Jeugdfonds Sport & Cultuur Haarlem en Stichting Leergeld Haarlem/Zandvoort zoeken een secretaris/bestuurder met ingang van 1 november 2020. Een secretaris met hart voor secretariële zaken die ons kan ondersteunen bij het professioneel uitvoeren van onze missie. Dit betreft een vrijwilligersfunctie voor circa 8 uur per week.

Het bestuur van de beide stichtingen bestaat uit 5 personen en de secretaris is een belangrijke spil vanwege de verbinding met de penningmeester en de voorzitter.

Taken zijn onder meer:

> opstellen en versturen agenda (in overleg met de voorzitter) en notuleren

> bijhouden fysiek en digitaal archief versturen en uploaden notulenregister naar landelijk bureau

> doorgeven van wijzigingen aan de KvK

> bijhouden ANW gegevens bestuur, medewerkers en vrijwilligers

> vertegenwoordiger van beide stichtingen in overleggen

Info en solliciteren

Voor inlichtingen kunt u terecht bij de voorzitter van beide stichtingen: Marijke Lodeweegs marlod@planet.nl, T 06 10019141
Sollicitaties, uiterlijk tot 5 oktober graag naar bovenstaand mailadres.

www.jeugdfondssportencultuur.nl/haarlem,
www.leergeldhaarlemzandvoort.nl

 

1 op 11  kinderen in Nederland groeit op in armoede

Jeugdfonds Sport & Cultuur zorgt ervoor dat deze kinderen mee kunnen doen aan sport- en cultuurlessen. Ze staan niet langer langs de lijn. Meedoen, bewegen en creativiteit ondersteunt de ontwikkeling van het kinderbrein, het versterkt kinderen fysiek, sociaal en mentaal en maakt ze blij. Stichting Leergeld biedt kinderen kansen om te kunnen deelnemen aan binnen- en buitenschoolse activiteiten. Leergeld biedt hen hiermee een springplank, waardoor zij kunnen opbloeien, kennis en vaardigheden ontwikkelen en eigenwaarde krijgen.

Zo geven wij kinderen kansen. Help je mee?

 

Brian Hirman is sinds kort lid van de Raad van Toezicht van het Jeugdfonds Sport & Cultuur. Brian hoefde er niet lang over na te denken zich te verbinden aan het Jeugdfonds Sport & Cultuur. “Ik ga op niemands stoel zitten maar als het nodig is, ben ik bereikbaar en als me iets opvalt, zal ik het zeker melden.” 

Brian Hirman, Raad van Toezicht Jeugdfonds Sport & CultuurAfgelopen jaar is het bedrijf waar ik managing partner ben, verkocht aan een grote internationale organisatie én ben ik 50 jaar geworden,” zegt Brian. “Voor mij een mooi moment in mijn leven om te onderzoeken of ik een commissariaat of een Raad van Toezicht functie zou willen. Een dergelijke functie is niet niks, aan een commissariaat of toezicht functie kleven grote verantwoordelijkheden en aansprakelijkheden. Ik wilde goed weten waar ik in zou stappen. Daarom heb ik vorig jaar op Nyenrode met veel plezier een speciale Commissaris-opleiding gedaan en ben vervolgens gaan zoeken welke type organisaties bij mij zouden passen. De vacature in de Raad van Toezicht bij het Jeugdfonds Sport & Cultuur kwam toevallig op mijn pad. Een functie die me op het lijf geschreven is.” 

Bekend met de doelgroep 

Die gedegen voorbereiding en zorgvuldigheid tekent Brian Hirman. Hij had meerdere opties, maar koos bewust voor twee organisaties om zich voor in te zetten als commissaris of toezichthouder: een publiek private organisatie én het Jeugdfonds 

Sport & Cultuur. “Ik koos voor het Jeugdfonds Sport & Cultuur omdat ik heel veel met sport heb en ook weet hoeveel effect het kan hebben op kinderen uit de doelgroep. Ik heb ook veel met cultuur hoor, vooral muziek zit in mijn hart, ik heb als student lang in een band gezeten, we stonden destijds zelfs in het voorprogramma van Lois Lane,” lacht hij.  

“Ook de problematiek is bekend voor me. Vroeger was ik vrijwilliger bij Purvak in Purmerend. Bij Purvak doen kinderen die niet op vakantie kunnen tijdens de vakantieperiode allerlei sportactiviteiten. Daar kwam ik in aanraking met kinderen waar thuis weinig geld was, en zag ik hoeveel plezier kinderen aan het sporten beleefden. Ook later als basketbalspeler en trainer maakte ik de problematiek van dichtbij mee. Nog een trigger was dat mijn dochter Sportkunde aan de Hogeschool van Amsterdam studeert en stage deed bij een organisatie die gratis sport – en beweegactiviteiten aan kinderen in probleemwijken aanbiedt. Binnen ons gezin draait het dus heel erg om sport maar er is ook het bewustzijn dat er veel gezinnen zijn waar de kinderen vanwege geldgebrek niet kunnen sporten of iets aan kunst en cultuur kunnen doen.” 

