Nieuws

Zestien jaar passie en betrokkenheid. Zestien jaar inzet voor kinderen in Amsterdam die in armoede opgroeien. “Zij willen toch ook graag naar gitaarles of leren tekenen?” Hanneke van Wees neemt afscheid van ‘haar’ Jongerencultuurfonds. Een terugblik. Maar ook een blik vol vertrouwen vooruit. “We gaan verder groeien en kunnen nog meer bieden! Ik zie het wel zitten.”

Het begon ooit met verontwaardiging. Hoe was het mogelijk dat er zoveel Amsterdamse kinderen geen toegang hadden tot culturele activiteiten? “Vriendin Elaine van Beurden zat in het maatschappelijke werk. Zij vertelde me verhalen over gezinnen die in armoede leefden. Geen geld geeft stress, maakt ongelukkig. Schrijnende situaties. Zo zijn we eigenlijk gestart. Aan de keukentafel, samen brainstormend hoe we deze gezinnen een zetje konden geven.” Hanneke van Wees is jurist en werkte veel. “Dit moest er dus naast. Veel, heel veel praten. Het verhaal vertellen. Overreden, uitleggen. De gemeente meekrijgen, aanbieders selecteren en ouders benaderen. Er staan me twee duidelijke mijlpalen voor ogen uit die begintijd. Het moment dat het eerste kind zich aanmeldde voor een bijdrage in de kosten was bijzonder. We hadden de organisatie rond, de aanbieders, het geld was er. Maar toen duurde het nog even voor de kinderen ons ook wisten te vinden. En daarnaast natuurlijk ook het memorabele moment dat de gemeente Amsterdam aan boord kwam. Vanaf toen konden we echt met volle kracht vooruit.”

Al het aanbod via één loket

Het Jongerencultuurfonds Amsterdam. Al zestien jaar een belangrijke factor in het leven van Hanneke van Wees. “Ja, het is wel een ding”, lacht ze. “Zoveel jaren, zoveel stappen, zoveel bereikt. Dat is best iets om afscheid van te nemen.” Na zestien jaar stopt Hanneke ermee. Tien jaar was ze actief als vrijwilliger en sinds 2015 is het ook haar officiële betrekking; directeur van het JCFA. “Op een gegeven moment was het echt te veel om erbij te doen. We moesten een professionaliseringsslag maken. Dus toen kwam ik in dienst. Gelukkig kwam in 2017 Elvira d’Agrella als versterking aan boord. En nu gaan we weer een stap zetten. Vanaf januari 2023 wordt het Fonds groter, krijgt ze meer aanbod, meer mensen en meer slagkracht. Het Jongerencultuurfonds gaat samen met het Jeugdfonds Sport in Amsterdam zodat ze niet alleen kunnen bijdragen aan culturele activiteiten maar ook allerlei sportclubs kunnen gaan vergoeden. Dat is voor alle partijen een win-win situatie denk ik. Niet alleen voor de organisaties zelf, maar ook voor de bijna 800 verschillende cultuur-en sportaanbieders in Amsterdam waar ze dan mee werken, de gemeente en de intermediairs. Maar vooral voor de ouders wordt het makkelijker. Al het aanbod via één loket. Eén aanspreekpunt en één manier van aanvragen. Allemaal met hetzelfde doel: kinderen kennis kunnen laten maken met sport en cultuur. We willen zoveel mogelijk drempels wegnemen, het zo makkelijk mogelijk maken.”

