gedragen. Vroeger kon ik mijn rust niet bewaren, sinds ik kenpo doe is dat heel anders.”

Veel aandacht voor JFSC

De Stichting Action Kenpo Karate bestaat sinds 2015. “Ik had zelf les in Maarssen, daar hadden ze de U-pas. Dus toen ik zelf een school begon ben ik meteen gaan uitzoeken hoe dat hier in Culemborg zat. In het begin was het nog even zoeken naar welke intermediair ik ouders kon doorverwijzen. Inmiddels is er bijna op elke school een en heb ik twee vaste aanspreekpunten, dus dat loopt goed. Ik ben ook blij dat er in Culemborg zoveel steun is voor het initiatief.” Hill merkt dat ouders het lastig vinden hulp te vragen. “Ik spreek ouders altijd buiten de les, vanwege de privacy, kinderen weten van elkaar ook niet wie er via Jeugdfonds Sport & Cultuur sport en wie niet. Die moeten gewoon onbezorgd kunnen sporten. Daarom is het ook zo belangrijk breed en vaak over JFSC te praten, zo kunnen we ouders over de drempel helpen.”

Eigen investering van de stichting

Hill helpt Jeugdfonds Sport & Cultuur Gelderland niet alleen met aandacht, de stichting steekt er ook eigen middelen in. “Kijk, als een ouder door JFSC is geaccepteerd, dan ga ik niet meer in discussie. Dan komt het kind sporten, punt. En gewoon twee of drie keer in de week, ook al is het vaste contributiebedrag vanuit JFSC net aan toereikend voor één keer in de week. Ik doe dat graag voor de kinderen en ik weet dat meer sportaanbieders dat doen. En dan nog blijven er kostenposten over die voor ouders lastig kunnen zijn. Zoals de bijdrage aan de overkoepelende organisatie, de aanschaf van een pak of extra kosten om mee te doen aan het EK. Gelukkig was het laatste EK in Nederland en hebben seniorleden en bedrijven die kosten gesponsord. Action Kenpo Karate Culemborg is ook in dat opzicht een hechte club.”

Kinderen zien groeien

Aan de ontwikkeling van alle jeugdleden ziet Hill hoe belangrijk sport is. “Veel kinderen komen hier binnen met het koppie omlaag, durven niks te zeggen in de les. Langzaam zie je het zelfvertrouwen groeien en komen ze zelf met vragen of verhalen. Ook ouders zien de ontwikkeling in de weerbaarheid, concentratie en zelfvertrouwen van hun kind. Dat is mijn grote passie: mensen verder helpen. En dan is het helemaal geweldig als je met zo’n jeugdgroep op het EK staat. Vooral het goud van ons meisjesteam was een verrassing. De tegenstander was heel sterk en had veel hogere banden dan onze meiden, maar daar trokken die zich niks van aan. Dat maakt me supertrots!”

Meer informatie:  www.action-kenpo-karate.nl.

“Iedereen die dat wil moet kunnen dansen,” zegt Joeri van Grol van DJF Dance Centre stralend. “Bij ons op de dansvloer komen alle Geldenaren samen, mensen met verschillende achtergronden en van verschillend niveau. Dansen heeft een prachtig effect en zorgt voor verbinding.” De school promoot het Jeugdfonds Sport & Cultuur Gelderland actief. “In al onze communicatie nemen we de mogelijkheid van financiële ondersteuning mee. Laagdrempelig, ook met plaatjes voor wie niet goed kan lezen.”

Dansschool en dans op school

Dansschoolhouder en -leraar Joeri van Grol vertelt dat hij met zijn zus Dunja in 2008 is begonnen met DansJeFit. Met een team van 21 medewerkers begeleiden ze honderden amateurs en wedstrijddansers van 2 tot 75 jaar, waaronder 50 mensen met een beperking. Ze geven urban dance, zoals streetdance, hiphop en breakdance, maar ook klassiek ballet en Zumba. “Sinds vier jaar hebben we de activiteiten gesplitst. De dansschool met diverse vestigingen geeft lessen en richt zich ook op wedstrijdteams en talentontwikkeling. Daarnaast is er dansjefit.nl, een dans- en beweegprogramma dat we op scholen geven.”

