Ambassadeurs

Shanice van de Sanden: ‘In sport begrijpt iedereen je’

Buitenspelen totdat het donker wordt, dromen van de wedstrijd van zaterdag, in je sportkloffie aan het ontbijt zitten. We hebben het allemaal gedaan. Ook voetbalster Shanice van de Sanden, OranjeLeeuwin en speelster bij Olympique Lyon en ambassadeur van het Jeugdfonds Sport & Cultuur.

Altijd willen winnen

“Op het schoolplein speelden we elke dag tijdens de pauze partijtjes met een tennisbal. Ik zat in groep zeven, acht. Echt goed was ik volgens mij niet, want ik speelde nog geen voetbal bij een club. Toch werd ik door de jongens gevraagd om mee te doen, en dan zei ik gewoon ja. Ik was echt fanatiek, wilde altijd winnen, elk potje weer. Soms speelden we wedstrijdjes tegen andere scholen, dan was ik nóg fanatieker natuurlijk.”

Meer dan alleen voetbal

“Onze buurman heeft me opgegeven bij VVIJ, een voetbalclub in IJsselstein. Zelf had ik dat nooit gedaan; ik zat vooral binnen, achter de computer en met de telefoon. Gek genoeg vond ik het vanaf de eerste training leuk. Ik weet niet waarom. De club was meer dan alleen voetbal, we bleven met z’n allen na de training hangen, het was heel gezellig. Ik leerde andere mensen kennen, maakte snel nieuwe vrienden.

Met het voetbal ging het ook snel. Binnen een paar jaar werd ik geselecteerd voor Oranje onder zeventien jaar, en speelde ik bij clubs als FC Utrecht, SC Heerenveen en FC Twente. Maar ik was niet meteen per se heel goed. Ja, ik scoorde veel bij IJsselstein, maar mijn belangrijkste kracht was mijn snelheid, dat ik iedereen er uit kon lopen en goede voorzetten kon geven. Ik heb heel hard moeten werken om echt een betere voetbalster te worden. En dat doe ik nog steeds, elke dag, elke training weer. Dat harde werken zit in me. Dat heb ik van onze moeder meegekregen. We zijn met zes kinderen thuis, zij heeft altijd keihard voor ons moeten werken. En dat doet ze nog steeds trouwens.”

Door regen en sneeuw

“Samen met mijn broer en zus liep ik in IJsselstein jarenlang een krantenwijk met 3.000 huizen. We moesten nu eenmaal allemaal werken om rond te komen. Mijn moeder, maar wij als kinderen ook. Daardoor heb ik van jongs af aan geleerd wat de waarde van geld is. We kwamen nooit iets tekort thuis: ik had de voetbalschoenen die ik mooi vond, de kleren, dat was nooit een probleem. Maar ik wist ook hoeveel uur ik voor die mooie voetbalschoenen door de regen en in de sneeuw kranten had moeten bezorgen.

We hebben geleerd om nooit op te geven, om te genieten van kleine dingen, om positief te zijn. Bij VVIJ had ik trainers die ook heel positief waren, die me veel vertrouwen hebben gegeven als kind. Dat was fijn, want als iemand anders in je gelooft, wie ben jij dan om te zeggen dat jij niét in jezelf gelooft?”

Alleen naar de club

“Ik was de enige in het gezin die serieus voetbal speelde. We volgden het op televisie, mijn broer had een seizoenkaart van FC Utrecht, en drie broers hebben een paar jaar bij een club gespeeld, maar voetbal was niet écht een familieding. Niemand kwam dus kijken naar mijn wedstrijden. Ook mijn moeder niet. Dat ging gewoon niet, iedereen had het veel te druk met zijn eigen leven, met werken. Dus ik ging alleen naar de club, op de fiets, of ik reed met iemand mee.

Hoewel ik alle andere ouders natuurlijk wél langs het veld zag staan, heb ik mijn moeder nooit gemist in dat soort situaties, vond ik het prima zoals het was. We waren als team zo close dat we alles samen deden, ik raakte zelfs bevriend met de andere ouders. Meerijden kon altijd, dat was geen probleem.

Om eerlijk te zijn heb ik het er nooit met mijn moeder over gehad, maar ik denk dat zij het niet als lastig heeft ervaren dat ze niet kon komen kijken. Ze zag wel dat ik elke keer weer blij thuis kwam. En dat is als ouder het belangrijkste, denk ik, dat je ziet dat je kind gelukkig is.”

Geluk op het trainingsveld

“Gewoon tegen een bal aantrappen kan je al zo gelukkig maken. Je hoeft er niet eens iets bij te zeggen. In sport begrijpt iedereen je. Iemand begint te lachen, anderen worden gewoon aangestoken door die lach. Je leert verliezen, en hoe je daar mee om moet gaan. Je leert sámen verliezen, hoe je samen kan winnen, hoe je een doel bereikt. Dat is allemaal zo waardevol.

Als kind heb ik nooit gedroomd dat ik dit zou kunnen bereiken. Ik wist helemaal niet dat er zoiets was als de Champions League voor vrouwen, had geen voorbeelden van vrouwelijke voetballers van wie ik dacht: zo wil ik worden. Ik wilde alleen maar goed worden ‘later als ik groot was’. En nu ben ik zelf iemand over wie meisjes dromen, van wie ze denken: zo wil ik ook worden! Dat besef ik niet helemaal.

Als ik op het trainingsveld sta, ben ik gelukkig. Nog steeds, elke dag. Ik heb van mijn hobby mijn werk kunnen maken. Die ronde bal heeft me overal gebracht, over de hele wereld. Van Zuid-Afrika tot Miami. Daar leer je zoveel van als mens. Ik kom van ver.

Kinderen moeten zichzelf als mens kunnen ontwikkelen. Dat is heel belangrijk. En daarom moeten ze de mogelijkheid hebben om te kunnen sporten, ook al hebben hun ouders geen geld.”

Sport kan zoveel moois brengen, kijk maar naar mij. Ik heb zoveel mooie dingen meegemaakt, zoveel lieve mensen ontmoet die me hebben geholpen. Want je kan het echt niet allemaal alleen, je hebt hulp nodig. Al die goede mensen hebben me sterker gemaakt, en dat is allemaal dankzij mijn sport. Dat gun ik elk kind.

Volg Shanice

Facebook
Instagram: @svandesanden
Twitter: @ShaniceJanice

 




Wist je dat?

gemeenten zijn aangesloten bij het Jeugdfonds Sport & Cultuur

kinderen opgroeit in armoede

kinderen en jongeren in 2017 de kans kregen om te sporten

kinderen en jongeren in 2017 de kans kregen om te dansen, muziek te maken, schilderen...