De cultuur wasstraat

Veel tijd van Hanneke is gaan zitten in het vertellen van het verhaal. “Het was een kwestie van de lange adem. Steeds opnieuw laten zien wat cultuur kan bijdragen aan het leven van kinderen. In de beleving van veel mensen is kunst en cultuur een luxe. Een hobby die niet direct in beeld komt. Ik ben dus een groot deel van mijn tijd bezig geweest met cultuurstimulering. Vertellen wat de meerwaarde is. Ik noem dat mensen ‘door de cultuurwasstraat’ leiden. Wij geloven echt onze slogan Ieder kind een kans op kunst. Uit allerlei onderzoeken blijkt dat muziekles, dansen, tekenen, toneel of zingen bijdraagt aan de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen. Ik heb dat ook echt zien gebeuren om me heen. Dat is prachtig om te zien! Verlegen kinderen die op school stil in een hoekje zitten, die op een podium ineens vlammen. Muziek als manier om je te uiten, een verhaal te vertellen. Cultuurlessen kunnen een boost geven, goed zijn voor het zelfvertrouwen. Ook kunnen kinderen op de les vrienden maken, zich begeven in een andere omgeving. Dat kan positief uitpakken op verschillende vlakken. Ik gun het ieder kind om dingen te mogen uitproberen. Je weet natuurlijk niet waar je passie ligt als je er nooit mee in aanraking bent geweest. Het kan zijn dat je op het toneel ontdekt wie je bent of wilt worden. Ook gewoon lol maken, plezier hebben met anderen is een waardevolle bijdrage. Daar wordt ieder kind blij van. Dus dit mogen verkennen, aan dingen kunnen ruiken en proeven; dat is iets onbetaalbaars. Ik geloof er ook in dat creativiteit een belangrijke vaardigheid is die niet altijd op school of thuis aangereikt wordt. Zeker in de toekomst is het ‘out-of-the-box denken’ een essentiële meerwaarde. Veel toekomstige beroepen en werkvelden vragen om deze vaardigheid.”

Problemen slokken denkruimte op

Voor veel gezinnen in Amsterdam is het leven niet makkelijk. “We hebben het over meer dan 30.000 kinderen die in armoede opgroeien. Dat is 1 op de 4 kinderen. Dat is bijna niet voor te stellen. Voor die kinderen is een buitenschoolse activiteit helemaal niet vanzelfsprekend. Ouders moeten de touwtjes aan elkaar knopen en dat geeft vaak spanning en stress. Geld- en andere problemen slokken denkruimte op. Als je rond moet komen van 60 euro in de week, ben je aan het overleven. Dan is er weinig ruimte om naar de schouwburg te gaan, een film te bezoeken of je kind lid te kunnen laten worden van een clubje. Dat is logischerwijs geen prioriteit. Brood, nieuwe schoenen en een werkende koelkast; dat zijn de aandachtspunten. Toch ben ik ervan overtuigd dat 99 procent van de ouders echt het beste willen voor de kinderen. Ook de ouders die financiële problemen hebben. Als je ziet in welke bochten sommigen zich wringen om hun kinderen toch muziek te laten maken of iets leuks te kunnen doen. Daarom is het Jongerencultuurfonds in het leven geroepen. Om het mogelijk te maken die kinderen toch lid te laten worden van een club. Om hen gitaar te leren spelen, of te gaan dansen. En daarmee hun leven te verrijken, de horizon te verbreden, nieuwe mensen te leren kennen en te ontspannen. Ieder kind verdient een plek om zijn of haar talent te ontdekken.”

Google maps van cultuuraanbod

De cultuursector heeft te lijden gehad onder de coronapandemie. “Die aardverschuiving zijn we nog niet helemaal te boven. Ook de aanbieder, de kleine zelfstandige die pianoles geeft in de huiskamer, moet herstellen van de shock. Net als de gezinnen. Wij hebben in die tijd ook een corona-loket gemaakt om het iedereen makkelijker te maken. Er kwam toen namelijk een nieuwe doelgroep; de mensen die door de pandemie in problemen waren geraakt. Door de huidige inflatie en stijging van de energiekosten hebben we besloten onze doelgroep uit te breiden en ook die ouders te helpen die momenteel hierdoor financieel krap zijn komen te zitten.