Ik wil echt mijn steentje bijdragen

Brian is een betrokken bestuurder zonder de organisatie al te dicht op de huid te zitten. “Wat me opvalt is dat er bij het Jeugdfonds mensen werken met veel hart voor de zaak en die weten waar ze het over hebben. Het enthousiasme is groot. Er kunnen zeker nog wat slagen gemaakt worden als het gaat om de merkbekendheid van het fonds. Wie zijn we nou eigenlijk en hoe kunnen mensen ons het gemakkelijkst vinden? Weet je, ik doe dit niet om een paar keer per jaar te vergaderen. Ik wil echt mijn steentje bijdragen. Tegelijkertijd moet je als bestuurder ook een zekere afstand houden. Ik ga op niemands stoel zitten maar als het nodig is, ben ik bereikbaar en als me iets opvalt, zal ik het zeker melden. Ik vind het vooral ook heel leuk om me voor zo’n mooie organisatie in te mogen zetten.” 

Lees ook: Kees Jansma: ‘In de kantine is iedereen gelijk’

Meer over de Raad van Toezicht

In Brabant groeien ruim 40.000 kinderen op in een achterstandspositie. Het Jeugdfonds Cultuur Brabant probeert zo veel mogelijk van hen een steuntje in de rug te geven door kunstparticipatie mogelijk te maken. Dit doen we door samenwerking aan te gaan met Brabantse gemeenten met minder dan 100.000 inwoners. De gemeenten leggen een bedrag in voor deelname van de eigen inwoners en het Jeugdfonds Cultuur Brabant vult dat bedrag aan vanuit landelijke middelen en vanuit fondsenwerving. In vier jaar tijd zijn met 23 gemeenten contracten afgesloten. Op lokaal niveau werkt het Jeugdfonds Cultuur Brabant samen met relatiebeheerders, intermediairs en met organisaties als Leergeld, Jeugdfonds Sport Brabant, cultuuraanbieders en partijen die betrokken zijn bij scholing, opvoeding, welzijn en schuldhulpverlening.

Het bestuur van de Stichting Jeugdfonds Cultuur Brabant is op zoek naar drie enthousiaste bestuursleden die zich op vrijwillige basis willen inzetten om het Jeugdfonds Cultuur Brabant te besturen. Gezien de samenstelling van het bestuur zijn wij in het bijzonder op zoek naar kandidaten met achtergrond en specifieke kennis op het gebied van jeugdzorg/welzijnszorg/armoedebestrijding; fondsenwerving/vriendenwerving en onderwijs.

Lees hier de complete vacaturetekst:

Vacature bestuursleden november 2018_def

 

Kees Jansma, sportjournalist en voormalig perschef van Oranje, is voorzitter van de Raad van Toezicht van het Jeugdfonds Sport & Cultuur.

De tranen van mijn vader

Kees Jansma: “Mijn vader nam me op 1 februari 1956 mee naar de wedstrijd West-Duitsland – Nederland in Düsseldorf. Ik was acht jaar oud en kan me alles nog óngelooflijk goed herinneren. De treinreis, de kou, de doelpunten, de tranen van mijn vader… We vertrokken uit Amsterdam, en overal lag sneeuw. Het was echt een wereldreis, mijn moeder stond ons huilend op het perron uit te zwaaien. Zo ver weg gaan, dat was nogal wat.

“Mijn vader moest ook huilen, maar pas na de overwinning van Oranje. Ook dat beeld staat op mijn netvlies gebrand. Toen dacht ik dat het vanwege de zege was, daarna begreep ik dat heel Nederland had gehuild omdat het zoveel meer betekende met de Tweede Wereldoorlog nog vers in het geheugen.

“Het bezoeken van sportwedstrijden was heel normaal bij ons thuis, we gingen overal naar toe. Mijn vader was als kind een fanatiek voetballer, maar toen hij veertien was overleed mijn opa en moest hij werken om het gezin te onderhouden. De passie voor sport raakte hij echter nooit kwijt. Mijn moeder was wat artistieker aangelegd, en dus ging het bij ons thuis over twee dingen: theater en sport.”

Naar de Jansma’s

“Voetbal heb ik het meest fanatiek gedaan. Van jongs af aan, in Amsterdam-Noord. Daarna zijn we verhuisd naar Voorburg in Den Haag. Mijn zusje handbalde, mijn broer voetbalde. Dat deden we allemaal bij Tonegido. Daarnaast hadden we pianoles. We waren, op z’n zachtst gezegd, nogal competitief ingesteld en hadden dus altijd ‘ruzie’. Maar de weekenden waren hartstikke gezellig, als het kon gingen overal samen naar toe. Nooit heb ik het idee gehad dat ik profvoetballer zou kunnen worden. Ik had er simpelweg het talent niet voor.