Hulp van leerkracht

Op scholen komen de dansdocenten soms in contact met kinderen die vanwege de kosten niet kunnen meedoen. ”Dan zie je bij een workshop of lessenserie die we daar geven een groepje vriendinnen helemaal enthousiast worden voor dans. Als ze besluiten om met elkaar een proefles te volgen haakt er een meisje af omdat ze weet dat het voor haar ouders te duur is. Soms schakel ik met een leerkracht om de ouders te informeren over de mogelijkheden van JFSC. Want leerkrachten zijn vaak op de hoogte van de thuissituatie. Ze zien dat kinderen niet mee kunnen op kamp of dat ouders de schoolbijdrage niet kunnen betalen. Zo is het al vaker gelukt om die kinderen op dansles te krijgen.”

Respectvol communiceren

Bij DJF Dance Centre zijn er tientallen kinderen mee komen doen door een bijdrage van JFSC. “Wij merken wel dat mensen zich schamen voor geldgebrek,” zegt Dunja van Grol. Ze vragen bijvoorbeeld buiten de les om hoe ze in aanmerking kunnen komen voor een vergoeding via JFSC. Of ze regelen het via WhatsApp. Het komt ook voor dat er geen geld is voor kleding, dan helpen we via Stichting Leergeld.” Joeri voegt toe: “Wij communiceren zo laagdrempelig mogelijk en op een respectvolle manier. Op social media, de website, in nieuwsbrieven en op tv-schermen laten we weten dat je kunt dansen en sporten via een bijdrage van JFSC. Mijn tip aan andere sport- en cultuuraanbieders? Profileer je op deze manier en laat zien dat kinderen bij jou kunnen meedoen via JFSC! Verder zou het mooi zijn als het Jeugdfonds zelf lokaal zou adverteren bij welke aanbieders je terecht kunt.”

Verbinding tussen dansers

Als de financiering voor elkaar is, komen de dansers in een warm bad. “Iedereen die binnen komt voelt zich welkom, onder de dansers is een fijne sfeer,” vertelt Joeri. “Dansen draagt bij aan verbinding. Zo zijn we enorm trots op onze wedstrijdteams waarvan het team meiden 18+ onlangs wereldkampioen is geworden. En net zo trots zijn we op de Special Heroes, een trouwe groep die al lang bij ons danst. Aan het einde van het seizoen organiseren we elk jaar een show waar elke groep hun eigen choreo laat zien. Ook doen we met elkaar – de allerkleinsten, senioren, dansers met een beperking en wedstrijddansers – een gezamenlijke dans, dat geeft een prachtige vibe.”

Door naar wedstrijdteam

Meedoen aan dansen helpt kinderen op allerlei vlakken verder. “Diverse dansers die hulp van JFSC kregen zijn doorgestroomd naar de wedstrijdteams. Natuurlijk komen daar ook weer extra kosten bij kijken. Het mooie is dat we lokale sponsors hebben kunnen aantrekken. Zo worden de dansoutfits gesponsord en zorgt Albert Heijn voor gezonde voeding. In november was het Krajicek Foundation Gala waar kinderen van onze dansschool de opening verzorgden. Daar zaten ook meiden bij die via het JFSC zijn begonnen met dansen. Dat is toch kicken?”

Meer informatie: www.djfdancecentre.nl.

Meer informatie over dansles via Jeugdfonds Sport & Cultuur

Wist je dat?

gemeenten zijn aangesloten bij het Jeugdfonds Sport & Cultuur.

kinderen groeit op in armoede.

kinderen en jongeren kregen in 2020 de kans om te sporten.

kinderen en jongeren kregen in 2020 de kans om te dansen, muziek te maken of schilderen.