Ook maakten we de website Kunstvol waar alle aanbieders waar wij mee samenwerken zich kunnen presenteren. Met een verhaaltje, een filmpje. Met duidelijke informatie en prijzen. Ook kunnen ouders dan direct zien wat wij kunnen bijdragen, en wat ze dus zelf nog moeten betalen. Het is een soort Google-maps van het cultuuraanbod. We hebben daarnaast een klankbordgroep van ouders waar we veel dingen tegen aanhouden. Het blijkt dat het aanbod vooral laagdrempelig moet zijn. In de buurt, want de bus en tram kosten ook weer geld. Sommigen willen lessen bij een vrouw, willen graag met anderen of hebben andere eisen. Als we de boer op gaan, praten we eigenlijk weinig over financiële problemen. Er is nog steeds schaamte rond dit onderwerp. We vertellen ouders dat er leuke dingen voor hun kinderen te doen zijn in de buurt. En dat er een tegemoetkoming mogelijk is in de kosten. Maar dat is nooit de eerste zin.”

Ouders kunnen zelf aanvraag doen

De bijdrage in de kosten die het Fonds op dit moment kan doen is maximaal 450 euro per jaar. “Dat is niet altijd kostendekkend. We werken daarnaast samen met het Instrumentendepot van het Leerorkest zodat de leerlingen die muziekles hebben ook thuis een instrument tot hun beschikking kunnen hebben om te oefenen. De trots als het kind met de gitaar of de viool naar huis mag. Prachtig! Op dit moment helpen we ruim 2500 kinderen per jaar. Dat aantal zou dus de komende jaren nog fors kunnen toenemen. Ook omdat het mogelijk wordt om een beroep te doen op vergoeding voor sport én cultuur. Het kind hoeft dus niet te kiezen, het mag allebei. Sinds 2019 hebben we het mogelijk gemaakt dat ouders wiens kind een geldige Stadspas heeft, zelf de aanvraag bij ons kunnen indienen. Ze hoeven dan alleen het Stadspasnummer op te geven en dus niet alweer allerlei financiële gegevens aan te leveren. Dat is overbodig lijkt me. Ik ben heel blij dat deze mogelijkheid meegaat in de fusie zodat ook de ouders die een sportaanvraag willen doen dit dadelijk zelf kunnen regelen. Waar ik verder van droom? Een talentenfonds. Als een kind de passie gevonden heeft en ergens echt goed in blijkt te zijn, is het vaak te kostbaar om die weg te vervolgen. Opleidingen zijn duur en het voorbereidingsjaar voor academies echt te begrotelijk voor die gezinnen. Dan laten we een kind eerst kennismaken met cultuur en daarna houdt het op. Dat kan echt niet, vind ik. En, niet onbelangrijk, laten we met z’n allen uitgaan van het goede van de mens. Elkaar vertrouwen in plaats van met wantrouwen naar elkaar kijken. En met de menselijke maat zoeken naar oplossingen. Dat hoop ik echt!”

Kennis en kunde

Hanneke: “Zoals je hoort; er zijn zeker nog wat wensen te vervullen en stappen te zetten. Ik heb er alle vertrouwen in dat de nieuwe organisatie, het Jeugdfonds Sport & Cultuur Amsterdam, de kennis en kunde heeft om het stokje van ons over te nemen. Mijn collega Elvira verhuist mee en zal haar cultuurhart zeker laten spreken in de nieuwe club. Ik ga in januari dus met een gerust hart op reis. Weer even opladen en nieuwe indrukken opdoen. En daarna komt er vast iets op mijn pad. Waarschijnlijk weer iets met kinderen en kansengelijkheid. Want daar ligt nog steeds mijn hart…”

Wist je dat?

Nederlandse gemeenten zijn aangesloten bij ons.

kinderen en jongeren in Nederland groeit op in armoede.

kinderen en jongeren werden in 2021 via ons lid van een sportclub.

kinderen en jongeren werden in 2021 via ons lid van een cultuurclub.