“Het allerleukst was dat mijn vader als voorzitter van onze voetbalvereniging op zondagavond zo’n zestig tot tachtig man thuis ontving. Om soep te eten, muziek te maken. Dat waren beroemde avonden in Voorburg. Na de wedstrijd ging je niet naar de kantine, maar naar de Jansma’s.

“Toen mijn vader tachtig werd, gaf hij ons een boek, door hem zelf geschreven: ‘Jan Jansma, 80 jaar, mijn leven’. Daarin schreef hij dat hij met mijn moeder ‘s avonds ging overleggen als wij kinderen weer eens de vraag gesteld hadden of we op voetbal mochten, of op handbal, of op muziekles. Hoe gaan we dit organiseren? Wij dachten dat dat allemaal maar kon. En het kon ook. Mijn vader ging gewoon meer werken, mijn moeder deed thuis naaiwerk. Dat hebben wij ons als kind nooit gerealiseerd.”

Obsessieve ambitie

“Ik had maar één ambitie en dat was sportverslaggever worden. Ik was gefascineerd door de momenten waarop het doodstil was in huis, omdat we naar de stemmen van mannen als Jan Cottaar of Dick van Rijn luisterden. Dan zaten we op de grond, in een brede kring rond de radio. Eerst moesten we van mijn ouders naar Wim Kan luisteren, ook al begrepen wij als kinderen zijn grappen niet helemaal. Maar daarna kwamen de wedstrijdverslagen uit het buitenland. Ik vond het fantastisch dat iemand zei: ‘En dan gaan we nu over naar Dick van Rijn in Boedapest.’ En ja, dat dan die stem daadwerkelijk uit dat verre Boedapest kwam… Dat wilde ik ook! Want die stem kreeg die anders zo drukke huiskamer van ons muisstil.

“Mijn ambitie om sportjournalist te worden, was obsessief. Dat klinkt misschien overdreven, maar het kwam er echt bij in de buurt. Ik wilde gewoon een bekende, goede, serieuze sportverslaggever worden. Daar moest alles voor wijken, ook in mijn privéleven. Het mocht niet mislukken, ik móest slagen. Door die passie voor sport had ik ook helemaal geen interesse in school. Mijn broer en zus deden het daar goed, ik niet. Dus ontstond er een gevoel van: maar ik kan ook wat hoor.

“Later ben ik het gaan zien als geldingsdrang, dat had ik toen niet helemaal door. En daar word je niet altijd even gelukkig van, van zo’n instelling. Als ik moest kiezen tussen een avond thuis of naar Ajax, dan ging ik naar Ajax. Want stel je voor dat ik iets zou missen. Het was natuurlijk niet alleen geldingsdrang en ambitie, het had wel degelijk ook te maken met de liefde voor de sport. Ik werk al vijftig jaar in de sportwereld, die ik op momenten heus heb vervloekt, maar dat kan je niet volhouden als je er niet van houdt.”

In de kantine hangen

“Sporten is belangrijk, dat moet iedereen kunnen doen. Zeker in deze tijd, waarin tegenstellingen meer op scherp lijken te staan dan vroeger. Sport heeft me doen beseffen dat de kantine, het clubhuis, de sportzaal, hoe je het ook wil noemen, een bindmiddel van jewelste is. Want iedereen is gelijk in de kantine. Het maakt niet uit waar je vandaan komt, je kletst met z’n allen over alles. Dat heb ik door mijn opvoeding zo geleerd en ervaren. En nog steeds ben ik lid van twee voetbalverenigingen, in Alphen aan de Rijn en in Doorn.

“Mijn moeder, die niet zo van sport hield, ontdekte hoe sport stond voor samen dingen doen, hoe het van belang was voor het gezinsleven. Daarom zei ze: kom op zondagavond maar naar ons huis toe, in plaats van in de kantine te blijven hangen.

“Eigenlijk doe ik met mijn eigen kinderen hetzelfde als dat mijn ouders met mij deden. Ik neem ze al jaren mee naar allerlei wedstrijden, over de hele wereld. Zo gaan we altijd met het hele gezin naar de Olympische Spelen. En dan kopen we kaarten voor allerlei wedstrijden. Tijdens de Spelen van Londen geleden zat ik in de vroege ochtend met mijn kinderen op de tribune voor de waterpolo kwartfinale Hongarije-Rusland. Ik keek naar ze en zag rode konen op hun wangen van de opwinding; ze waren zeven en negen! Dus ja, die hebben dezelfde bacil.”

Lees ook: Brian Hirman: ‘Op het lijf geschreven’

Meer over de Raad van Toezicht

Wist je dat?

gemeenten zijn aangesloten bij het Jeugdfonds Sport & Cultuur.

kinderen groeit op in armoede.

kinderen en jongeren in 2019 de kans kregen om te sporten.

kinderen en jongeren in 2019 de kans kregen om te dansen, muziek te maken, schilderen.