15 september 2019

ambassadeur

Dione de Graaff: ‘Heb je haar weer, die stuiterbal!’ 

Buitenspelen totdat het donker wordt, dromen van de wedstrijd van zaterdag, in je sportkloffie aan het ontbijt zitten. We hebben het allemaal gedaan. Ook NOS presentatrice en ambassadeur Dione de Graaff. 

Fanta met een bitterbal

“Vanaf de lagere school tot mijn zestiende speelde ik tennis, maar ik wist al snel dat ik geen aanleg voor topsport had. Ik kon heel chagrijnig zijn als ik niet goed speelde, volgens mijn moeder liep ik dan als een zoutzak over de baan. Maar als mijn tegenstander gewoon beter was, vond ik dat niet erg. En als ik een teamgenoot op de baan zag huilen omdat hij of zij verloren had, snapte ik daar niets van. 

“Ik wilde gewoon plezier hebben, alleen maar plezier. Als het echt om de prijzen ging, sloeg ik dicht. Sporten was in mijn ogen vooral leuk omdat je met z’n allen samen was, dat zie ik ook aan foto’s uit die tijd. Ik bloeide op als we met de groep bij elkaar waren. Om vervolgens na afloop Fanta te drinken en een bitterbal te eten. En of we dan een beker hadden gewonnen of niet, deed er niet toe. Ik zal nooit die toernooien met andere verenigingen uit het land vergeten. Geweldig. Mieke uit Grubbenvorst kwam dan bij mij logeren, ik kan haar nog zo voor de geest halen.   

“Natuurlijk leer je door te sporten met teleurstelling om te gaan, met succes en verlies. Maar het meest belangrijke was voor mij dat plezier, zeker nu ik erop terug kijk. Het klinkt heel simpel, maar zo is het wel. Ik denk ook best vaak terug aan die periode, kan me precies herinneren hoe ik met toen voelde. Natuurlijk had ik zonder tennis gekund, maar ik had niet zonder gewíld. En juist dat besef is voor mij een reden om te wensen dat ieder kind kan sporten.” 

Nooit gaan zweven

“Mijn ouders stonden heel erg met beide benen op de grond. Liep ik als een zoutzak rond omdat ik niet goed speelde, zeiden zij meteen: doe eens normaal, je hóeft niet te tennissen hoor! Ze reden mee naar alle wedstrijden, door het hele land. Vonden ze hartstikke leuk. Zaten ze weleens naast andere ouders die heel erg fanatiek waren, daar begrepen ze helemaal niks van. Maar goed, die meiden en jongens waren echt twee slagen beter dan dat ik was. Mijn ouders zagen ook wel dat ik vooral vriendjes en vriendinnetjes maakte, wisten dat het vooral bij plezier maken zou blijven. 

In de sportjournalistiek had ik het gevoel dat ik door hard te werken en mijn best te doen wel ver zou kunnen komen. Blijkbaar had ik toen ik jong was een goed gevoel over wat ik wel en niet kon. Mijn vader heeft me gestimuleerd om verder te gaan in de journalistiek en heeft me altijd voorgehouden om er nuchter onder te blijven. Hij presenteerde programma’s in een tijd waarin het heel bijzonder was om voor televisie te werken, maar is nooit gaan zweven. Hij zag het als werk. Zo zie ik het dankzij hem ook. Het is volgens mij een eigenschap die je helpt overleven in dit wereldje.” 

Stuiterbal

“Door het tennis heb ik geleerd een teamplayer te zijn. Ik was enig kind, op vakantie moest ik altijd snel vriendjes maken, anders zat ik alleen. Het is niet zo dat ik me zielig heb gevoeld omdat ik enig kind was, maar ik denk dat het er wel mee te maken heeft gehad waarom dat tennis zo belangrijk voor me was. Die teamgenootjes waren er altijd, dat waren mijn broers en zussen.  

“Een van mijn beste vriendinnen van vroeger was Mariëttede dochter van sportjournalist Heinze Bakker. Ze was heel fanatiek korfbalster. En dus ging ik elk weekend naar De Korf in Leusden, om naar haar wedstrijden te kijken. Niet omdat ik zelf wilde korfballen, maar omdat ik dan deel uitmaakte van haar team. Grappig, toen vond ik het al leuk om naar sport te kijken.  

“Van dat naar sport kijken heb ik mijn vak kunnen maken. Aan zelf sporten kom ik vaak niet eens meer toe, zo druk heb ik het. Die energie die ik als kind al had, raak ik nu vooral kwijt in mijn werk. En dus ben ik druk op de redactie. Ha, mijn collega’s zullen soms denken: heb je haar weer, die stuiterbal! 

Zwart of wit

“We hadden het vroeger goed. Ik geloof ook niet dat ik zoveel wilde, ik was geen ontevreden meisje. We gingen verstandig met geld om. Als ik merkkleding wilde op de middelbare school, zei mijn moeder‘Oh, dat maak ik wel voor je!’ Terwijl ik dacht: nee, ik wil het hebben, nu! Ging ze het toch maken, heel mooi en goed, maar het was niet cool. Want ja, vriendinnen op school vroegen waar ik die kleding had gekocht, en dan moest ik zeggen dat mijn moeder het gemaakt had… 

“Ik heb makkelijk praten, ik kan heus zeggen dat je je niet hoeft te schamen voor armoede, maar wie ben ik? Ik spreek niet uit ervaring. Wat ik wel weet, is dat kinderen geen verschil zien. Het maakte mij vroeger geen bal uit of iemand zwart of wit was, rijk of arm. Daar had je het niet over, dat bestond niet. Je vond iemand stom omdat hij onaardig tegen je was, of omdat hij je afsneed op de fiets. En dan nog was je het een week later weer vergeten. Ik vind het erg dat die onschuld op een bepaald moment in je leven blijkbaar verdwijnt.  

Sport speelt daar een belangrijke rol in, het leert je met elkaar om te gaan, hoe verschillend ookIn mijn ogen is sport de basis voor een verder leven, voor je ontwikkelingenEen bewustwording van het feit dat je er samen iets van maakt. 





Lees meer verhalen

Wist je dat?

gemeenten zijn aangesloten bij het Jeugdfonds Sport & Cultuur.

kinderen groeit op in armoede.

kinderen en jongeren in 2019 de kans kregen om te sporten.

kinderen en jongeren in 2019 de kans kregen om te dansen, muziek te maken, schilderen.