21 april 2026
Rob Janssen: Ik wil dat kinderen een eerlijke start krijgen
Sinds 1 maart 2026 is Rob Janssen niet alleen directeur van Gezinsbuddy, voorzitter Urgente Noden DRV, vader van zes en theaterfanaat, maar ook bestuurslid van de Raad van Toezicht van het Jeugdfonds Sport & Cultuur.
Met ervaring in de media, als ondernemer in de IT en in de wereld van stadspassen brengt hij een boekje aan kennis, ideeën en een scherp, soms confronterend, perspectief mee naar onze organisatie. Door zijn carrière loopt één rode draad: het optimaliseren van systemen en processen. Maar, wel op z’n Robs: met de mens als instrument.
“Wat ik nu doe, doe ik echt vanuit mezelf”
Rob groeit op in een gezin met weinig financiële ruimte. “Ik kom niet uit een straatarm gezin, maar uit een redelijk arm gezin. Dus ik weet hoe het is als het geld er niet is, dat sporten of naar het theater gaan de eerste dingen zijn die daar de dupe van worden. Er moet gegeten worden. Huur moet betaald worden. Gas, water, licht. En dan pas komen de leuke dingen.”
Hoewel Rob tegenwoordig het liefst een balletje slaat op de padelbaan, kiest hij als kind bewust voor atletiek, een sport die goedkoop was. Die ervaring zorgt voor extra affiniteit met het Jeugdfonds. “Wat ik nu doe, doe ik echt vanuit mezelf. Ik vind het gewoon heel belangrijk dat kinderen een goede start krijgen.”
De maatschappelijke drijfveer
Robs maatschappelijke motortje gaat draaien na een lange carrière in de media en als ondernemer. Hij besluit: “Ik wil iets nuttigs doen. Met maatschappelijke relevantie.”
Die behoefte wordt, min of meer “per ongeluk”, voldaan wanneer hij een belletje krijgt van gemeente Rotterdam en kennismaakt met de wereld van stadspassen en minimaregelingen. “Ze deden een meervoudige aanbesteding en hadden nog een vijfde partij nodig,” vertelt Rob. Het IT-bedrijf, waar hij op dat moment net een half jaar mee is gestart, schrijft zich in. “Ingeschreven, gewonnen. Maar eigenlijk wist ik toen nog niks van stadspassen af. Alleen dat het voor minima was.”
Wat begint als een sprong in het diepe, groeit uit tot Robs nieuwe specialisme. Binnen enkele jaren is zijn bedrijf marktleider en werkt hij voor meerdere grote gemeenten. “Toen ik erachter kwam dat een stadspas er ook kan zijn voor kinderen voor wie sport en cultuur niet vanzelfsprekend is, dacht ik: daar kunnen we nog veel meer mee doen!”
De kracht en onmacht van de stadspas
De ervaringen met gemeenten vormen de pilaren van zijn Jeugdfonds-visie. Rob vertelt: “Zo’n pas is een heel mooi uitvoeringsinstrument.” Maar, vervolgt hij kritisch: “Gemeenten vergeten het andere instrument, dat is de mens.”
Veel mensen vinden de weg naar gemeentelijke regelingen niet vanzelf, of ervaren drempels of wantrouwen om hulp te vragen. Dit herkent Rob vanuit zijn eigen jeugd. “Te trots,” zegt hij over zijn moeder. “Er zit veel schaamte en taboe.”
Daarnaast wijst hij op complexiteit van aanvraagprocedures. Mensen komen volgens Rob eerder terecht bij organisaties in het maatschappelijk middenveld. “Het Jeugdfonds bereikt de mensen waar we het voor doen. Die bereiken we écht. En de gemeente bereikt slechts een deel.”
De kracht van het Jeugdfonds
Die overtuiging sluit aan op wat hij ziet als één van de grootste krachten van het Jeugdfonds: de Meerkrachten. “Dát is de mens als instrument,” legt hij uit. “Het echt contact maken en het vinden en bereiken van de doelgroep. Dáár zit onze kracht.”
Juist in een tijd waarin systemen steeds belangrijker worden, is dat menselijke aspect onderscheidend. Tegelijkertijd waarschuwt hij dat die kracht nog niet altijd goed zichtbaar is voor gemeenten. “De gemeente kijkt naar het Jeugdfonds als een administratiekantoor. Dat is het beeld dat zij hebben,” zegt hij eerlijk. “En als we daar niks aan gaan doen, dan lopen we het risico dat we over acht jaar weg zijn.”
Een stevige signalering, maar volgens Rob een noodzakelijke. “Ik geloof bij alles heel erg in de wet van Darwin. Je moet als organisatie altijd vooruit blijven bewegen.”
Samenwerken in plaats van verdedigen
In een veld dat continu verandert, technologisch, financieel én maatschappelijk, ziet Rob dat organisaties zich soms ingraven in hun eigen gelijk. “Iedereen gelooft in de juistheid van wat ze zelf doen,” zegt hij. “Terwijl ik geloof in de kracht van samenwerken.”
De kansen voor het Jeugdfonds liggen volgens Rob dan ook in de samenwerking met gemeenten op het gebied van stadspassen. Het fonds beschikt al over een netwerk van sport- en cultuuraanbieders en heeft ervaring met het onderhouden van die relaties. Daarnaast ziet hij mogelijkheden om bijvoorbeeld financiële regelingen aan te vullen. Gemeentelijke budgetten zijn vaak beperkt, terwijl de behoefte groeit. Door aanvullende financiering te organiseren en een rol te spelen in aanbodmanagement, kan het Jeugdfonds volgens hem meer betekenen voor kinderen en gemeenten.
Rol binnen de Raad van Toezicht
Binnen de Raad van Toezicht ziet Rob zichzelf als een betrokken sparringpartner en, af en toe, advocaat van de duivel. “Ik ben wel van het doen,” zegt hij, “maar in deze rol gaat het er juist om dat je op afstand blijft en de juiste vragen stelt.”
Met name op inhoudelijk vlak ziet hij kansen om de positie en koers van het Jeugdfonds te versterken. “We moeten onze propositie aanscherpen en duidelijk maken waar onze kracht ligt. Ik denk te weten waar de ontwikkelingen zitten, want ik kom uit die wereld. We moeten ervoor zorgen dat we in die veranderingen meegaan. Maar, daar is tijd voor nodig. Ik hoop dat we met elkaar een hele mooie nieuwe route kunnen maken. Eentje die werkt. Daar heb ik heel veel zin in.”
>> Meer over onze Raad van Toezicht
Lees meer verhalen





